I&I-> Jaargangen -> Artikel

Verkeersinformatie op maat

Door: Herman Katteler

Technische mogelijkheden spreken al snel tot de verbeelding. Dat geldt zeker als de techniek ook relevant lijkt om in te zetten ten behoeve van geformuleerd beleid. Steeds meer wint echter het inzicht dat 'technology-driven' toepassingen niet altijd kunnen rekenen op een warm onthaal bij de gebruikers. Bij verkeer en vervoer, waar het gaat om de gebruikers van het Nederlandse hoofdwegennet, is dat niet anders. Een onlangs afgeronde proef, van een nieuwe op informatie- en communicatietechnolgie gebaseerde dienst, stelt ons in staat na te gaan in welke mate beoogde eindgebruikers van een nieuwe informatiesysteem dit systeem ook daadwerkelijk accepteren.

Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat voert een beleid dat gericht is op een betere benutting van de bestaande weginfrastructuur. Een belangrijk middel daartoe is informatie. Informatie- en communicatietechnologie is, in die context, het middel bij uitstek om beter te informeren. Voor weggebruikers betreft dat doorgaans verkeersinformatie. De behoefte om beter te informeren komt hier samen met lopende initiatieven van de kant van de industrie.

Innovatieve verkeersinformatie: RDS/TMC

De huidige radioverkeersinformatie heeft een belangrijke beperking. De informatie is niet beschikbaar op het moment dat de weggebruiker er behoefte aan heeft. Het naderen van een verkeersknooppunt of van een afslag, waar de mogelijkheid bestaat te kiezen voor een alternatieve route, loopt geenszins synchroon met de door omroepen bepaalde momenten waarop een reeks files gemeld wordt.

De nieuwe informatieservice RDS/TMC ondervangt dit bezwaar volledig. Verkeersberichten zijn in het RDS/TMC-systeem permanent in het voertuig beschikbaar en indien gewenst op te roepen. De bestuurder heeft dus zelf de macht over de informatie, uiteraard niet over de inhoud maar wel over wanneer en ook over wat hij wil horen. Het informatiesysteem maakt het mogelijk alleen die informatie te filteren waarin de bestuurder geïnteresseerd is. Dat is het geval indien deze min of meer vaste trajecten rijdt, zoals in het woon-werkverkeer.

Deze even simpel klinkende als ingenieuze informatieservice wordt mogelijk gemaakt door een doeltreffend gebruik van informatie- en communicatietechnologie. De telematicatoepassing RDS/TMC maakt gebruik van het daartoe gereserveerde Traffic Message Channel (TMC) binnen het Radio Data System (RDS).

Verkeersberichten kunnen in nagenoeg onbeperkte mate gedigitaliseerd via het FM-kanaal worden verzonden om vervolgens in de on-board unit in het voertuig opgevangen en gedecodeerd te worden. Verversing van de verkeersberichten vindt plaats in zeer korte cycli, zodat de bestuurder direct op de hoogte is van nieuwe berichten of wijzigingen in oude berichten (gewijzigde filelengte).

Via een spraakchip worden de berichten uitgesproken, al dan niet ondersteund met tekst op een klein beeldscherm. Ook weergave op een kaartbeeld in kleur, met gebruikmaking van symbolen voor berichten, is mogelijk. In Zweden (Volvo met Dynaguide) en in Frankrijk (Renault/Sagem) is een dergelijke toepassing het ontwikkelingsstadium reeds voorbij. Een ontvanger die berichten gesproken weergeeft zal in de nabije toekomst geïntegreerd zijn in de car stereo, althans in de duurdere uitvoeringen.

Het RDS/TMC-systeem vergt een vernieuwde organisatie van de distributie van verkeersinformatie. In Nederland is op initiatief van het Ministerie van Verkeer & Waterstaat een organisatie (een zogeheten TIN: TMC Implementatie Nederland) in voorbereiding. Deze TIN zal een centrale functie hebben in de distributie van verkeersinformatie middels TMC. Verwacht wordt dat de implementatie van deze service voorspoedig zal verlopen.

Proef bij weggebruikers in internationaal verband

In Europa is het RDS/TMC systeem inmiddels op diverse locaties en met uiteenlopende functionaliteiten getest. Dit vond doorgaans in consortium-verband plaats, in de context van het derde Kaderprogramma van de Europese Commissie en financieel ondersteund door DG XIII. Daar waren diverse industriële partners bij betrokken, met name de elektronica- en de automobielindustrie.

In Nederland heeft in dit kader de Rijn Corridor-pilot plaatsgevonden onder aanvoering van het Ministerie van V&W. Circa 120 vrachtauto's en 230 personenauto's (overwegend zakelijk verkeer) zijn gedurende ruim een half jaar uitgerust met een RDS/TMC ontvanger. Deze ontvanger kon file-informatie ontvangen over het hoofdwegennet tussen Rotterdam en het Ruhrgebied. Ook werd informatie verstrekt over wegwerkzaamheden en over Duitse files, in de Nederlandse taal.

De deelnemers waren over het algemeen weggebruikers met een hoog jaar-kilometrage. Het Rijn Corridor project maakte deel uit van het internationale ACCEPT project. Daarin participeerden Duitsland met de BEVEI proef in Noordrijn-Westfalen en Frankrijk met het CARMINAT systeem in de Parijse regio.

Partners in Rijn Corridor waren naast het ministerie (Rijkswaterstaat) het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), het Nederland Omroepbedrijf (NOB), de ANWB, Transport en Logistiek Nederland en Philips Car Systems. Het KLPD verstuurde via een bepaald protocol berichten naar het NOB, die via de NOZEMA permanent in de lucht waren (en nog zijn.

In de Duitse proef namen 100 automobilisten deel. Tegelijk met het nieuwe RDS/TMC systeem werd daar ook een verbetering van de inwinning van de verkeersgegevens ingevoerd. Overigens maakt RDS/TMC in Nederland gebruik van dezelfde waarnemingsgegevens inzake filevorming als het traditionele systeem. Marktintroductie zou gebaat zijn bij een verhoogde betrouwbaarheid en actualiteit van de filegegevens.

Het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) evalueerde samen met AGV de proef. De deelnemende weggebruikers hebben het systeem beproefd en beoordeeld. Zij noteerden op gezette tijden in speciale logboeken diverse zaken, bij voorbeeld of zij bij betreffende verplaatsing verkeersberichten hoorden en hun route op grond daarvan aanpasten.

Resultaten

De Rijn Corridorproef is in 1995 afgerond met een eindrapportage van de evaluatie onder de ruim 300 deelnemers die gedurende geruime tijd het nieuwe informatiesysteem op zijn merites konden beoordelen (Katteler, Hols & Kropman, 1995). Wat volgt zijn enkele saillante bevindingen rond waardering en gebruik van het informatiesysteem en enkele overwegingen over de mogelijke gevolgen inzake verkeersveiligheid. Het is in dit artikel niet mogelijk in te gaan op effecten van verbeterde informatie-overdracht op de routekeuze van weggebruikers, een uit een oogpunt van verkeersmanagement relevant aspect.

Waardering van het informatiesysteem

Driekwart van de deelnemers aan de proef geeft te kennen tevreden of zeer tevreden te zijn over het nieuwe informatiesysteem. Dit kan als een goed resultaat worden beschouwd, te meer daar het systeem nog enkele - oplosbare - technische problemen kende. Een onvolkomenheid was met name het wegvallen van een eenmaal ingestelde selectie (bepaalde wegnummers).

Een op de vier gebruikers oordeelt niet positief of duidelijk negatief. Gewenning aan het systeem heeft niet geleid tot een toe- of afname van de tevredenheid. Na een half jaar ervaring bleek de tevredenheidsscore op hetzelfde niveau gehandhaafd. Enigszins verdergaand dan tevredenheid is het gevoel dat het nieuwe systeem ook daadwerkelijk meerwaarde biedt. Daarnaar gevraagd geeft bijna de helft aan wezenlijke meerwaarde toe te kennen aan het systeem. Daarnaast is er een kleinere groep in beperkte mate meerwaarde onderkent. De overigen ervaren geen meerwaarde. Opmerkelijk is het duidelijke verschil in beleving bij enerzijds vrachtwagenchauffeurs en anderzijds personenautomobilisten. Grafiek 1 geeft hiervan een indruk: het zijn vooral personenautomobilisten die wezenlijk meer meerwaarde onderkennen. Een derde deel van de vrachtwagenchauffeurs zegt geen meerwaarde te zien.

Gelet op de toch grote groep die meerwaarde ervaart in het nieuwe informatiesysteem is het interessant te bezien waarin zij die meerwaarde ervaren. De deelnemers is hier zowel gericht (via een gesloten vraagstelling) als open naar gevraagd. Grafiek 2 geeft weer in welke mate aan vijf kenmerkende aspecten van RDS/TMC meerwaarde wordt toegekend, gelet althans op de opgedane ervaring.

Veruit de meeste meerwaarde wordt toegeschreven aan de mogelijkheid informatie op te vragen op elk gewenst moment. Tweederde deel van de deelnemers ervaart in deze mogelijkheid een grote meerwaarde. De selectiemogelijkheid en de herhaalmogelijkheid (de 'repeat-functie') worden ook door bijna de helft van de ondervraagden als wezenlijke toevoegingen aan het systeem van verkeersinformatie-voorziening gezien.

Slechts een beperkt aantal weggebruikers ziet meerwaarde in het kunnen aflezen van berichten op een schermpje in het voertuig. De mogelijkheid om berichten te filteren is, gelet op het gebrekkig functioneren, mogelijk nog ondergewaardeerd. Tweederde deel van de deelnemers geeft aan het belangrijk te vinden dat berichten kunnen worden afgestemd op de individuele behoefte. Het valt aan te nemen dat deze preset-functie in de uiteindelijke consumentenversie opgenomen zal zijn. Visuele ondersteuning door afleesbare tekst op een scherm zal een lagere prioriteit genieten.

RDS/TMC is taal-onafhankelijk. Het internationale karakter van RDS/TMC kwam in de proef op drie manieren voor de Nederlandse gebruikers tot uiting:

- hij hoorde Duitse verkeersberichten al rijdend in Nederland (in het Nederlands)
- hij hoorde Duitse berichten al rijdend in Duitsland (in het Nederlands)
- hij hoorde Nederlandse berichten al rijdend door Duitsland.

Dit grensoverschrijdende aspect heeft de warme belangstelling van de Europese Commissie. De proef bewees niet alleen dat deze brede informatie-uitwisseling mogelijk is, maar ook dat een Nederlands fabrikaat (Philips) correct ontvangt in Duitsland (en Nederlands spreekt), evenzeer als een Bosch-ontvanger en een Franse Sagem-ontvanger in Nederland correct ontvangen en in de Duitse respectievelijk de Franse taal weergeven.

Bij de gebruikers blijkt de meerwaarde van deze 'internationale' informatie op hetzelfde niveau te liggen als die van RDS/TMC in het algemeen. Internationale berichten worden goed begrepen; het gebruik van afslagnummers (Duitsland!) leverde bij een aantal problemen op. Standaardisatie is overigens een relevant aspect. Moet Keulen op z'n Duits of in het Nederlands worden uitgesproken? Deze triviaal lijkende vraag moet beantwoord worden met de wetenschap dat Keulen op de Duitse borden slechts in het Duits voorkomt.

Gebruik van het systeem

Feitelijk gebruik is een indicatie voor de acceptatie van iets nieuws. Hoewel het niet vanzelfsprekend is dat deelnemers aan een proef ook daadwerkelijk gebruik maken van de geboden faciliteit. Zo dient men met het apparaat te leren omgaan en ontvangt men filemeldingen ook via de gebruikelijke weg (radio). Zestig procent van de deelnemers heeft de RDS/TMC-ontvanger veelvuldig gebruikt in de maand voorafgaand aan de ondervraging. Dit gebruiksniveau bleef gehandhaafd na maanden van gewenning. Factoren die los staan van het informatiesysteem verklaren voor ongeveer de helft het geringe gebruik bij de overige 40 procent. Oorzaak lijkt vooral dat men weinig op de weg was (door vakantie, werkloosheid) of weinig in het Rijn Corridor-gebied aanwezig was.

RDS/TMC komt het meest tot zijn recht indien de bestuurder de ontvanger laat aanstaan na inschakeling: berichten die nieuw worden verzonden vanuit het verkeersinformatiecentrum bereiken vrijwel onmiddellijk de weggebruiker. Dat kan gaan om een nieuwe file, maar ook om een gewijzigde filelengte. Op die manier verneemt men steeds de groei (of de afname) van een file.

Deze ideale omgang met RDS/TMC blijkt ook in grote mate in de praktijk plaats te vinden. Driekwart van de deelnemers aan de proef geeft aan dit bedoelde gebruik ook te praktizeren. De mogelijkheid tot selecteren van berichten is tamelijk veel gebruikt. Een derde deel van de deelnemers voerde bijna elke dag een selectie in aan het begin van de dag. Dit wijst reeds op het belang dat men aan deze faciliteit hecht. Bij marktintroductie zal een ingegeven selectie in het geheugen blijven zodat de gebruikswaarde ervan wordt verhoogd.

In zijn algemeenheid is geconstateerd dat de penetratie van het nieuwe medium bij de proefgroep groot is. Bij ruim een kwart van de deelnemers is de gebruiksfunctie van RDS/TMC groter dan die van de traditionele verkeersinformatie. Deze groep luistert uitsluitend naar TMC-berichten of meer naar TMC dan naar radioverkeersinformatie. De grootste groep beluistert beide bronnen in even sterke mate. Deels geschiedde dit om de informatie van beide bronnen te vergelijken. Overigens zijn deze bronnen gebaseerd op dezelfde inwinningsgegevens van het KLPD. Het resterende kwart bleef meer trouw aan de traditionele verkeersinformatie.

Een bijzonder aspect van de beschikbaarheid van RDS/TMC is dat het in staat stelt aan het begin van de rit informatie op te vragen. Het zal geen verwondering wekken dat dit in bijna driekwart van de ritten feitelijk ook gebeurde. Deze eigenschap stelt de gebruiker in staat tijdig route-aanpassing te overwegen. In combinatie met het horen van nieuwe informatie en het, indien gewenst, kunnen opvragen van berichten is sprake van een betere informatievoorziening (gegeven de files die bij de verkeerscentrale bekend zijn).

Het evaluatie-onderzoek toont aan dat het percentage ritten waarin de weggebruiker geïnformeerd raakt over het wegbeeld stijgt onder invloed van RDS/TMC. Er treden twee effecten op die leiden tot een vergroting van de groep die relevante verkeersinformatie hoort (zie ook grafiek 3):

- het percentage ritten waarin bestuurders verkeersinformatie vernemen neemt toe van 66 procent tot 80 procent (ritten op het hoofdwegennet in het Rijn Corridorgebied)

- het percentage ritten daarvan waarin de bestuurder voor zijn traject relevante informatie hoort neemt toe van 35 procent tot 38 procent.

De conclusie is dat RDS/TMC in staat is om de weggebruiker doeltreffender te informeren.

Veiligheidsaspecten

Een informatiesysteem kan zowel in negatief opzicht als in positief opzicht gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid. Positief kan worden geacht dat de weggebruiker met goede en tijdige informatie beter kan anticiperen: hij wordt minder vaak met onverwachte situaties geconfronteerd. Daarentegen vraagt de aanwezigheid van extra apparatuur met bedieningstoetsen in het voertuig om extra aandacht, die ten koste kan gaan van de primaire rijtaak. Verder is er nog het mogelijke effect dat route-aanpassing plaatsvindt waarbij niet-autosnelwegen worden gebruikt. Deze wegen hebben een hoger ongevalsrisico.

Het evaluatie-onderzoek onder gebruikers heeft vooral stil gestaan bij de veiligheid op het operationele niveau: de afleiding van de aandacht van de weg als gevolg van de bediening van de ontvanger. Gebleken is dat - afgaand op een rapportage door bestuurders zelf - er een groep is die zegt afgeleid te zijn van de wegsituatie bij het bedienen van de ontvanger. De omvang van deze groep is niet groter dan de gerapporteerde afleiding bij sommige andere secundaire rijtaken. Wel ziet het er naar uit dat het meer bestuurders afleidt dan bij de bediening van de gewone radio het geval is. TNO-Technische Menskunde voert momenteel nader onderzoek uit.

Conclusies

Afgaande op het gebruik van RDS/TMC door de deelnemers in de Rijn Corridorproef kan worden geconcludeerd dat RDS/TMC als medium voor verkeersinformatie wordt geaccepteerd. Een verdere aanwijzing voor de acceptatie is de hoge mate van waardering van het nieuwe informatiesysteem. Deelnemers aan de proef waren goed in staat de meerwaarde ten opzichte van het traditionele systeem van radioverkeersinformatie te onderkennen. Hier is dus sprake van een ICT-ontwikkeling die aansluit bij een kennelijke behoefte bij eindgebruikers.

Het evaluatie-onderzoek concludeert ook dat het nieuwe informatiesysteem in staat is om - met gelijk blijvende kwaliteit van de informatie - de weggebruiker doeltreffender te informeren. Deze is vaker op de hoogte van de vigerende verkeerssituatie dan bij de conventionele radioverkeersinformatie het geval is.


Literatuur

ACCEPT, Report on assessment of field trial: RDS/TMC from the user perspective. Drive project V2046, Deliverable 16, 1995.

Broeders, W., Bouwer, M. & Katteler, H., Op weg naar betere informatie Rijn Corridor; eindrapport Rijn-Corridor consortium, 1995.

Katteler, H., Hols, M. & Kropman, J., Evaluatie pilot RDS/TMC in de Rijn Corridor. AGV/ITS, Nieuwegein/Nijmegen, 1995.

Ministerie van Verkeer en Waterstaat - Adviesdienst Verkeer en Vervoer, Dynamic traffic management in the Netherlands, maart 1992.