![]() |
I&I-> Jaargangen -> Artikel
Van een anonieme |
|
Door Eduard Kimman Kenmerkt de informatiemaatschappij zich door een toenemende anonimiteit en vergroot internet de vervreemding? Internet onderscheidt zich van eerdere communicatievormen door de mogelijkheid te participeren in virtuele verbanden, in virtuele discussiegroepen en in virtuele gemeenschappen. Het internet is de eerste vinding in een lange reeks die ons in staat stelt verschillende namen, identiteiten of identifiacaties te hebben. De virtuele wereld is een polionieme: men kan onder een veelheid van namen participeren. Nieuwe wijzen van communicatie zijn bedreigend. Dat is zo, dat was zo. De telefoon en de telegraaf werden aan het begin van onze eeuw gezien als bedreigend voor de gemeenschap. We hebben er mee leren leven en we hebben ons leven erdoor laten verbeteren. Technische verbeteringen en technische doorbraken werken bedreigend doordat ze 'onttoverend' zijn. Max Weber heeft dat begrip geïntroduceerd: Entzauberung, onttovering. Maar het is een gevoel dat veel ouder is. Vernieuwingen ontzetten bestaande patronen. Misschien dat daarom bij een innovatie ook vaak wordt gedacht aan wat er verdwijnt, aan nieuwe pech, aan nieuw misbruik of criminaliteit. Vernieuwingen worden niet zelden gekleineerd en gebagatelliseerd. Zo wordt er gesproken van de 'hype' van het Internet; het Internet is ingewikkeld, het hapert en het stelt eigenlijk toch niet zo veel voor. Internet zou niet zo'n geweldige innovatie zijn: het misbruik, de racistische taal of de mogelijkheden van pornotransmissie drukken onze neus op een onsympathiek Internet. Niet alle industriële innovaties veranderen ons levenspatroon. Ooit, een eeuw of wat geleden, is ons leven grondig veranderd door de industrialisatie. Ik denk dat Internet ons leven opnieuw grondig gaat veranderen. Ik zal dit uiteen zetten door een vergelijking te maken met de vernieuwingen als gevolg van de Industriële Revolutie. Ik heb tien jaar op Java, Indonesië, in omstandigheden gewoond die een beetje traditioneel genoemd mogen worden. Ik was dan wel een Nederlander, maar ik deed een tweede studie in Yogyakarta. Ik woonde bij de Indonesische jezuieten en maakte wel eens mee dat een van mijn Javaanse leeftijdsgenoten de orde verliet. Emotioneel doet zoiets denken aan een verloving die wordt verbroken. Halverwege de studie zag men af van het voornemen om priester te worden. Men besloot dus het convent te verlaten en elders een nieuw leven op te bouwen. De rector van het huis deelde zo'n beslissing mee en dan volgde er een korte bijeenkomst, waarin de man in kwestie vertelde waarom hij uit de gemeenschap trad. Het duurde meestal nog wel een paar dagen voordat hij daadwerkelijk ging verhuizen en dikwijls bleef men nog een tijdje in Yogya rondhangen. In huis ontstond een discussie over de naam die hij zou gaan dragen. Zou hij terugkeren naar de naam van zijn jeugd, zijn jongensnaam? Zou hij een nieuwe naam aannemen of de naam van zijn vader overnemen? Of zou hij helemaal niets aan zijn naam veranderen? Java, Indonesië, met een bevolking van ruim honderddertig miljoen inwoners, is een van de plaatsen waar mensen hun naam kiezen en veranderen wanneer daar een aanleiding voor is. Een naam weerspiegelt een persoonlijkheid. Het aannemen van de naam van de vader is de wens om de bewonderde persoonlijkheid van de vader te weerspiegelen. Een huwelijk met een 'welgestelde' partner kan ook aanleiding zijn een nieuwe naam te kiezen die de nieuwe status weerspiegelt. En dan de namen van adellijke personen: in de wandelgangen afgekort zoals iedere Javaanse naam tot een- of twee lettergrepen, maar de Javaan hoort er een klank in, van een sanskriet woord of een prefix, die alleen kinderen van adellijke families zich mogen toeëigenen. Bij mijn laatste bezoek merkte ik dat deze gewoonte slijt. Vooral de kinderen uit Javaanse ouders die opgroeien in de grote steden voelen zich meer en meer Indonesiër. Ze hebben een naam gekregen bij hun geboorte. Ze moderniseren die naam een beetje op de middelbare school: de afkorting Sono wordt de roepnaam Sonny, Edi wordt Eddy, en sommigen heten nu kortweg Johnny of Mecky. De economische groei in Indonesië is stormachtig en het dromerige eiland, waar ik van 1973 tot 1983 woonde, verliest snel allerlei pre-industriële en vroeg-industriele trekjes. En dan gaat het mij er niet om dat ik in die jaren nauwelijks gebruik maakte van een telefoon en dat het briefverkeer meestal gebruik maakte van bevriende relaties tussen de hoofdstad en mijn woonplaats, maar dat ik leefde in een wereld waar privacy, individuele persoonlijkheid en identiteit nog niet zo 'westers' of 'industrieel' waren als ze bij ons zijn. De naamgeving is daar een interessante illustratie van. Om het eens algemeen (en waarschijnlijk veel te algemeen) te stellen: pre-industriële mensen dragen geen eenduidige namen. Er zit weinig systeem in de naamgeving. Soms is het die van de vader, van de moeder, van het huis, van het dorp, van het beroep van de vader, van het eigen beroep of kortweg 'kind van iemand', dan weer is het de uitdrukking van iemands wezen, van iemands ideaal of van iemands positie in een samenleving. Daarentegen vereist de moderne tijd een eenduidig systeem van voornamen en achternamen, van regels met betrekking tot het veranderen en regels met betrekking tot de naamgeving. Er zijn registers waar de namen in zijn opgetekend. Die registers geven rechten: op een paspoort, op bijstand, op studiefinanciering, op een uitkering en op nog veel meer. Soejono, Soetomo, Hartini of Fatimah hadden dat wel niets, maar zij werden gekend in hun kring, kampong, dorp of uitgebreide familie. De naam was de uitdrukking van iemands wezen, van iemands verbondenheid met anderen en van iemands toebehoren aan een groter geheel. Industrialisatie breekt die wereld op. Mensen gaan werken voor een werkgever en komen 's avonds thuis: in een andere omgeving. Met industrialisatie geef ik een verandering van leven aan; een verandering van denken, van zichzelf organiseren. Een verandering die min of meer in de late achttiende eeuw is begonnen op bepaalde plaatsen in West-Europa en Groot-Brittannië en die zich thans, cultureel aangepast, doet gelden in veel landen met een industriële economische groei. Een industriële naam van iemand is de naam die bij een gezin hoort, bij een straat met huisnummer, bij een fiscaal aanwijsbare eenheid. Die naam is nodig om de rechten van de gezinsrelatie te doen gelden in de Burgerlijke Stand, bij de kinderbijslag, bij de participatie aan een pensioenfonds, bij de oudervereniging, en bij nog zo veel meer instellingen die horen bij een geïndustrialiseerde samenleving. En ook al stond die naam op de deur van vele huizen, in de telefoongids en in allerlei bestanden, toch werd die geïndustrialiseerde samenleving ook gekarakteriseerd als een anonieme samenleving. Een samenleving waar mensen functioneerden zonder elkaars naam te kennen. Althans, zonder elkáár te kennen. Niet zelden is handel drijven in een pre-industriële samenleving een kwestie van veel tijd, van afdingen en van groot vertrouwen. Toeristen in Indonesië en in andere oorden beklagen zich er vaak over dat ze in economieën zonder vaste prijzen het gevoel hebben voortdurend te veel te betalen en bedonderd te worden. Zij vergeten dan dat een voorbijganger -wat een toerist per definitie is - nu eenmaal niet echt interessant is in een pre-industriële samenleving. Voor vaste relaties, voor bekenden dus, worden per transactie prijzen vastgesteld die de financiële situatie van een der partijen, familie-omstandigheden en andere problemen kunnen reflecteren. Maar in een industriële wereld reflecteren de prijzen kosten van inkoop, van produktie, van marketing en een voorgecalculeerde winstmarge. De detailhandel in een geïndustrialiseerde samenleving tendeert naar vaste, duidelijk gepubliceerde prijzen, waarop niet kan worden afgedongen. In een industriële wereld gaat het niet om relaties, maar om transacties; niet om wie iemand is, maar om wat iemand voortbrengt, verhandelt of doet. Dat was nieuw. Die grote verandering werd niet door iedereen verwelkomd. Voor verschillende schrijvers in de negentiende eeuw was het een soort vervreemding. Industrialisatie bracht een nieuw soort samenleving: geen Gemeinschaft, maar Gesellschaft. En die nieuwe maatschappij maakte rond de eeuwwisseling een overwegend anonieme indruk. Nu, bijna een eeuw later, is die indruk ons vreemd geworden. Als we denken aan onze hoeveelheid contacten, vrienden, kennissen en familieleden is anonimiteit toch niet onze eerste reactie op de wereld om ons heen. We mogen onze buren dan wel niet meer zo goed kennen, de winkeliers nauwelijks en het personeel in warenhuis en supermarkt al helemaal niet meer, maar daarvoor in de plaats zijn er de netwerken. Allerlei soorten netwerken; aangepast aan een karakteristiek van de industriële wereld, waarin wonen en werken twee gescheiden sferen zijn. De familie, het gezin, onze partner of onze 'echte' vrienden zijn thans een deel van onze privacy. In een traditionele samenleving was dat anders: de familie is daar ook de economische basis, het huis is ook de werkplek, de naam weerspiegelde wat iemand was, deed en waard was. In 'enen'. De industrialisatie heeft dat gewijzigd. Dat is voorgesteld als een breuk met de pre-industriële samenleving. Toch moeten we die pre-industriële samenleving niet romanticeren. Het was een wereld zonder privacy, zonder sterk individuele persoonlijkheden, zonder ondernemerschap en zonder veel sociale instituties die nu niet meer uit ons leven weg te denken zouden zijn. De industrialisatie heeft pas het kerngezin, de privacy, de privé-wereld met onze meest primaire relaties geschapen. Hoewel het gezin nu als hoeksteen van de samenleving wordt betiteld, moeten we wel beseffen dat dit een betrekkelijk jonge traditie is. In een pre-industriële wereld rustte de samenleving op de brede familie, verstrengeld met een hoeve, een ambacht of een gilde. Het collectieve leven van toen hoeft niet te worden geïdealiseerd, wij zouden een leven zonder privacy nauwelijks aan kunnen. Althans dat is mijn standpunt, na bijna tien jaar in een wereld geleefd te hebben met veel pre-industriële en traditionele trekjes. De industrialisatie vindt nu overal ter wereld plaats. De landen die niet industrialiseren, met name in Afrika, klagen dat ze buiten worden gesloten. En in de zogenaamde ontwikkelde landen is een van de hardnekkigste problemen dat er mensen zijn die niet werken in die industriële setting. De geïndustrialiseerde wijze van leven - in gescheiden sferen - is norm geworden. Wie er buiten valt klaagt. Toch wordt er al gesproken van post-industrialisatie. Een wereld die post-modern is. Een samenleving die voorbij het kerngezin uit de industriële fase is. Een samenleving die getalsmatig veel kleine huishoudens zal omvatten; overwegend eenpersoonshuishoudens. Een wereld, die nog meer sferen kent en nog meer onderverdelingen. Na een geïntegreerde samenleving kwam de industriële maatschappij. Maar nu komt er een maatschappij met onderverdelingen van niet-ruimtelijke aard. En in die wereld komt Internet op. En net als tijdens de industrialisatie van de negentiende eeuw vraagt menigeen zich af of die informatiemaatschappij een wereld gaat worden met nog meer anonimiteit. Een wereld met nieuwe criminaliteit, waarbij dan racistische taal, pornografie en inbreuk op het auteursrecht als voorbeelden worden genoemd. De contactmogelijkheden van het Internet en de andere elektronische snelwegen zijn legio. Criminaliteit en verdere anonimiteit kunnen daarbij horen. Het hoeft niet. In afwijking van eerdere innovaties van de industrialisatie meen ik dat Internet de vervreemding niet hoeft te vergroten. Er gaat meer en anders gecommuniceerd worden. En ik laat even in het midden of datatransport ook leidt tot toename van informatie of zelfs tot toename van kennis. Op dat probleem gaan anderen in. Maakt Internet onze wereld anoniemer? Onttovert Internet zoals zoveel andere ontdekkingen? Ik meen te moeten stellen: neen! Tot nu toe hebben de meeste innovaties ons steeds mobieler gemaakt: trein, vliegtuig, auto. En ook fax en telefoon: we zijn overal bereikbaar. We kunnen steeds vaker en steeds verder reizen. Scholieren gaan als jonge ontdekkingsreizigers op Tienertoer door de Benelux of met Interrail door heel Europa. Het is steeds gemakkelijker geworden om op reis te gaan. We blijven dankzij de telecommunicatie gemakkelijk verbonden met het werk, met het huis, met allerlei instellingen of mensen. Een brief is niet meer nodig; een telefoontje volstaat. Dat betekent echter ook dat er getwijfeld mag worden aan de mate waarin zulke reizigers 'op weg' zijn. Er wordt in groepjes rondgezwermd of met zakenrelaties geconfereerd zonder dat we de achterban loslaten. Toeristen lijken in niets op de zeelieden, de emigranten en de vluchtelingen die in de afgelopen eeuwen hun gemeenschap verlieten om elders aan een nieuwe gemeenschap bij te dragen. Zakenlieden lijken nauwelijks op de handelsreizigers van toen. In den vreemde zorgt de transport- en hotelindustrie ervoor dat toeristen en zakenreizigers zich 'thuis' voelen. En hierin onderscheidt het Internet zich van eerdere communicatiemogelijkheden. Het schept de mogelijkheden te participeren in virtuele verbanden, in virtuele discussiegroepen en in virtuele gemeenschappen. Hoewel we thuis zijn, kunnen we op reis gaan. We kunnen met vreemden contact leggen. De avontuurlijke reis die geografisch bijna onmogelijk is geworden, kan op Internet wel plaatsvinden. Nu de wereld ons steeds minder nieuwe vistas biedt, schept Internet totaal nieuwe mogelijkheden. We kunnen op reis, op zoek en op bezoek, onder een veelheid van namen. We kunnen van onze persoonlijkheid prijsgeven wat we willen. Er zijn talloze mogelijkheden tot presentatie en identificatie. Het Internet is de eerste vinding in een lange reeks die ons in staat stelt verschillende namen, identiteiten of identificaties te hebben en onder verschillende namen te participeren in virtuele verbanden. De virtuele wereld is een polionieme: onder een veelheid van namen kan ik participeren. Industrialisatie heeft tot dusverre steeds nieuwe afscheidingen, specialisaties en terreinafbakeningen gebracht, maar wel op een gestandaardiseerde manier. Een baan: zo mogelijk voor iedereen. Privacy: we hebben er allen recht op. Scholing: voor iedereen verplicht. De hele catalogus van mensenrechten kan als ethische verworvenheid worden bekeken, maar die rechten kunnen ook worden beschouwd als de gestandaardiseerde normen van een geïndustrialiseerde maatschappij. En door die standaardisering kan de wereld een 'global village' worden. Met Internet ontstaat er een breuk in die trend! Onder nieuwe namen kunnen we verre streken gaan bereizen, met vreemden een gesprek voeren, met onbekenden iets ondernemen en ook met 'nicknames' allerlei kattekwaad uithalen. Voor sommigen is de polionomie bedreigend, maar ik denk dat het communicatieve karakter de overhand zal hebben. Vrijheid brengt altijd nieuwe problemen. Alleen totalitaire regimes schijnen misdaad te kunnen uitbannen. Kwaad bestaat. Kwaad is onuitroeibaar. De rechtsstaat dringt misdaad en onrecht tot op zekere hoogte terug. Op het Internet zijn nieuwe mogelijkheden voor fraude, voor inbreuk op de privacy en voor misdaad. De rechtsstaat zal dat aspect onder zijn hoede moeten nemen. Industrialisatie heeft nieuwe namen gegeven en toch het verwijt op zich geladen anonimiteit te brengen. Internet zal nog meer namen aan ieder van ons geven. Zal de informatie die we op het Internet 'zetten' ons van elkaar verwijderen en ons van onszelf vervreemden? Ik denk geen van beide. De lijn van de industrialisatie, van de opsplitsing van ons bestaan, van de steeds verdere individualisering en specialisering, wordt in een geheel nieuwe richting gebogen. Ieder van ons kan op het Internet beschikken over verschillende namen, persoonlijkheden en identiteiten, maar ik verwacht niet dat ons bestaan daardoor nog vervreemdender wordt. Integendeel. De nieuwe elektronische bereikbaarheid doet virtuele verbanden ontstaan. Internet biedt een onvoorstelbare hoeveelheid soorten nieuwe participatiemogelijkheden. En dat is nieuw. Ik overzie nog nauwelijks de mogelijkheden van deze virtuele gemeenschappen, maar mijn ervaringen tot dusverre zijn overweldigend. Het wetenschappelijke, journalistieke en ook informatieve gesprek met 'vreemden' stimuleert. De reis in het onbekende is weer mogelijk! Het ultieme individualisme maakt gebruik van de ultieme afsplitsing in meer namen. Dat kan als bedreigend worden gezien. Maar het hoeft niet te betekenen dat we erdoor bedreigd gaan worden. Uiteindelijk heeft de industriële maatschappij ook nieuwe vormen van relaties, van gekozen netwerken, van vrijheid van participatie in solidariteitscirkels mogelijk gemaakt. Wie vroeger te veel keek naar de negatieve gevolgen van de onttovering van de traditionele samenleving zag overal vervreemding en anonimiteit. Met de post-industriële informatie-maatschappij is dat anders. Ik vermoed nieuwe, goede en uitdagende mogelijkheden in de virtuele netwerken en gemeenschappen die nu in wording zijn. Onder een veelheid van namen participerend in een veelheid van cirkels. In het verleden was het een uitdaging voor de vorst om incognito zijn land te bereizen en zo te achterhalen wat er leefde onder het volk. Nu kunnen we allen incognito surfen op het Internet. We zullen er meer mensen ontmoeten en nieuwe vrienden opdoen. Geen anonieme, maar een polionieme wereld, waarin we vele namen in vele werelden kunnen zijn. Wie dat bedachtzaam doet zal net als de reizende vorst uit vroeger tijd een wijzer en beter mens kunnen worden. |
|