![]() |
I&I-> Jaargangen -> Artikel
Digitaal leven en de draaikolk van de cultuur
|
|
Door: H. R. van der Loo Het denken over de toekomstige implicaties van nieuwe ontwikkelingen op het terrein van informatie en communicatie wordt doorgaans gedomineerd door eenzijdigheden en gesimplificeerde veronderstellingen. Het 'draaikolken-model' dat in onderstaand artikel wordt geschilderd, lijkt een goede stap om enerzijds dergelijke versimpelingen te voorkomen, maar anderzijds niet in de postmoderne valkuil te lopen die zegt dat alles één grote en ontwarbare kluwen van chaos, dynamiek en diversiteit is. Het model is tot nu toe onder andere ingezet bij het uitwerken van toekomstscenario's en het genereren van nieuwe bedrijfsmatige activiteiten op het terrein van informatie en communicatie. Het heeft daarbij goede diensten bewezen.
Aanbeland bij het einde van de twintigste eeuw kan men niet anders dan glimlachend neerkijken op de kinderlijke naïviteit waarmee onze voorvaderen de impact van nieuwe technologieën op ons doen en laten trachtten in te schatten. Sadder and wiser geworden, gaan wij niet langer voorbij aan het gegeven dat technologie tot fundamentele maatschappelijke omwentelingen kan leiden. Sterker nog, deze laatstgenoemde gedachte wordt eenvoudigweg gepostuleerd. Vanaf het moment dat de futurologie zich aandiende, zo'n veertig jaar geleden, heeft eigenlijk niemand er nog langer aan getwijfeld dat een blik in het boek Technologische Openbaringen voldoende zou zijn om tot dieper inzicht te komen in de dingen die gaan komen. Hoewel het aantal missers van toekomstvoorspellers hen inmiddels het schaamrood op de kaken zou hebben moeten brengen, is het genre nog steeds razend populair.(2) Sterker nog, het is momenteel populairder dan ooit. Waar men momenteel ook zijn oor te luisteren legt, overal gonst het van de deskundigen die ons allerhande dramatische omwentelingen in het vooruitzicht stellen. Met name het terrein van de informatie- en communicatietechnologie fungeert momenteel als open jachtgebied voor degenen die even snoeverige als fantasievolle verhalen over een elektronische toekomst voorspiegelen. Meestal staat aan den beginne van ieder betoog een getal. Of beter gezegd, een curve. Overal waar de apologeten van de elektronische toekomst hun mare verbreiden, schallen de explosieve groeicijfers van het aantal netwerkgebruikers in het rond. Dertig miljoen, nee veertig en misschien wel honderd miljoen mensen zijn reeds aangesloten op Internet. En dit aantal groeit jaarlijks met ruim honderd procent. Dat betekent dat kort na de eeuwwende iedere wereldburger op het net is aangesloten! Hoewel het waarheidsgehalte van dergelijke cijfers wellicht gering is paradoxalerwijze moet men constateren dat de zeggingskracht van exacte data afneemt in het labyrint dat de nieuwe elektronica vormen bezitten ze blijkbaar wèl grote overtuigingskracht. Ze fungeren als self fulfilling prophecy, die de hefboom vormt voor een geheel nieuwe bedrijfstak van ondernemingen die zich aan de nieuwe toekomstvisie optrekken en druk bezig zijn om nieuwe type produkten en diensten te bedenken die de consument wellicht van nut zullen zijn. Men kan er niet omheen te constateren dat de alledaagse realiteit heel wat minder prozaïsch is dan de technologiefreaks ons doen geloven. Internet? Na alle free publicity die deze media-hype de afgelopen tijd heeft gekregen, zou men toch denken dat er geen Nederlander meer was die nog niet weet wat dit nu eigenlijk inhoudt. Mis, de naambekendheid ligt momenteel onder de 50 procent. Bij een term als multimedia schiet de gemiddelde Nederlander als eerste de associatie 'Jomanda' in het hoofd. Betreft het hier vooral de cognitieve onwetendheid met het nieuwe technologische genre, wanneer het gaat om het daadwerkelijk gebruik liggen de verhoudingen nòg duidelijker. De doorsnee consument wordt niet koud of warm van de vele nieuwe zegeningen. Onder degenen die desondanks tòch een stap in de nieuwe wereld hebben gewaagd, zijn er velen die plotseling bevangen zijn door een technologie-allergie en niets meer over het thema computers en elektronische communicatie willen horen. De highway-visionairen zijn meestal geneigd om dit soort zaken te wijten aan ontbrekende kennis bij de gebruiker of als voorbijgaande kinderziekten af te doen. Zo eenvoudig ligt het echter niet. In deze beschouwing wil ik laten zien dat de complexe verwevenheden van onze technologische samenleving een geheel nieuwe benadering van technologische vernieuwingen vereisen. De bestaande en eenduidige zienswijze, waarin de technology push-gedachte domineert en waarin de een-dimensionaliteit van de daaruit voortvloeiende toekomstprojecties centraal staat, zal vervangen moeten worden door perspectieven waarin de sociale en culturele dimensies van technologische ontwikkelingen nadrukkelijker geaccentueerd worden. Van een-dimensionaliteit naar gelaagdheidNiet in alle advertenties is het dezelfde persoon, maar het idee erachter is wel hetzelfde. Hij of zij ziet eruit als het type ideale werknemer: goed gekleed, dynamisch voorkomen, goed op de hoogte van wat er zoal in de wereld te koop is en zich blijkbaar helemaal uitlevend in de immer opwindende baan en ook in de vrije tijd rusteloos zoekend naar steeds weer nieuwe uitdagingen en vormen van zelfexpressie. Het leven van de betreffende hij of zij staat in het teken van het grenzeloze aanbod van nieuwe produkten en diensten, die niet alleen eindeloze interactiviteit, maar ook continue bereikbaarheid in combinatie met mega-mobiliteit beloven. Het 'digitale leven' dat ons in de media, maar ook in de meer als serieus bedoelde toekomstvoorspellingen wordt voorgeschoteld, is van een opmerkelijke eenvoud.(3) Twee basisgedachten domineren. Enerzijds wordt er zonder meer vanuit gegaan dat technologieën die qua ontwerp en inhoud revolutionair zijn hierdoor ook revolutionaire maatschappelijke gevolgen met zich mee zullen brengen. Anderzijds stelt men zich op het standpunt dat de maatschappelijke realiteit in betrekkelijk eenduidige en een-dimensionale termen beschreven kan worden. Achter beide veronderstellingen kan men vraagtekens plaatsen.De eerstgenoemde gedachte is in feite niet meer dan de zoveelste uiting van het zogeheten 'Chriet Titulaer-syndroom': snelle ontwikkelingen in de technologie, zo stellen degenen die onder dit syndroom gebukt gaan, leiden automatisch tot fundamentele en vergaande veranderingen in de samenleving. Dankzij de nieuwe media zal onze manier van politiek voeren straks volledig op zijn kop gezet worden. Internet schept geheel nieuwe sociale verhoudingen. Vrede, harmonie, democratie, wijsheid kortom het goede leven is in ieders handbereik. De nieuwe technologieën werken met 'bits' dus wat staat ons in de toekomst te wachten: inderdaad, een 'digitaal leven'. De hardnekkigheid van deze gedachte valt niet op rationele gronden te beargumenteren. Er hoeven geen moeilijke argumentaties aangevoerd te worden om aan te tonen dat de impact van nieuwe technologische hulpmiddelen meestal veel geringer is geweest dan aanvankelijk werd verondersteld. Kijkend naar media als de radio, de televisie, de telefoon of de personal computer media die allen tot in de vezels van het alledaagse leven zijn doorgedrongen en daar ook voor de nodige veranderingen hebben gezorgd dan moeten wij constateren dat het tempo, de reikwijdte en de richting van deze veranderingen steeds anders verliepen dan oorspronkelijk was aangenomen. Laten wij als voorbeeld de telefoon nemen. Van een neutrale en overwegend voor zakelijke doeleinden te gebruiken technologie evolueerde dit medium geleidelijk tot een onmisbaar hulpmiddel om de emotionele huishouding van eigentijds individuen te reguleren. Opmerkelijk hierbij is dat de telefoon niet zozeer allerlei sociale veranderingen in gang heeft gezet, maar veeleer perfect in een paradoxaal proces van intieme anomisering blijkt te passen, een proces dat zich afspeelt in een groeiende niet-lokaliseerbare, onzichtbare maatschappelijke sfeer waarin individuen elkaar aftasten door een deel van hun individualiteit prijs te geven, zonder dat zij daarvoor fysiek met elkaar in contact hoeven te treden.(4) Dierlijke 'sex drives' die onder invloed van een eeuwenlang beschavingsproces uit de openbare sfeer zijn verbannen, kunnen nu via de telefoon in de privésfeer van anonieme intimiteit worden uitgeleefd: het enige wat gedaan moet worden, is één van de honderden 06-lijnen te bellen. Getuige haar vermogen om mensen in sociaal en psychologisch opzicht uit de tent te lokken, blijkt de telefoon daarnaast ook tegemoet te komen een groeiende behoeften om anoniem over kwesties van schuld en schaamte te praten. De ruim dertig SOS-Telefonische Hulpdiensten getuigen hiervan, evenals de explosieve groei van gratis ter beschikking gestelde of commercieel uitgebate 06-service- en klachtenlijnen. Het voorbeeld van de telefoon, dat ik hier uiteraard slechts zeer zijdelings en summier kan behandelen, toont ten minste drie zaken aan. Allereerst geeft het inzicht in de betrekkelijk geruime 'lead time' die nodig is om een nieuw communicatiemedium in het sociale weefsel van het alledaagse leven te doen opnemen. In de tweede plaats toont het aan dat nieuwe technologieën niet zozeer maatschappelijke megatrends in gang zetten, maar veeleer afhankelijk zijn van de mate waarin zij tegemoet komen een onderliggende sociale veranderingsprocessen. In de derde plaats maakt het duidelijk dat de reikwijdte van de met veel aplomb veronderstelde revolutionaire uitwerkingen meestal beperkt is. de telefoon heeft zich als onmisbare schakel in onze dagelijkse bezigheden ontpopt en zal in de toekomst wellicht nòg onmisbaarder zijn. Het leven verandert weliswaar onder invloed van de technologie, maar dat doet het sowieso, nieuwe media of geen nieuwe media. De mate waarin nieuwe technologische regimes weten door te dringen in het alledaagse leven hangt af van de vraag in hoeverre gebruikers erin slagen het medium te temmen en familiaire eigenschappen toe te denken. In plaats van de 'alles wordt anders show' die de technologisch-visionairen veelal opvoeren, staat de introductie van nieuwe technologie vooral in het teken van de vraag hoe het nieuwe zodanig geherdefiniëerd en gedomesticeerd kan worden dat het geen bedreiging vormt voor bestaande levensvormen en daarmee corresponderende denkwijzen.(5) Vanuit dit gezichtspunt geredeneerd, ligt de verklaring van de ontbrekende interesse voor beeldtelefonie bijvoorbeeld niet zozeer in de sfeer van technologische ('het systeem is nog niet perfect') of economische tekortkomingen ('het is nog te duur'), maar meer in het culturele gegeven dat de combinatie van spraak en beeld niet binnen de codes van de bovengenoemde tendens tot anonieme intimiteit past. De beeldtelefoon vormt een bedreiging voor het subtiele principe van afstandelijke nabijheid: de andere partij is zowel nabij als onzichtbaar. de beeldtelefoon dwingt de gebruiker tot een extra prestatie, namelijk zich op een zichtbare manier aan de ander presenteren. Hiermee ben ik tevens aanbeland bij mijn tweede kanttekening tegen de dominerende zienswijze: er wordt immers niet alleen zonder meer uit gegaan van een congruentie tussen technologische en maatschappelijke omwentelingen, maar daarbij overheerst ook een een-dimensionele kijk op onze maatschappelijke werkelijkheid. Wie de momenteel circulerende toekomstprojecties op zich in laat werken, wordt gefrappeerd door de uitermate simplistische mens- en maatschappijbeelden die eraan ten grondslag liggen. Dat mensbeeld is er een van naar opwindende interactiviteit hunkerende en als informatiezuigende sponzen door het leven gaande individuen. De toekomstige samenleving is veelal weinig anders van dan één groot mondiaal informatie-, communicatie-, media- en bezorgingssys teem waarbij de vele bits allen graag bij de mensen aan huis komen. Nu vallen maatschappelijke tendensen in deze richting uiteraard niet te negeren. Ook zullen er her en der individuen of mogelijkerwijze zelfs hele groepen kunnen worden aangetroffen die aan het bovengenoemde persoonlijkheidsprofiel tegemoet komen. Maar als typering van actuele sociale megatrends is dit uiteraard ver bezijden de realiteit. De maatschappelijke ontwikkeling wordt in zijn essentie juist bepaald door het verdwijnen van bestaande zekerheden, verplichtingen en vanzelfsprekendheden. We leven, met andere woorden, in een 'maatschappij van de verdwijning'.(6) Parallel aan dit proces vindt een enorme verruiming van keuzemogelijkheden plaats die de samenleving een multi-optioneel karakter geeft.(7) Als gevolg van deze ontwikkeling is het maken van keuzes niet langer een privilege van weinigen en een luxe die dankbaar in ontvangst genomen moet worden, maar een sociale plicht van velen geworden. Of, zoals de socioloog Anthony Giddens het fraai verwoordt: 'we cannot choose, but to choose'.(8) Wissels in het leven die voorheen betrekkelijk automatisch en gedachteloos werden geno men, zijn tegenwoordig punten van reflectie en discussie geworden. Het resultaat hiervan is dat de alledaagse werkelijkheid een pluraal, complex en gelaagd karakter heeft gekregen. Mensen geven niet alleen, zoals wij hiervoor reeds constateerden, zin en betekenis aan de technologische voorwerpen waarvan zij zich bedienen, maar zij doen dat ook in toenemende mate op individuele en uiteenlopende wijze. De draaikolken van de cultuurLaat ik mijn betoog kort samenvatten: een ieder die zich bezighoudt met het verkennen van eventuele sociale impact van nieuwe technologieën zal zich allereerst terdege bewust moeten zijn van de wijze waarop de in de technologie belichaamde culturele betekenissen en codes in het alledaagse leven worden gebruikt, omgevormd, strategisch ingezet of zelfs misbruikt. In de tweede plaats zal men zich hierbij rekenschap dienen te geven van het complexe, gevarieerde en gelaagde karakter van de alledaagse realiteit. Nu zou dit laatste aanleiding kunnen zijn om de stelling te verkondigen dat de samenleving min of meer stuurloos van het ene moment naar het andere en van de ene gebeurtenis naar de andere snelt. Men hoort dit momenteel in alle toonaarden beweren door trend-watchers en marketeers. We leven, zo stellen zij, in een wereld waarin weinig stabiliteit bestaat en waarin alles zijn uiterste vervaldatum heeft: wat vandaag 'in' is, zal morgen wellicht passé zijn. Er is sprake van een steeds sneller ronddraaiende carrousel van trends, modes en stijlen waarin weinig beklijft en waarin burgers en consumenten zich van hun steeds zwevender en grilliger wordende kant laten zien.(9) Hoezeer dit beeld van een door en door chaotische samenleving momenteel wordt uitgedragen, het is slechts een deel van het verhaal. Aan de oppervlakte van onze cultuur en met name in de sfeer van media en eigentijds vermaak is het inderdaad een komen en gaan van trends. Daaronder zijn echter nog wel degelijk betrekkelijk scherp omlijnde culturele patronen en daarmee verweven sociale instituties zichtbaar.De huidige maatschappelijke realiteit is te verge lijken met een woeste en gevaarlijke zee, die rond allerlei rotsen en kreken klotst. Afhankelijk van de topografie van de zeebodem en de stromingen ontstaan er verschillende draaikolken. De kracht en dynamiek van deze draaikolken wordt niet alleen bepaald door de zojuist genoemde elementen, maar ook door de inwerking van atmosferische elementen: de weersgesteldheid, de stand van maan die het eb- en vloedpeil bepaald en zo voort. Drijvend in deze woelige zee zal men na verloop van tijd door één van de draaikolken worden aangezogen. Afhankelijk van de dynamiek, maar ook van het eigen gedrag, zal men ofwel in deze draaikolk blijven drijven ofwel er na enige tijd uitgegooid worden, om vervolgens eventueel weer door een andere draaikolk te worden meegesleurd. De vertaling van dit beeld naar de maatschappelijke realiteit is betrekkelijk eenvoudig. De zeebodem wordt in werkelijkheid gevormd door betrekkelijk stabiele, doch wel degelijk geleidelijk veranderende fundamentele menselijke behoeften. Men kan in dit verband denken aan de behoeften uit de zogeheten 'Maslow-piramide', maar ook aan de veel besproken overgang van 'materialistische' naar 'post-materialistische' behoeften.(10) De atmosferische elementen bestaan uit maatschappelijke megatrends, hiervoor globaal omschreven als het verdwijnen van vanzelfsprekendheden en de komst van individuele keuzemogelijkheden. Afgaande op de dynamiek en het paradoxale karakter van de krachten die deze ontwikkelingen met zich meebrengen, kan men niet anders dan constateren dat de huidige maatschappelijke situatie te typeren valt als 'aanhoudende storm, windkracht 10'. Dergelijke weersomstandigheden hebben uiteraard grote invloed op de woelingen van het zeeoppervlak: zoals daarnet gezien, is onze cultuur dan ook in de ban van allerlei kortlopende trends en tegentrends die het bestaan een grillig en chaotisch karakter geven. Tenslotte resten nog de draaikolken: dit zijn specifieke manieren van leven en daarmee corresponderende culturele zienswijzen oftewel sociaal-culturele modellen die aangeven hoe bepaalde groepen tegen de werkelijkheid aankijken. Deze modellen bepalen dus niet alleen hoe mensen met elkaar omgaan, maar ook wat zij willen zien en wat niet. Toegespitst op het thema van in formatie en communicatie betekent dit dat de behoefte van mensen aan informatie en communicatie geenszins grenzeloos is. Uit het eindeloze aanbod aan mogelijkheden kiezen zij die elementen die bij specifieke sociale contexten, alsmede daarmee verbonden organisatievormen en manieren van leven aansluit. De theoretische onderbouwing van deze sociaal-culturele modellen is afkomstig van oorspronkelijk is geformuleerd door de antropologe Mary Douglas en die later verder is uitgewerkt door Thompson, Ellis en Wildavsky.(11) Door twee uiteenlopende dimensies de sterkte van groepsrelaties ('groep') en de sterkte van voorschriften en regels ('raster') op elkaar te betrekken, onderscheidt de theorie vier sociaal-culturele modellen. Simpel gezegd, staat de groepsdimensie voor de mate waarin individuen zijn ingelijfd in begrensde sociale eenheden. Het gaat hier, met andere woorden, om de vraag naar de mate waarin gedrag wordt bepaald door het lidmaatschap van een bepaalde groep. Deze dimensie kan variëren van sterk tot zwak. In het geval van zwakke groepsbindingen staat het collectieve aspect op de achtergrond, terwijl de individuele autonomie overheerst. Grenzen tussen 'wij' en 'zij' zijn in dat geval vloeiend: de mensen met wie men omgaat, wisselen continu. Is daarentegen sprake van een sterke groepsdimensie, dan ontstaat een volledig tegengesteld patroon. De tweede dimensie, die van het raster, gaat niet over de vraag met wie men omgaat, maar om de kwestie hoe men met anderen omgaat. Ook deze dimensie kan van zwak tot sterk variëren. Hoe zwakker het raster, des te meer speelruimte hebben individuen om hun eigen regels, voorschriften en levensscripts te bepalen. Indien echter sprake is van een sterk raster, dan liggen de regels en voorschriften reeds bij voorbaat. De individuele bewegingsruimte is dan gering. Door beide dimensies op elkaar te betrekken en naar sterkte en zwakte te variëren, ontstaan vier sociaal-culturele modellen (zie figuur 1).(12) Linksboven in het schema treft men een manier van leven aan die als hiërarchisch of geregeld valt te typeren. Vanuit dit perspectief draait het in het leven vooral om controle, beheersing, regelmaat en voorspelbaarheid. Mensen of groepen die in deze culturele draaikolk terecht zijn gekomen, bezien de wereld vanuit het oogpunt van de naleving van regels en het naadloos functioneren van syste men.(13) Aangezien het in dit model vooral draait om het behoud van ordening, zal het duidelijk zijn dat vernieuwingen niet bepaald worden geapprecieerd. Het grondpatroon van communicatie en informatieoverdracht kan in termen van het bekende model van Bordewijk en Van Kaam getypeerd worden als 'allocutie': de gelijktijdige overdracht naar een omvangrijk publiek vanuit een centraal punt en op een gegeven tijdstip.(14) Traditionele vormen van omroep vallen hier uiteraard onder, maar ook nieuwe ontwikkelingen zoals het hele 'tele-gebeuren' (tele-shoppen, pay-tv, tele-werken enz.) worden tot dusver in sterke mate geherdefinieerd vanuit het 'geregelde perspectief'. Vanuit het geregelde model redenerend, gaat het niet zozeer om méér keuzemogelijkheden, maar juist om zekerheid, voorspelbaarheid en gemak. Vaste regels en routines zijn belangrijker dan het steeds weer nieuwe. Technologische innovaties en daarmee samenhangende dienstverleningsarrangementen zullen ook vanuit dit standpunt worden beoordeeld. Rechts onderaan treft men het individualistische model aan. Mensen die vanuit deze achtergrond opereren, zien de wereld inderdaad als de zoveel besproken grabbelton waaruit men naar hartelust kan graaien. Zekerheid en regels zijn dingen die voor het individualistische type niet hoeven. Zelfstandigheid, autonomie, afwisseling en kicks zijn daarentegen een vereiste.(15) Communicatie en informatieoverdracht zullen in dit model volgens de grondvorm van 'consultatie' verlopen: het op gewenst tijdstip individueel opvragen van centraal beheerde informatie. Dit betekent dat de houding ten opzichte van nieuwe technologische middelen en daarvan afgeleide vormen ven dienstverlening vooral bekeken worden vanuit de mogelijkheid om zèlf een op maat gemaakt pakket samen te stellen, dat niet alleen aan de individuele eisen voldoet, maar ook sterk correspondeert met vigerende modebeelden. Rechts bovenaan treffen wij wederom een geheel andere levenswijze aan: het verstamde model. Het doen en laten van mensen die vanuit deze grondhouding opereren, wordt gekenmerkt door één grote zoektocht naar gemeenschappelijkheid, gelijkwaardigheid, duurzaamheid en harmonie. Inti miteit, vriendschap en moraliteit zijn de basiswaarden van waaruit men denkt en handelt. Het aangaan van relaties met anderen wordt als primaire levensvervulling gezien, met als zichtbaar gevolg dat overal gemeenschapsvormen subculturen, verenigingen, bewegingen, netwerken, scenes, clubs verschijnen.(16) Het dominante communicatiepatroon dat hieruit voortvloeit kan omschreven worden als 'conversatie': het op zelfstandige basis doch in onderlinge samenwerking uitwisselen van informatie. Toegespitst op nieuwe ontwikkelingen betekent dit, dat mensen niet alleen in termen van bestaande of eventueel toekomstige relaties zullen denken, maar daarbij tevens ook een hoge mate van moreel besef aan de dag zullen leggen. De morele aspecten die met de komst van nieuwe technologieën verbonden zijn, zijn vanuit deze optiek geen bijzaak, maar zij staan voorop. Resteert tenslotte nog het sociaal-culturele model links onderaan: het tragische model. Mensen die vanuit deze achtergrond te werk gaan, worden gekenmerkt door een afwijzende en wantrouwende grondhouding. Het is dan ook het perspectief van de maatschappelijke 'loosers', van degenen die het niet gered hebben en wier leven in het gedachte staat dat men blijkbaar het lot niet in eigen hand heeft. Men opereert vanuit een machteloze onderhandelingsbasis en heeft voortdurend het gevoel dat men geleefd wordt, zonder daar zelf enige invloed op te kunnen uitoefenen. De communicatie en informatieoverdracht staat in dit model in het teken van de 'registratie': het vanuit een centraal punt opvragen van gegevens van onderdanen teneinde tot een vergaande disciplinering te komen.(17) Het zal duidelijk zijn dat nieuwe ontwikkelingen vanuit het tragische model schouder ophalend zullen worden bekeken. Berusting, wantrouwen en hooguit de hoop op een 'mazzeltje' bepalen het leven van de tragische medemens. Kreten als: 'Ze doen maar' en 'que sera, sera' zullen in dit verband dan ook veelvuldig gehoord worden. Tot slotHet denken over de toekomstige implicaties van nieuwe ontwikkelingen op het terrein van infor matie en communicatie wordt doorgaans gedomineerd door eenzijdigheden en gesimplificeerde veronderstellingen die maken dat de daaruit voortvloeiende projecties weinig serieus genomen kunnen worden. Het 'draaikolken-model' dat ik hier in grove trekken heb geschilderd, lijkt een goede stap om enerzijds dergelijke versimpelingen te voorkomen, maar anderzijds niet in de postmoderne valkuil te lopen die zegt dat alles één grote en ontwarbare kluwen van chaos, dynamiek en diversiteit is. Het model houdt zowel rekening met verschillende niveaus die van betekenis zijn voor de houding ten opzichte van bestaande en nieuwe technologieën (fundamentele behoeften, maatschappelijke megatrends, sociaal-culturele zienswijzen, kortlopende modes), als ook met de verschillende temporele ordeningen die met deze niveaus verbonden zijn. Het model is tot nu toe vooral ingezet bij de uitwerking van toekomstscenario's, het analyseren van besluitvorming rond technologische trajecten en het genereren van nieuwe bedrijfsmatige activiteiten op het terrein van informatie en communicatie. Het heeft daarbij goede diensten bewezen. Doordat het model de gelaagdheid en de culturele diversiteit van het alledaagse onderstreept, stelt het de gebruiker in staat om met tegenstrijdige opvattingen en realiteiten om te gaan.
|
|