Mayer (1991) wijst bijvoorbeeld op de uitholling van het begrip 'reasonable expectation of privacy' in de Amerikaanse jurispru dentie van het Supreme Court. In de zaak Katz vs United States uit 1967 nam het Hooggerechtshof nog een pro-privacy stand punt in, maar in latere uitspraken worden de criteria zo ruimhar tig toegepast dat aan overheidsinstanties steeds meer speelruimte wordt geboden, onder andere bij het kennisnemen van vertrou welijke communicatie.