|
|
Door André Mosshammer& Elsa Houtepen
Staan we op de drempel van grootschalige toepassing van de smart
card? Hoe staat het met de privacy-aspecten van deze personal
computer zonder toetsenbord en beeldscherm?
De smart card staat in toenemende mate in de
belangstelling. Tal van proeven en kleinschalige invoering maken
duidelijk dat er een zekere vraag naar het produkt smart card is.
Op dit moment is er sprake van een situatie waarin beleidsmakers
en strategen op een kruispunt komen. De ene weg gaat richting
gebruik van het instrument smart card. De andere weg is die van
de terughoudendheid. Het lijkt of veel organisaties op dit moment
voor de weg van terughoudendheid kiezen. De smart card wordt
gezien als een produkt met potentie, maar kiezen voor
grootschalig gebruik van de smart card is iets anders. Welke weg
ook gekozen zal worden, duidelijk is dat de smart card niet
geruisloos van het toneel zal verdwijnen. Nu we in de tussenfase
tussen proef en grootschalig gebruik zitten is het mogelijk
aandacht te besteden aan de randvoorwaarden. Een daarvan is de
privacy van de gebruiker van een smart card.
In 1993 voerden de auteurs in opdracht van het Telematica
Research Centrum een onderzoek uit naar de privacyaspecten van de
smart card.1 Op basis van onder andere bestudering van
praktijkproeven is inzicht verkregen in de problemen die
voortvloeien uit de relatie smart card en privacy. In 1994 is
eenzelfde soort onderzoek gehouden in opdracht van het ministerie
van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur naar de privacy-aspecten
van de smart card in de medische sector. De zogenaamde 'zorgpas'
met de diverse toepassingsmogelijkheden stond in dat onderzoek
centraal.2
In dit artikel zal in hoofdlijnen worden ingegaan op de
resultaten van de beide onderzoeken. Hierbij zal worden
aangegeven welke (privacy)punten van belang zijn bij de
introductie van smart cards.
De smart card
De smart card wordt wel vergeleken met een personal computer
zonder toetsenbord en beeldscherm.3 De smart card, in de vorm van
een bankpas, heeft een chip waar gegevens in kunnen worden
opgeslagen, bewerkt en verwijderd. Diverse toepassingen zijn te
bedenken. Zo wordt de smart card gebruikt als winkelpas,
personeelspas en worden er medicatie- of donorgegevens op zo'n
smart card opgeslagen. Het is ook mogelijk om al deze
verschillende toepassingsmogelijkheden op een smart card te
combineren. Met een smart card is het onder andere mogelijk om
persoonsgegevens te lezen, de persoon en de kaart te
identificeren, informatie te versleutelen en wisselende gegevens
geordend op te slaan.4 Naast deze mogelijkheden van de smart card
wordt als grote voordeel van de smart card boven andere
opslagmedia gewezen op het hoge beveiligingsniveau en, met name
bij een smart card met een medische toepassing, het
zelfbeschikkingsrecht van de patiënt over de eigen gegevens.
Privacy en smart cards
Bij de relatie privacy en smart cards zijn er in hoofdlijnen twee
aandachtsgebieden te onderkennen. In de eerste plaats gaat het
dan om meer algemene aspecten. In de tweede plaats gaat het om de
vraag in hoeverre de huidige privacywetgeving voldoende
waarborgen geeft bij het gebruik van een smart card. Bij de
invulling van deze twee aandachtsgebieden in dit artikel zal het
duidelijk worden dat het begrip privacy hier een ruime betekenis
heeft. Niet alleen gaat het om vragen rond het verzamelen,
opslaan en verstrekken van gegevens, er zal ook aandacht worden
geschonken aan de wijze waarop burgers zelf kunnen bepalen of
zij, en zo ja op welke wijze, gebruik willen maken van een smart
card. Privacy in deze context heeft dan meer de betekenis van
zelf bepalen wat er wel, en wat niet, over mij wordt beslist.
Wil de consument een smart card?
Deze vraag is op dit moment niet eenduidig te beantwoorden. Tot
op heden zijn proeven met smart cards met wisselend succes van de
grond gekomen. Gegevens over de wijze waarop gebruikers de smart
card ervaren zijn niet negatief te noemen. Hierbij moet echter
bedacht worden dat het gaat om een groep gebruikers die vaak op
vrijwillige basis meedoen aan een proef met een smart card.
Daarnaast gaat het vaak om een specifieke doelgroep die bepaalde
voordelen onderkennen bij het gebruik van een smart card. Hierbij
kan gedacht worden aan een groep patiënten met een bepaalde
ziekte of bloeddonoren. Daarnaast kan er sprake zijn van een vorm
van dwang om zo'n smart card te gebruiken. Een voorbeeld is het
gebruik van een smart card in een bedrijfskantine. Betalen zonder
de smart card is wel mogelijk, alleen moet dan meer worden
betaald voor hetzelfde produkt.
De vraag of het grote publiek een smart card wil of genoegen
neemt met een pas met magneetstrip of voor SOS-gegevens genoeg
heeft aan een plaatje waarop visueel gegevens zichtbaar zijn is
nog niet aan de orde geweest.
Op zichzelf is dit al opmerkelijk te noemen, de smart card
is een produkt dat in toenemende mate gebruikt wordt. Niet alleen
om te bepalen wat voor soort smart card er moet worden gemaakt,
maar ook om de acceptatie te vergroten, lijkt het wenselijk de
consument te vragen wat voor soort smart card gebruikt moet
worden.
Orde in de registratiechaos
Een tweede aspect van de smart card is het scheppen van orde in
de registratiechaos. Wat voorheen verschillende
persoonsregistraties waren, vaak ook nog in het beheer van
verschillende organisaties, kan met de smart card teruggebracht
worden tot één of enkele persoonsregistraties die
uiteindelijk ook nog bij één organisatie zijn
ondergebracht. Als voorbeeld kan dienen het gebruik van de
SCOPE-telefoonkaart, een benzinepas, een winkelpas en een
bankpas. Al deze kaarten worden uitgegeven door verschillende
organisaties die ieder hun eigen persoonsregistratie voeren.
Wanneer nu één smart card wordt gebruikt voor al deze
doeleinden, en deze smart card wordt ook nog eens uitgegeven door
één overkoepelende organisatie, bijvoorbeeld ten
behoeve van de financiële afwikkeling, dan ontstaat
één grote persoonsregistratie, of meerdere fysiek
gemakkelijk te koppelen afzonderlijke persoonsregistraties. Ook
binnen één organisatie is het combineren van voorheen
afzonderlijke registraties mogelijk. Waren kledinguitgifte,
toegangsregistratie en kantineaankopen voorheen geen of
afzonderlijke registraties, met de smart card komen al deze
afzonderlijke registraties samen.
Het zal duidelijk zijn dat dit proces niet specifiek een
gevolg is van de introductie van de smart card. Ook het langer
bekende 'koppelen' van bestanden maakt het mogelijk verschillende
persoonsregistraties te vergelijken of samen te voegen. De
introductie van een smart card kan dit proces echter versnellen
en versterken.
Een hoog beveiligingsniveau?
Een derde aspect waar met name door de voorstanders van de
introductie van een smart card nog wel eens op gewezen wordt is
het hoge beveiligingsniveau van een smart card. Dit is een
voordeel wanneer het gaat om onbevoegden die inzage willen in de
gegevens op de smart card of gebruik willen maken van de,
bijvoorbeeld door diefstal, verkregen smart card.
Dit is echter maar het halve verhaal. Tegenover een beter
beveiligingsniveau tegen ongewenst gebruik of ongewenste inzage
staat het gebruik dat voortvloeit uit de mogelijkheden van de
smart card. Zoals in het voorgaande al is aangegeven wordt het
mogelijk met een smart card meer gegevens te verzamelen dan tot
voor kort mogelijk was. Het idee dat het hoge beveiligingsniveau
van een smart card een garantie is voor privacy gaat in dit soort
situaties niet op. Het gaat hier immers om de afspraken die
gemaakt worden tussen betrokken partijen over de wijze waarop ze
met de gegevens op, of afkomstig van het gebruik van, de smart
card omgaan. Een hoog beveiligingsniveau is dan geen beveiliging
tegen afspraken en daarmee is de privacy door dat hoge
beveiligingsniveau nog niet gegarandeerd.
Voorlichting
Een vierde aspect richt zich op de voorlichting.
De gemiddelde folder die wordt gemaakt om een proef met een smart
card toe te lichten geeft alleen inzicht in de
gebruiksmogelijkheden van de desbetreffende smart card. Vaak is
er onvoldoende voorlichting over de wijze waarop met de
verzamelde gegevens wordt omgegaan, wat met die gegevens gedaan
wordt, welke gegevens er worden verkregen en wie verantwoordelijk
is voor de gegevens.
Onze ervaring is dat goede voorlichting een hoop problemen en ergernis kan voorkomen.
Wanneer mensen duidelijk wordt gemaakt wat voor gegevens er
gebruikt worden, wat er met die gegevens wordt gedaan en waarvoor
de gegevens niet worden gebruikt, staan zij meer open voor een
produkt dan nu vaak het geval is.
Nog meer gegevens!
Een vijfde aspect is de toename van het aantal gegevens dat
beschikbaar komt, een proces dat reeds langere tijd aan de gang
is. Met de komst van de computer kwam de vergroting van de
opslagcapaciteit en de relatief eenvoudige mogelijkheden van
manipulatie van gegevens. Hierdoor is reeds het aantal gegevens
dat opgeslagen wordt over individuen aanmerkelijk toegenomen, om
nog maar te zwijgen over de hoeveelheid gegevens die jarenlang
bewaard worden. De smart card heeft een eigen rol in dit proces.
Nieuwe gebruiksmogelijkheden kunnen nieuwe gegevens genereren. Zo
komen steeds meer gegevens over telefoneren, tanken, betalen,
reizen en medische zaken beschikbaar. Sommige van die gegevens
waren zonder de smart card reeds voorhanden, andere nog niet.
Betrouwbaarheid van de gegevens
Dit zesde aspect, de betrouwbaarheid van de gegevens, is een
logisch gevolg van wat Van Dijk reeds aangeeft wanneer het gaat
om de beperkte verspreiding van nieuwe media: 'Men heeft niets
aan nieuwe media als men niet ook de relatief steeds
belangrijkere randapparatuur en programma's kan betalen.5
Ook bij de smart card valt te constateren dat de
investeringen in randapparatuur (en tijd) een barrière
kunnen vormen. Bij apparatuur om een smart card te kunnen lezen
of te muteren gaat het natuurlijk niet om bedragen die in de
duizenden guldens lopen. Toch zal een gemiddelde huisarts wel
twee keer nadenken alvorens deze apparatuur, naast de al
aanwezige apparatuur, zal worden aangeschaft.
Daarnaast ondervindt de smart card natuurlijk een niet te
onderschatten concurrentie van de reeds op grote schaal
ingevoerde apparatuur en produkten. Het kan hier gaan om de
computer maar er kan ook gedacht worden aan het op grote schaal
ingevoerde betalen met behulp van de bankpas met PIN. Al deze
produkten staan niet per definitie het succes van de smart card
in de weg maar zorgen er wel voor dat investeren in de smart card
met de daarbij behorende randapparatuur geen makkelijke en
logische stap is.
Wanneer de dekkingsgraad van de apparatuur niet volledig is
kan niet in alle gevallen gebruik worden gemaakt van de smart
card. Er kunnen dan geen gegevens op de smart card worden gezet
waardoor de betrouwbaarheid van de gegevens zal afnemen. Dit
knelpunt is slecht één van de mogelijke oorzaken van
de afnemende betrouwbaarheid van de gegevens. Daarnaast kan de
betrouwbaarheid afnemen doordat defecte apparatuur niet altijd
direct vervangen kan worden. Er kunnen dan geen gegevens op de
smart card worden gezet. Bovendien wil de consument niet altijd
alle gegevens op de smart card laten opnemen, of kan hij de smart
card gewoon vergeten zijn.
Samenvattend kunnen we stellen dat er weinig bekend is over
de wensen van de consument ten aanzien van de
gebruiksmogelijkheden van de smart card. Bovendien zal de smart
card het proces van koppelen of samenvoegen van
persoonsregistraties bevorderen. Hoewel het beveiligingsniveau
van de smart card hoog te noemen is, betekent dit, met name daar
waar het gaat om het zogenaamde geautoriseerde gebruik, nog geen
garantie voor een goede privacybescherming. De voorlichting over
het gebruik van een specifieke smart card zich dan ook moet
richten op het verschaffen van inzicht in de wijze waarop met de
gegevens wordt omgegaan. Ten slotte worden er nog meer gegevens
verzameld over de individuele gebruiker van de smart card en zal
de betrouwbaarheid van de gegevens op de smart card niet altijd
optimaal zijn.
Privacywetgeving
Bij de meer algemene aspecten van de smart card zijn enkele
problemen gesignaleerd die (in)direct te maken hebben met de
privacywetgeving. Met name waar het gaat om het verzamelen en
gebruik van gegevens moet privacywetgeving een regulerende, en
naar men mag aannemen een beschermende, werking hebben.
Alvorens in het kort op de wetgeving in te gaan is het van belang
om een opmerking te maken over de smart card als zorgpas. Naast
de op de smart card van toepassing zijnde Wet
persoonsregistraties (WPR)6 is op de zorgpas ook specifieke voor
de gezondheidszorg geldende wetgeving van toepassing. Het gaat
hier met name om de ontwerp-wet geneeskundige
behandelingsovereenkomst (WGBO). De WGBO bevat onder andere
bepalingen ten aanzien van het omgaan met gegevens en bepalingen
over het zelfbeschikkingsrecht over het eigen lichaam. De WGBO
kan niet zonder meer gezien worden als een lex specialis ten
opzicht van de WPR. Waar de regels van elkaar afwijken is er vaak
sprake van een aanvulling. Gezien het meer algemene karakter van
dit artikel zal alleen ingegaan worden op de WPR.7Daarnaast moet
opgemerkt worden dat in deze paragraaf niet op alle aspecten van
de relatie privacywetgeving en de smart card zal worden ingegaan.
Is de wet van toepassing?
Een eerste probleem dat zich voordoet bij de relatie WPR smart
card is de vraag of de WPR wel van toepassing is. Om deze vraag
bevestigend te kunnen beantwoorden is het van belang om te
bepalen of een smart card een persoonsregistratie in de zin van
de WPR is. Een persoonsregistratie is 'een samenhangende
verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende
persoonsgegevens, die langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd of
met het oog op een doeltreffende raadpleging van die gegevens
systematisch is aangelegd' (art. 1 WPR). Het zal duidelijk zijn
dat een smart card waar gegevens van één persoon op
staan niet aan deze definitie zal voldoen. De praktische
consequentie zou dan zijn dat de privacywetgeving zoals die op
dit moment van toepassing is, niet zou gelden voor de smart card.
Ons uitgangspunt is echter dat een smart card per definitie een
onderdeel is van een achterliggende registratie. Voor dit
uitgangspunt is om een aantal redenen gekozen:
de bron waaruit de gegevens afkomstig zijn is nodig voor de
eigen controle;
ten behoeve van financiële afwikkeling van transacties
of ten behoeve van de fiscus zullen er altijd gegevens aanwezig
zijn in een achterliggende registratie;
het kan bij meningsverschillen over de gegevens of een saldo
noodzakelijk zijn dat de kaartuitgevende instantie de beschikking
heeft over de gegevens die ook op de smart card staan;
bij verlies of diefstal is het noodzakelijk dat de gegevens
gereproduceerd kunnen worden.
In de regel zal er dus sprake zijn van een wisselwerking tussen
de smart card en de achterliggende registratie. De WPR kent de
mogelijkheid dat gegevensverwerking op verschillende lokaties
plaatsvindt en is het meer de vraag of het gaat om een
registratie die logisch als één geheel kan worden
gezien of om meerdere registraties waartussen een koppeling is
aangebracht. Daarnaast is de fysieke vorm van een gegevensbestand
niet beslissend. Dat wil zeggen dat alle informatiedragers in
beginsel een persoonsregistratie of een onderdeel daarvan kunnen
bevatten.8
Het doel van de registratie
Een tweede probleem heeft betrekking op het doel waarvoor een
persoonsregistratie wordt aangelegd. De WPR geeft aan dat
gegevens alleen mogen worden verzameld en opgenomen in een
persoonsregistratie als er een bepaald doel is omschreven
waarvoor dat verzamelen en opslaan noodzakelijk is. Wanneer het
doel van de persoonsregistratie omschreven is, kan bepaald worden
welke gegevens noodzakelijk zijn en welke niet.
In de praktijk is vaak voor de gebruiker van de smart card
niet duidelijk welk uiteindelijke doel verbonden is aan het
gebruik van de smart card. De mogelijkheid met een smart card in
een kantine te betalen kan op het eerste gezicht lijken op het
doel van de smart card. Wanneer echter het eigenlijke doel
beveiliging van het terrein is, wordt de doelstelling al minder
helder. Het gebruik van de smart card in de kantine is dan meer
een extra optie teneinde mensen te 'dwingen' de smart card bij
zich te dragen.
Een andere onduidelijkheid is de onzekerheid over het toekomstige
gebruik. Wanneer op zeker moment wordt gekozen voor een smart
card als toegangspas dan dient dat een specifiek doel. Wanneer
echter later gebruik wordt gemaakt van de vrijgekomen gegevens om
te achterhalen wie op een bepaalde dag op een afdeling is geweest
waar diefstal is geconstateerd dan is dat een ander gebruiksdoel
van de smart card. Dit gebruik is geen logisch vervolg op het
eerste doel. Derhalve is het noodzakelijk om vooraf na te denken
over het doel waarvoor de gegevens worden gebruikt.
Dit probleem lijkt op het eerste gezicht niet specifiek voor
de smart card. Ook bij andere persoonsregistraties is het gevaar
aanwezig dat gegevens gebruikt worden voor een ander doel dan het
doel waarvoor ze oorspronkelijk verzameld zijn. Met een smart
card kunnen echter meer gegevens verzameld worden en zijn de
gegevens gemakkelijker te structureren.
Toestemming?
Een derde en laatste punt heeft betrekking op de vraag of het
afstaan van de smart card wil zeggen dat een consument
toestemming geeft voor de verstrekking van de gegevens. Als grote
voordeel van een smart card wordt gewezen op het feit dat een
consument zelf kan bepalen aan wie welke gegevens worden
verstrekt. De consument heeft immers zelf de smart card in handen
en kan dan ook zelf bepalen aan wie die smart card wordt
afgegeven. De consument krijgt zo een uitmuntende vorm van
zelfbeschikking in de schoot geworpen en met het afgeven van de
smart card wordt derhalve toestemming gegeven voor het
verstrekken van gegevens.
Hierbij moet echter bedacht worden dat vaak geen sprake is
van een vrijwillige situatie. Vaak komen consumenten in een
afhankelijke positie terecht omdat ze voor een bepaalde dienst of
een specifiek produkt zijn aangewezen op één
instantie of organisatie of op een organisatie in een branche
waar afspraken zijn gemaakt over acceptatie. Ook het idee dat
consumenten wel een keuze hebben, namelijk die tussen wel of geen
afname van een produkt is een te simpele benadering. Wel of geen
uitkering, wel of geen verplichte verzekering, wel of geen
hypotheek, lijkt een bepaalde keuze in zich te hebben. Maar hoe
vrijwillig is in dit geval vrijwillig?
Het gelijkstellen van de afgifte van een smart card aan het
geven van toestemming voor het verstrekken van gegevens is
derhalve een verkeerde conclusie.
Samenvattend kunnen we stellen dat de smart card gezien kan
worden als een onderdeel van een achterliggende
persoonsregistratie en derhalve onder de werkingssfeer van de WPR
valt. Voordat gebruik wordt gemaakt van een smart card moet
duidelijk worden wat het doel van die smart card is en welke
gegevens daarvoor noodzakelijk zijn. Teneinde te voorkomen dat in
bepaalde situaties min of meer verplicht een smart card wordt
afgegeven is het noodzakelijk te bepalen wanneer wel en wanneer
niet om een smart card mag worden gevraagd.
De rol van de overheid
In de eerste plaats is het van belang om randvoorwaarden te
ontwikkelen bij een nieuw produkt als de smart card. Op basis van
bijvoorbeeld de genoemde onderzoeken naar de privacy-aspecten van
de smart card en de zorgpas is het mogelijk om zulke
randvoorwaarden te scheppen. De overheid heeft bij de
ontwikkeling van die randvoorwaarden een stimulerende rol.
Voorbeelden van deze stimulerende rol zijn het 'Begeleidend
Onderzoek Telematica Gidsprojecten' dat mogelijk wordt gemaakt
door het ministerie van Economische Zaken en enkele onderzoeken
in het kader van 'volksgezondheid transparant' van het ministerie
van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
Wanneer eenmaal de knelpunten zijn gesignaleerd en de
voorwaarden geformuleerd wordt het mogelijk te bepalen wie welke
afspraken moet maken en wie welke maatregelen moet nemen.
Vooralsnog lijkt de overheid zich terughoudend op te stellen bij
het maken van afspraken of het doen van uitspraken over de smart
card en welke concrete privacyrandvoorwaarden hierbij een rol
spelen.
Veel van de knelpunten die hier aan de orde zijn geweest
hebben te maken met tekortschietende regelgeving. Het zal
duidelijk zijn dat wanneer de privacywetgeving geen antwoord
heeft op de problemen die voortvloeien uit het produkt smart card
er aanpassing van die regels noodzakelijk is. Op welke wijze die
aanpassing vorm moet krijgen is vooralsnog onduidelijk.
Aanpassing of aanscherping van de wetgeving is een optie die tot
de mogelijkheden behoort maar die om een langere adem vraagt.
Daarnaast zijn er voorstanders van gedragscodes waarin afspraken
worden gemaakt over de blanco pagina's in de huidige wetgeving.
De overheid zal aan moeten geven welke optie de voorkeur heeft.
Het zal duidelijk zijn dat bij deze afweging ook zaken als
deregulering en het principe van de vrije markt een rol zullen
spelen.
Tot slot
Is vanuit privacy-optiek de smart card nu een ongewenste
vreemdeling? Het antwoord hierop is niet zonder meer met ja of
nee te beantwoorden. Een en ander is sterk afhankelijk van het
gebruik van de smart card en de wijze waarop de randvoorwaarden
vorm hebben gekregen. Voorop moet het uitgangspunt centraal staan
dat elk produkt, dus ook de smart card, een bepaalde rol kan
spelen in de maatschappij. Omdat een smart card bepaalde
negatieve neveneffecten heeft als het gaat om de privacy is dat
nog geen reden om de smart card als zodanig af te wijzen. De
smart card moet wel afgewezen worden als door wordt gegaan met de
introductie zonder aandacht te schenken aan de knelpunten.
Daarnaast is het de vraag of de smart card in alle
verschijningsvormen zinvol is. Uit gesprekken tijdens het
onderzoek naar de privacy-aspecten van de zorgpas bleek dat
vooralsnog weinig animo bestaat om een compleet medisch dossier
op de zorgpas op te nemen. Ook hier speelt weer een rol dat
onvoldoende bekend is welke smart card de consument als zinvol
zal ervaren.
|
























|