|
|
Door Ruud Vader
Recente ontwikkelingen in omroepland en telecommunicatie dwin-
gen oude structuren naar de achtergrond. NOZEMA, de Nederlandsche
Omroep-Zender Maatschappij, haakt in op de kansen die er in
dit proces ontstaan. Zo wordt er gewerkt aan nieuwe digitale om-
roep- en telecommunicatieprodukten.
Voordat de jongste ontwikkelingen onder de loep komen,
lijkt een korte (her)introductie wel zo relevant. Sinds 1991
heeft NOZEMA, na ruim vijftig jaar van totale uitbesteding aan
de PTT, weer een eigen werkorganisatie opgebouwd met nu zo'n 140
personeelsleden, overwegend ex-PTT-ers. De Zoetermeerse
activiteiten zijn onlangs verhuisd naar Lopik, waar de
organisatie van vijf naar drie managementlagen is omgevormd.
Sleutelbegrippen in 1993 en 1994 waren: de klant, cultuurom-
slag, kostenbeheersing en self-management. Via intensieve
trainingen
voor kader en personeel alsmede aangepaste vormen van
samenwerking, is NOZEMA erin geslaagd de traditioneel
technocratisch en hiërarchisch aangestuurde werkwijzen om
te vormen. Met als resultaat een meer marktgerichte opstelling en
een aanmerkelijk verbeterde efficiency; een ontwikkeling die
uiteraard voortduurt.
Mr A.W.W. van den Bos, onder wiens aanvoering als voor-
zitter van de Raad van beheer deze vernieuwingen werden
voorbereid en
gerealiseerd, is in 1994 opgevolgd door Marcel van Dam. Hij
zal in de komende jaren een aantal bestuurlijke vernieuwingen
doorvoeren: de herinrichting van de Vennootschap (van Raad van
Beheer naar Raad van Commissarissen) alsook de vervreemding
van de staatsaandelen in NOZEMA (59 procent). Overigens zijn de
resterende aandelen thans in handen van de NOS (veertig pro-
cent) en Radio Nederland Wereldomroep (een procent). Daar het
zaken
betreft die bij (ROZ-)wet zijn geregeld, is aanpassing
automatisch een 'Haags proces' waarbij vorm en tempo worden
bepaald door de voorgenomen herzieningen van Mediawet en WTV.
De gedachte bij de ministeries van V&W en OCW is om de ROZ-wet
gelijktijdig op te heffen.
Hoewel over bedrijfsvoering en inrichting van de
vennootschap veel uitgebreider verslag kan worden gedaan,
zullen externe zaken als markt- en produktontwikkeling voor
lezers
van i&i ongetwijfeld interessanter zijn. Over dus tot de orde van
vandaag de dag.
De omroepmarkt
Wat er tussen het schrijven _ in de eerste maand van dit jaar
_ en het ter perse gaan van dit artikel nog allemaal in Hilver-
sum gaat gebeuren, is, en wordt, al door velen voorspeld. Van
'bom
onder publiek bestel' tot 'geen (verdere) veranderingen'.
De betekenis voor NOZEMA van deze discussies is enerzijds
een mogelijke herschikking van programma-aanbieders, ander-
zijds een druk vanuit de markt op verruiming van
programmadistributiemogelijkheden. Er bestaat een breed ge-
dragen opvatting dat de markt voor Nederlandse commerciële
radio
en tv nog groeipotentieel heeft. Beperkingen voor marktverruiming
hebben met name een politieke, maar deels ook een technische
achtergrond: de ether voor (analoge) omroeptoepassingen is
vrijwel vol, evenals veel huidige kabelnetten. De druk vanuit
de markt manifesteert zich op tweeërlei wijze:
substitutievoorstellen: ontneem de publieke omroep
één of meer netten en geef die aan de commer-
ciële omroep;
groeiplannen: benut ook de laatste frequenties waarvoor
nog geen zenders zijn gebouwd, pas de satelliet/kabel route toe
of
versnel de introductie van digitale omroep.
De belangstelling van NOZEMA gaat vooral uit naar de vraag hoe
de groeipotentie van de markt te benutten is. Onze intentie is
duidelijk: sedert 1992 heeft NOZEMA al zeven contracten weten
te sluiten met commerciële radio-omroepen. Daarvan zijn nu
Radio Noordzee Nationaal, Classic FM, Radio 10 Gold en Holland FM
in
de lucht. De andere drie _ Sky Radio, RTL Radio en Radio 10 (FM)
_ hadden slechts kortlopende licenties die inmiddels zijn ver-
lopen.
Belangrijk was verder nozema's beslissing in 1993, af te
zien van de uitoefening van een eventueel bestaand wettelijk
voorkeursrecht in de markt van commerciële omroepen.
(Toegegeven: de zich ontwikkelende jurisprudentie op dit ter-
rein heeft daarbij wel meegeholpen). Het gevolg is dat NOZEMA nu,
bij het streven naar een aandeel in de groeiende omroepmarkt,
concurreert met andere aanbieders.
Mikken op marktgroei betekent concreet dat NOZEMA kennis,
ervaring en bedrijfsinstrumentarium _ waaronder het landelijke
regel- en bewakingscentrum in Lopik _ aanbiedt aan
licentiehouders. Het gaat daarbij om onze 'core-competences':
het bouwen, bedienen en onderhouden van zendmiddelen.
Digital Audio Broadcasting
Het versnellen van de invoering van digitale omroep is een
interessante optie, een nadere toelichting waard. Er moet
allereerst onderscheid worden gemaakt tussen Digitale Audio
Broadcasting (DAB) en Digitale Video Broadcasting (DVB). Waar-
bij direct moet worden aangetekend dat de veelgehoorde opvatting
dat het slechts nieuwe vormen van radio en tv zou betreffen op
een
misvatting berust. Het gaat om veel meer. Zoals de
hoofdlijnennotitie WTV over digitale technologie al aangeeft:
wanneer alle signalen en gegevens in enen en nullen worden
vertaald, doet het er niet langer toe welke transmissiemidde-
len in gebruik zijn. Alles is dan geschikt voor alles. DAB- en
DVB-netten kunnen dan ook gewoon 'multifunctionele
datacommunicatienetten' heten, waarbij de verschijningsvorm is
bepaald door één van de vele functies: radio,
respectievelijk televisie. In dit hoofdstukje gaat de aandacht
uit naar DAB.
Kwaliteit of kwantiteit
Op een enkelvoudig frequentieblok van 1,5 Mhz kunnen, afhan-
kelijkvan de gewenste kwaliteit, meer of minder programma's
worden
uitgezonden. Het Nederlands DAB Overleg (thans Stichting DAB
Nederland) neemt zes audio-programma's in stereo cd-kwaliteit
als referentiemodel. Varianten als negen stereo FM-kwaliteit
programma's of vierentwintig monospraakprogramma's met
AM-kwaliteit zijn tevens mogelijk. De lezer herinnert zich
wellicht nog dat ooit via twee monozenders, Hilversum 1 en 2,
stereo-uitzendingen konden worden beluisterd. Uitwisselbaar-
heid is dus niets nieuws. Daarmee houden de zegeningen van de mo-
derne technologie niet op. Zo kan worden gekozen voor wisselende
kwaliteit en programmering, zodat uitzendingen gelijktijdig in
twee talen kunnen worden verspreid, van belang voor allochto-
nen of toeristen, bijvoorbeeld.
Audiofunctie
Van alle DAB-functies is de meest herkenbare de primaire func-
tie uit het tijdperk van de analoge radio: het spraak- of
muziekprogramma. Toch zijn er ook hier verschillen. Zo is de
geluidskwaliteit 'instelbaar' in samenhang met het aantal uit
te zenden programma's, als zojuist beschreven. Daarnaast is de
audiofunctie, evenals de datafunctie, te 'narrowcasten'. Zo-
doende kunnen bezitters van DAB-ontvangers zich abonneren op
bepaalde
programma's of daarvoor per stuk betalen (Pay Per Listen
zogezegd).
Narrow- en Broadcasting
Het aardige van digitale informatiestromen is dat ze als het
ware verzonden worden in pakketjes, waarop een adrescode zit die
algemeen kan zijn (voor alle ontvangers = broadcasting) of
specifiek voor bepaalde individuen of doelgroepen, het zoge-
naamde narrowcasting. Vergelijk dit met e-mail of de gecodeerde
tv-programma's van Filmnet, waarbij informatie aan individuen,
groepen of totale populaties wordt verzonden. Het principe van
narrowcasting is niet nieuw, maar is bij DAB van meet af aan
in het technische ontwerp betrokken, zodat de gebruiksmogelijk-
heden groter zijn dan bij analoge toepassingen.
Audio-datafunctie
De audiofunctie van DAB kan worden uitgebreid met gelijktij-
dige dataverzending. Denk hierbij aan gegevens over de
programma-aanbieder, de samenstelling van een orkest, songtek-
sten of commerciële info. Die kan op verschillende manieren
worden uitgelezen of getoond. In de eerste plaats via een display
zoals die momenteel aanwezig is op FM-RDS-ontvangers, eventueel
uitgebreid tot meerregelige LCD-schermpjes. Maar ook het af-
lezen van computermonitoren of tv-beeldschermen is mogelijk,
even-
als, via een 'databus'-uitgang, koppeling aan een printer of pc
voor verdere verwerking of opslag. De toepassingen zijn dus
vrijwel
onbegrensd: van deelnameformulieren voor loterijen tot het
houden van verkiezingen; de informatie komt in digitale vorm aan
en
kan na bewerking weer worden doorgezonden via pc en modem.
Programmasoortselectie
Zoals dat in beperkte mate thans al mogelijk is met FM RDS,
kunnen programma's worden voorzien van codes die muzieksoort,
nieuws, verkeersinformatie of financiële berichten aange-
ven. Een DAB-ontvanger wordt vervolgens afgestemd op de code
'programma-aanbieder' (stel: VARA) of programmasoort (stel:
klassiek instrumentaal); de ontvanger selecteert vervolgens
uit het totale programma-aanbod de opgegeven keuze. Selectie op
soort is te vergelijken met een virtuele afstemschaal met daarop
diverse programmasoorten in plaats van zenders.
Algemene datacastingfunctie
In deze functie komt het multifunctionele
datacommunicatiekarakter van DAB het duidelijkst tot uitdruk-
king. Met DAB wordt een betere en snellere data-overdracht van
elk
denkbare soort informatie mogelijk, naar een in principe
onbeperkt aantal ontvangers binnen het verzorgingsgebied
(point area). Toepassingen volgen verderop bij
'Datacasting'.
'Single Frequency'-netten
Wat bij analoge omroep slecht uitvoerbaar is, is bij DAB simpel:
het uitzenden met meerdere zenders binnen een verzorgingsgebied
op dezelfde frequentie. Net als bij RDS stemt de ontvanger af op
het beste signaal dat beschikbaar is, zodat het
(Jeltje-van-Nieuwenhoven-)effect van 'zendertje zoeken' in een
rijdende auto niet optreedt. Trouwens, door de mogelijkheid van
afstemming op programma-aanbieder of -soort is dat toch al niet
meer nodig. Hèt belangrijkste voordeel van 'single
frequency'- netten is dan ook een grotere efficiency in het
gebruik van de ether. Dit blijkt uit het gegeven dat voor de
geplande DAB-frequentieblokken per blok slechts één
frequentie nodig is. Wanneer op termijn mogelijk enige extra
frequentieruimte beschikbaar komt, is verdere uitbouw van aardse
DAB met meerdere frequentieblokken denkbaar alsmede aardse en/of
satelliet DAB in de zogenaamde l-band (1,5 GHz). Tevens komt er
ruimte in deze band die zeer geschikt is voor regionale
uitzendingen.
Geen 'multipath'-problemen
Er zijn vele wegen waarlangs signalen van zendantennes terecht
komen bij ontvangstantennes; direct ('line' of 'sight') en via
weerkaatsingen (bijvoorbeeld gebouwen, bewegende voertuigen,
heuvels). Aangezien de lengte van deze wegen verschilt, ontstaan
er faseverschillen die _ in het ergste geval _ bij FM tot
algehele uitdoving van het signaal kunnen leiden, maar ook
hinderlijke 'fading' tot gevolg kunnen hebben. Het
meerwegsverschijnsel doet zich uiteraard ook bij DAB voor, maar
dan met een omgekeerd effect. Het systeem is zo gemaakt dat de in
de praktijk voorkomende reflecties als nuttig signaal worden
meegebruikt.
Mobiele ontvangst
Naar de aard van het medium ether, en de inwerking daarop van
atmosferische, geografische en andere condities, is
signaalontvangst nimmer op elke plek en op elk moment te
garanderen. Verzorgingsgebieden worden dan ook ontworpen op basis
van statistische kansen voor gespecificeerde signaalcondities
naar plaats en tijd: bij DAB op 99 procent van alle plaatsen
(binnen een verzorgingsgebied) en daar 99 procent van de tijd
(bij FM: 50/90!).
Omdat DAB niet onderhevig is aan de
'multipath'-problematiek, dankzij de 'Error'-correctietechniek,
en het zeer hoge plaatszekerheidspercentage is het dè
ideale technologie voor mobiele ontvangst. Proeven in binnen- en
buitenland wijzen uit dat ongestoorde cd-kwaliteit onder
ongunstige omstandigheden (binnensteden, verkeer en trambanen)
zeer goed mogelijk is.
Geen graduele degradatie
Bij slechte ontvangstcondities (tunnels, sousterrains of buiten
het verzorgingsgebied) neemt bij analoge radio de
geluidskwaliteit langzaam af, doch blijft nog vrij lang
verstaanbaar, zelfs tussen vrij sterke storingen door: dit heet
graduele degradatie. Bij DAB is het echter (bijna) alles of
niets. Wanneer DAB-signalen door ongunstige ontvangstcondities
een gedefinieerd niveau van informatieverminking bereiken, houdt
de ontvangst abrupt op. Sommige deskundigen menen dat luisteraars
dit als storender ervaren dan de geleidelijke afname van
geluidskwaliteit waaraan ze gewend zijn geraakt, en zoeken
naarstig vormen van kunstmatige graduele degradatie. Aangezien
zoiets slechts binnen een verzorgingsgebied kan functioneren, is
het gevolg dat de verzorgingsgebieden kleiner worden. Anderen
vinden dit jammer, maar kunnen niet hard maken dat luisteraars
wèl kunnen leven met abrupte signaalonderbrekingen. Reden
waarom zij een handmatige in- of uitschakeling van een
kunstmatige degradatievoorziening wensen. De mate van
hinderlijkheid van het ontbreken van graduele degradatie, alsmede
de wenselijkheid van een kunstmatige voorziening, vragen nog
verder onderzoek.
Processingtijd
De geïnteresseerde lezer zat het zich natuurlijk al af te
vragen: heeft DAB naast al deze prachtige mogelijkheden geen
enkel nadeel? Het antwoord is bevestigend.
Hoewel bij DAB de oude en bekende radiozendaspecten als:
draaggolf, modulatie en voor- en eindtrappen deel uitmaken van
het systeem, zijn er kenmerkende nieuwe systeemfuncties.
Multiplexing (het samenvoegen van meerdere datastromen _
bijvoorbeeld programma's _ tot een datastroom), compressie
(het
reduceren van één datastroom tot een fractie van zijn
oorspronkelijke volume, maar met behoud van 'dezelfde'
informatieinhoud), de-multiplexing en decompressie
(de
tegenovergestelden van de eerste twee) zijn daarvan de
belangrijkste.
Het hoofdprincipe waarmee bij DAB wordt gecomprimeerd en
gedecomprimeerd berust overigens op het elimineren uit de
datastroom van informatie (tonen, resonanties, harmoniseren) die
wel aan de bronzijde geproduceerd, maar toch niet door het
menselijk oor kan worden gehoord. Op basis van dit principe kan
meer dan tachtig procent van de broninformatie worden weggelaten
(en hoeft dus ook niet te worden uitgezonden), zonder dat dit
enig effect heeft op de beluisterde geluidskwaliteit.
Je zou kunnen zeggen dat in het 'computergedeelte'' van
DAB-zenders en -ontvangers het menselijk gehoor wordt nagebootst
en wordt gebruikt als een filter voor de digitale
informatie-inhoud van datastromen.
Daarmee zijn we dan ook beland bij het nadeel van DAB: de
tijd die de verwerkingseenheid van de computer (de processor)
nodig heeft om per informatiebit zijn rekenkundige bewerkingen
uit te voeren. Zowel aan de zendzijde als aan de ontvangstkant
heeft de processor van DAB-apparatuur hiervoor tijd nodig. Bij de
huidige stand van de technologie is dit tussen de één
en twee seconden.
Zoals dat bij computers ook het geval is, mag worden
verwacht dat de verwerkingstijd bij volgende generaties software
en hardware korter wordt. Bij de introductie van DAB moet er
echter van worden uitgegaan dat de genoemde processingtijd van
een … twee seconden zal optreden. Voor echte
real-timetoepassingen als tijdsignaal en hybride communicatie
(uit via de radio, terug via de telefoon bij inbelprogramma's of
telefooninterviews) vraagt dit om aangepaste hantering.
Videofunctie
In technische onderzoekskringen wordt onderzocht of bij nog
verdere compressie van digitale tv-signalen dan de huidige
MPEG-2-norm, verspreiding daarvan via DAB mogelijk is. Recente
tests lijken de haalbaarheid hiervan aan te geven. Het gaat
evenwel nog om niet-gestandaardiseerde laboratoriumtests.
(Ontwikkelingen in deze sfeer ziet men momenteel ook bij het
transporteren van tv-signalen via telefoondraden. Tijdens de IBC
in 1994 werd door Philips gedemonstreerd hoe films in een
redelijke VCR-kwaliteit via een telefoonlijn kunnen worden
thuisbezorgd, terwijl de telefoonlijn gelijktijdig gewoon
beschikbaar blijft voor telefonie.)
Invoering in Nederland
Als de frequentieverdelingsconferentie in juli te Wiesbaden loopt
als verwacht, zal het in Nederland mogelijk worden om in de
kanalen 11 of 12 van de tv-VHF-band (216-230 Mhz) een landelijk
DAB-'blok' en vier regionale 'blokken' onder te brengen. Later
kan daar door bi- of multilaterale onderhandelingen mogelijk nog
een landelijk blok aan worden toegevoegd. Daarmee kunnen dan,
uitgaande van het referentiemodel, op elke plaats in Nederland
tweemaal zes landelijke en eenmaal zes regionale programma's
worden ontvangen: achttien in totaal. Plus de vele, al dan niet
programma-gerelateerde, datastromen. Eer tijdens het tanden
poetsen naar die achttien programma's kan worden geluisterd, en
de printer gelijktijdig het elektronisch supplement van NRC of
het Financieel Dagblad eruit rammelt, moet er nog wel wat water
door de Rijn stromen:
Er is een beleid gericht op toewijzing van de betreffende
frequenties per 'blok' nodig. De twee hoofdmodellen zijn:
toewijzing aan de programma-aanbieders (zoals nu bij
commerciële radio-omroepen) of aan de netwerkbeheerder (zoals
nu bij de publieke omroepen). Het eerste model is intrinsiek
minder effectief om etherefficiency te bereiken (mogelijke
leegstand binnen blokken en schaarste aan blokken). Het tweede _
etherefficiëntere _ model vraagt evenwel om een scheiding qua
zeggenschap tussen programma-aanbieders en netwerkoperator, dan
wel introductie van meerdere operators, hetgeen bij de beperkte
omvang van de te bouwen infrastructuur in Nederland weer
inefficiënties qua infrastructuur oplevert.
Het is boeiend te zien hoe in Duitsland, waar relatief veel
netwerkoperators zijn en men mikte op het eerstgenoemde
toewijzingsmodel, men thans tracht de koers op beide fronten bij
te stellen.
Verder is een beleid nodig inzake 'simulcasting', het
gelijktijdig uitzenden van programma's in analoge en digitale
vorm. Een verplichting hiertoe zou, althans voor de publieke
omroepen, als voordeel meebrengen dat een heel net niet eerst
volledig gereed hoeft te zijn; dat het land dus via de
'olievlekmethode' kan worden bedekt. Een ander gevolg van
verplichte simulcasting is daarentegen dat het aantal nieuwe
programma's in de markt beperkter blijft dan zonder zo'n
verplichting.
Er moeten DAB-netten ontworpen en gebouwd worden. In
experimentele vorm is NOZEMA daar al mee bezig en dit jaar zal
met een 'single frequency'-net de Randstad al kunnen worden
bediend. Hoofddoel van dit proefnet is het verkrijgen van meer
inzicht in de propagatie-eigenschappen van deze nieuwe
technologie, zodat de definitieve netten preciezer kunnen worden
ontworpen. De bouw daarvan is voorzien vanaf 1996; reguliere
uitzendingen zijn in Nederland dan vanaf 1996 of 1997
(afhankelijk van het beleid ten aanzien van simulcasting)
mogelijk. Van de zijde van de omroepen is hiervoor overigens
grote belangstelling: de NOS trekt landelijk de geco”rdineerde
implementatie van DAB in Nederland. De commerciële omroepen
hebben zich, verenigd in de NVCR (Nederlandse Vereniging van
Commerciële Radio-omroepen), daar bij aangesloten.
Een beleid omtrent toelating van programma's in de
beschikbare distributiecapaciteit is dringend gewenst. Het
bestaande 'Functionele Frequentiebeheer' van de omroepbanden door
het ministerie van OCW in samenspraak met V&W, vraagt aanpassing;
de oude 1:1-relatie tussen programma en frequentie bestaat bij
DAB immers niet meer.
Er is een nieuwe definitie nodig van het begrip 'zenduren'
zoals dat thans door het Commissariaat voor de Media wordt
gehanteerd. Op zijn minst moet het worden gekoppeld aan programma
modes als single of dual channel, bitrates, etc.
DAB-ontvangers moeten beschikbaar en betaalbaar zijn.
Binnen- en buitenlandse producenten stellen zich positief op, in
de zin dat zij toezeggen hun produkten tijdig op de markt te
brengen, mits de voornemens om DAB-programma's te gaan uitzenden
hard zijn en de besluitvorming over zenderbouw is afgerond. Het
valt te hopen dat, teneinde een snelle marktpenetratie te
bevorderen, daarbij wordt gekozen voor een initiële
prijsstrategie onder de kostprijs; des te sneller worden de
totale ontwikkelingskosten en aanloopverliezen terugverdiend.
In Europees perspectief valt te constateren dat Denemarken,
Frankrijk, Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk tot de
koplopers behoren die nog in 1995 met DAB willen starten.
Luxemburg mikt op 1996 en de meeste andere Europese landen mikken
op 1997. Frankrijk richt zich uitsluitend op l-band en Duitsland
en Finland hanteren een dubbele koers: l-band en VHF.
In tijd gezien is het goed te constateren dat de
technologische ontwikkelingen vrijwel parallel lopen met de
discussies over vernieuwing van de WTV (met name de recente nota
over het frequentiebeleid) en de Mediawet. Alle reden om te
verwachten dat de regelgeving de geschetste ontwikkelingen en de
bijbehorende tijdpaden voorblijft, dus bevordert.
PALplus
De beschrijving van palplus kan beknopt; er is al veel
geschreven1 over deze verbeterde
breedbeeldvariant van PAL, het
huidige analoge tv-systeem in veel Europese landen.
De verbeteringen betreffen vooral een iets grotere scherpte
en het ontbreken van moiré patronen en kleurvervorming bij
bepaalde streepjes- of blokpatronen, bijvoorbeeld op kleding.
Deze verschijnselen komen bij palplus vrijwel niet meer voor. Het
palplus breedbeeldmonitorgedeelte is verder 'down- en upward
compatible': er kunnen zowel gewone PAL-uitzendingen (4:3 of
16:9) worden ontvangen, alsook later digitale tv- uitzendingen.
In dit laatste geval moet dan wel via een insteekkaart of een
voorzetkastje een extra decoder worden toegevoegd.
Aan de andere kant kunnen palplus-uitzendingen ook worden
ontvangen met de bestaande PAL-ontvangers, echter in gewone
PAL-kwaliteit en met boven en onder een zwarte balk ('letterbox')
in beeld zoals dat al te zien is bij veel films en
breedbeeldprogramma's. Met dezelfde compatibiliteit kunnen
palplus-programma's op een gangbare videorecorder worden
opgenomen, bij weergave ziet men dan een letterboxbeeld.
Videorecorders die de voordelen van palplus 'vasthouden' zullen
binnenkort in de markt worden geïntroduceerd.
Hèt grote voordeel van een breedbeeldontvanger is dat
de 16:9-programma's en -films in hun oorspronkelijke verhoudingen
volledig kunnen worden bekeken, hetgeen uiteraard de
beeldkwaliteit ten goede komt.
De D2-MAC- en PAL-breedbeeldontvangers die momenteel beperkt
verkrijgbaar zijn, zijn alle geschikt om, met een adaptor,
palplus te ontvangen.
Velen, waaronder de schrijver van dit artikel, menen dat
palplus een goede overgangstechnologie is naar digitale
breedbeeld-tv die aan het eind van dit decennium is te
verwachten. Met palplus kan zowel de grootschalige verspreiding
van breedbeeldontvangst als de produktie van programma's in
breedbeeld, aanzienlijk worden bevorderd.
Sinds de Europese Commissie medio 1994 besloot de MAC-norm
los te laten en zo subsidie te verstrekken aan produktie en
uitzending van alle soorten van breedbeeldprogramma's, valt in
Europa een snelle toename te constateren van het 16:9
palplus-programma-aanbod (zie kader 1).
Met acht landen en zeventien omroepen die palplus (gaan)
uitzenden voorwaar een éclatant succes van de
beleidsaanpassing van de EU. Een bevestiging bovendien dat
palplus een zeer geschikte opstap is voor toekomstige introductie
van digitale 16:9 tv. Ook de ontwikkeling in de markt van
ontvangers is bemoedigend. Hoewel pas eind 1994 in Engeland en
Duitsland palplus-ontvangers te koop waren, zijn er in Europa tot
nu toe zo'n 250.000 breedbeeldontvangers verkocht (bron:
HDTV-Platform). Deze ontwikkeling vertoont overeenkomsten met die
in Japan, waar 'enhanced' NTSC in 16:9 in 1994 voor een doorbraak
zorgde in verkoop van ontvangers; circa 1,3 miljoen in 1994. Voor
dit jaar wordt er op drie miljoen gerekend en is één
op de vier verkochte tv's thans een breedbeeldtoestel.
De definitieve doorbraak in Europa wordt evenwel verwacht in
augustus van dit jaar tijdens de IFA Funkausstellung te Berlijn,
waar fabrikanten en importeurs van ontvangers hun nieuwe 16:9
serieprodukten lanceren. Het vooruitlopen van uitzendingen op de
beschikbaarheid van palplus-ontvangers _ door sommigen als
merkwaardig ervaren _ is juist het beoogde effect geweest van de
Europese subsidies: het doorbreken van de vicieuze cirkel 'geen
programma's = geen uitzendingen = geen ontvangers'. Ook de
plannen om dit jaar de Wereldkampioenschappen atletiek en volgend
jaar het Europees kampioenschap voetbal en de Olympische
zomerspelen in palplus uit te zenden, ondersteunen de
marktintroductie.
In Nederland zijn de infrastructuren van kabelnetten en
etherzenders inmiddels getest en aangepast voor doorgifte in
palplus. Alles is gereed, zoals diverse proefnemingen hebben
aangetoond. De produktiefaciliteiten van het NOB zijn
gedeeltelijk al geschikt en worden dit jaar nog verder aangepast.
Na de nodige besluitvorming in de eerste helft van dit jaar
binnen het NOS-bestuur, kunnen de programma-aanbieders hier dus
snel over beschikken. Als invoeringsstrategie ligt voor de hand
dat in de beginperiode alleen 16:9 bronmateriaal in palplus wordt
uitgezonden en het 4:3 materiaal nog in 4:3 PAL. Omschakeling
tussen beide normen kan steeds bij programma wisseling
plaatsvinden.
Overigens leven er nog veel vragen onder het publiek. De
meest gestelde vraag luidt als volgt: 'Mijn tv is stuk en ik wil
een nieuwe tv kopen. Moet ik wachten op palplus of Digitaal, of
kan ik beter nog een goede 4:3-ontvanger kopen?' Ons antwoord
voor hen die op zoek zijn naar een topproduct: 'Koop in ieder
geval een breedbeeld ontvanger. Op dit moment heeft u keuze uit
16:9 PAL en 16:9 D2-MAC-toestellen. De D2-MAC-versie wordt
alléén aangeraden in gemeenten waar de uitzendingen
van tv-PLUS worden doorgegeven.' Andere veel voorkomende vragen
betreffen D2-MAC-ontvangers (ja, ze kunnen, met een hulpkastje of
-kaart straks ook voor palplus worden gebruikt),
aansluitmogelijkheden voor videorecorders, het afspelen van films
op beeld-cd's en ga zo maar door.
Tenslotte de opvallende uitkomst van een paneldiscussie
tijdens het IBC in september 1994, over de vraag of 'enhanced
analogue'-tv (in casu palplus) nog wel een kans heeft, nu de
ontwikkelingen rond digitale tv lijken te versnellen. Niemand in
zowel het panel met deskundigen als de zaal wilde verdedigen dat
palplus overbodig is of niet aan zal slaan. Een opmerkelijke
eenstemmigheid die tot twee conclusies leidde:
16:9 wordt de nieuwe wereldstandaard voor verbeterd analoog
en DVB;
verbeterde analoge tv (palplus) komt er zeker en blijft nog
vijftien tot twintig jaar bestaan.
Datacasting
Datacasting is het middels radio of tv-zenders (mee-)zenden van
data. Kenmerkende eigenschappen van deze vorm van electronische
dataverspreiding zijn:
eenrichtingverkeer;
'point-area' (van één zendpunt naar een
onbeperkt aantal ontvangpunten);
stationair en mobiel;
onafhankelijk van kabel en 220 volts
elektriciteitsvoorzieningen;
simultaan (gelijktijdige verzending van informatie naar
geadresseerden).
Tegenover zwakke punten als 'one-way' en relatief lage
transmissiesnelheden (momenteel tot 19 kBit per seconde) staan
zéér sterke punten van datacasting: 'point area',
'plug-free' en gelijktijdigheid. Aan verhoging van
transmissiesnelheden wordt hard gewerkt; in de nieuwe DAB-netten
zijn snelheden van honderd kBit per seconde en veelvouden daarvan
mogelijk). NOZEMA levert al sinds 1991 datacasting als
distributiedienst. Vanaf het moment waarop NOZEMA zelfstandig
werd en nadat de PTT afzag van eventuele concessie-aanspraken,
stonden er nog twee problemen in de weg van succesvolle
marktontwikkeling: een vergunningenbeleid en
applicatie-ontwikkeling. Op beide fronten zijn positieve
berichten te melden.
Vergunningen
Een tobberige materie, want de bestaande regelgeving was niet erg
geschikt om datacasting aan op te hangen. En betreft het nu
'omroep' (verzending via omroepinfrastructuur) of
'telecommunicatie' (verschijningsvorm)? In december 1994 heeft de
minister van V&W echter duidelijkheid geschapen: datacasting
wordt beschouwd als een vorm van telecommunicatie en gebruikers
of wederverkopers van deze dienst zullen daarvoor waarschijnlijk
geen vergunning nodig hebben, mogelijk een registratieplicht.
NOZEMA kan dus op basis van 'first come, first served' de markt
verder bedienen.
Toepassingen
Het basisprincipe bij datacasting is dat aan de ontvangstkant een
data-ontvanger staat, aangesloten op antenne of tv-kabel. Deze
data-ontvanger haalt uit het tv- of radiosignaal de specifieke
informatie en geeft die door aan een bijvoorbeeld tv-beeldbuis,
een pc of een printer. Het onderstaande overzicht van reeds
operationele toepassingen en lopende proefnemingen geeft aan hoe
dat in concrete situaties is uitgewerkt.
Kranten
Ten behoeve van het Centrum voor Gesproken Lectuur (een
non-profitorganisatie voor blinden en slechtzienden) worden elke
nacht de Volkskrant, de Trouw, de Telegraaf en de Gelderlander in
elektronische vorm uitgezonden. Ze worden ontvangen door
deelnemers aan het ELK-project (Elektronisch Lezen van Kranten),
die 's ochtends de kranten op de harde schijf van hun pc
aantreffen. Met een spraakmodule of een 'braill-regel'-printer
kan de deelnemer via een menu zoeken naar de gewenste informatie
naar soort (sport, nieuws, financieel, etc.) en vorm (kopregel,
samenvatting of volledige tekst). Vervolgens wordt de
geselecteerde informatie voorgelezen door de spraakchip of
afgedrukt op de braille-regelprinter. Uiteraard is uitlezen op de
monitor of printen op een gewone printer ook mogelijk. Met
diverse uitgevers wordt momenteel gesproken over verwante
toepassingen, bijvoorbeeld elektronische supplementen op kranten
of elektronische knipselkranten.
Huizen
Voor de makelaarsvereniging in Den Haag is een toepassing
ontwikkeld waarmee onder meer kleurenfoto's en beschrijvende
teksten vanuit een centraal punt naar computerbestanden van alle
deelnemende makelaars kunnen worden overgeseind. De
applicatiesoftware stelt de gebruiker in staat om selecties te
maken (prijs, buurt, soort pand). Zodoende kan men 'bladeren' in
het aanbod, dat continu actueel blijft. Er wordt gewerkt aan een
versie die ook bewegende video-opnamen (door het pand lopen) kan
weergeven.
Etherprinter
Voor de Nederlandse Spoorwegen is een toepassing gemaakt waarmee
vanuit een centraal punt naar printers (en monitoren) op stations
tekstberichten worden verzonden (goedkoper dan faxen, verbruikt
normaal papier).
Elektriciteit
Voor de SEP (Samenwerkende Elektriciteits Produktiebedrijven)
draait een toepassing waarmee het 'Landelijk Belasting Signaal'
wordt verzonden naar pc's van grootverbruikers van elektriciteit,
zoals tuinbouwers die met warmtelampen werken. De grootverbruiker
leest vervolgens af wanneer er pieken (dreigen te) ontstaan in
het landelijk elektriciteitsnet, en besluit daarop tijdelijk uit
te schakelen, te verminderen of eigen generatoren in te
schakelen. Door zo mee te werken aan het voorkomen van
piekbelastingen in het elektriciteitsnet, kan de verbruiker een
korting verdienen op zijn maandelijkse rekening.
DGPS
Voor DCI wordt een toepassing ontwikkeld waarmee dit bedrijf zijn
klanten informatie kan toezenden waarmee positionele gegevens van
satellieten (Global Positioning System) worden aangevuld of
verfijnd (Differential Global Positioning System). Van
voertuigen, vaartuigen en andere bewegende objecten kunnen zo
nauwkeuriger de exacte locaties worden bepaald.
Koersen
Het bedrijf ICV verkoopt uitgebreide beursinformatie aan
abonnees. Via een tv-scherm en applicatiesoftware kunnen algemene
of vooraf geselecteerde koersen worden gevolgd. Voor beleggers en
financiële managers een relatief goedkope manier om, waar zij
zich ook bevinden, steeds on line over de meest actuele gegevens
te beschikken.
Seiko
Seiko heeft bij NOZEMA datacastingcapaciteit op FM-netwerken
gehuurd, waarmee een veelheid van datacastingfuncties kan worden
verricht. De eerste dienst die Seiko vanaf 1995/96 in Nederland
(beginnend in de Randstad) op de markt wil brengen betreft
radio-datahorloges, waarin een mini-FM-scanner is ingebouwd. Op
een LCD-schermpje kunnen allerhande boodschappen worden
afgebeeld. Daarnaast wordt ook een tijdsignaal verstuurd,
waardoor het horloge steeds staat afgesteld op de juiste lokale
tijd. Ook bij het overschrijden van internationale tijdzones.
Verder biedt Seiko de consument gratis nuttige informatie aan
zoals weersinformatie, condities voor hooikoortspatiënten en
informatie over luchtvervuiling. Elk horloge kan individueel
worden opgebeld, zolang het zich bevindt in het verzorgingsgebied
van deelnemende FM-zenderbeheerders, waar ook ter wereld.
In Japan is deze methode van datacasting inmiddels als een
standaard geaccepteerd. Na jarenlange proefnemingen is Seiko
vorig jaar begonnen met operationele diensten in grote steden in
de Verenigde Staten. Ook in diverse Europese landen zijn al
proeven gehouden en onderhandelt Seiko met zenderbeheerders. Voor
Europa, Afrika en het Midden-Oosten worden de activiteiten
overigens geleid vanuit de basisvestiging in Nederland
(Lopik).
Internationaal
NOZEMA heeft contacten met leveranciers van datacastingdiensten
in andere landen in Europa, Azië, Australië en Amerika,
zodat desgewenst diensten in een breder verband kunnen worden
aangeboden.
Ter afsluiting
Dit overzicht van ontwikkelingen binnen en bij NOZEMA pretendeert
niet volledig te zijn. Maar wel maakt het duidelijk dat er naast
het vervullen van onze traditionele hoofdtaken: het verzenden van
radio- en tv-signalen, veel in beweging is.
NOZEMA streeft er naar haar positie in de omroepmarkt te
handhaven en uit te breiden naarmate de markt zich verder
ontwikkelt. Daarnaast streven wij, met onze datacastingprodukten,
naar een betekenisvolle niche in de markt van de 'electronische
snelweg'. Je zou die niche kunnen aanduiden als een 'wireless
ramp on the electronic highway'.
|
























|