I&I-> Jaargangen -> Artikel

Video-on-demand:
de breedband-appetizer?

Door Peter Hinssen


Video-on-demand was ongetwijfeld het buzzword van het jaar. Iedereren die zich wilde laten opmerken in de wedren naar de information superhighway, kon niet anders dan zich in het video-avontuur storten. Nu de eerste rage wat geluwd blijkt te zijn, kunnen we de markt en de technologie wat kritischer analyseren. Grote spelers als TCI, Time Warner, AT&T en Bell Atlantic trekken meer en meer de economische haalbaarheid in twijfel en beginnen zich af te vragen of video-on-demand wel degelijk de killer-application is die de sprong naar een breedband-infrastructuur mogelijk zal maken.


De information superhighway had behoefte aan een trekpaard. De golden mergers tussen de telecomwereld en de informatiebranche zochten een toepassing die het publiek zouden overtuigen dat het met de huidige smalbandinfrastructuur echt niet meer verder kon; er was nood aan een toepassing die de telecomoperators in staat zou stellen om eindelijk die glasvezels overal in de grond te plaatsen en waarmee de cable-operators hun publiek zouden kluisteren aan hun set-top-boxes.
Interactive home shopping, eigen-gefilterde nieuwsgaring, interactieve spel- en amusementsprogramma's: het zijn stuk voor stuk pareltjes van techniek en design waar geen ervaring voor bestaat en waar nog jaren aan zal moeten worden gesleuteld voor het afgewerkte produkten zijn. Nee, om de information highway met veel fanfare aan te kondigen moest een eenvoudig concept gevonden worden dat onmiddellijk alle couch potatoes over heel de wereld zou aanspreken, en geef toe, wat kon er nu eenvoudiger zijn dan een film over een netwerk sturen wanneer de gebruiker het wil?
'Anytime, any movie, at your demand'. Dat was de slagzin waarmee Time Warner zijn ambitieuze proefproject aankondigde. Spijtig genoeg bleek het met die demand niet zo best mee te vallen. Het beste wordt dit geïllustreerd door het recente onderzoek dat de kabelgigant TCI (TeleCommunications Inc.) samen met AT&T en US West uitvoerde in het stadje Littleton, Colorado. In plaats van een volledig uitgebouwde video-on-demand service op te zetten, plaatste TCI in Littleton een VCTV service: Viewer Controlled Cable Television.
Dit bestaat uit een batterij videorecorders en een flink uit de kluiten gewassen videotheek midden in het stadje, waar bedienden op een scherm te zien krijgen wie welke video wil aanvragen, die dan vliegensvlug de juiste video uit het rek kiezen en in de juiste videorecorder stoppen. Zo low-tech als je kan krijgen, maar wel effectief om video-on-demand te simuleren. Na maandenlange tests met de 300 uitverkoren gezinnen bleek dat slechts gemiddeld 2,5 video's per gezin werden gehuurd per maand. Als je bedenkt hoe de 300 gezinnen platgewalst werden door de marketingafdeling, dat ze geen abonnement of installatie moesten betalen, alleen een bijdrage van drie dollar per film, dan is het eigenlijk een pover resultaat. Het meest eigenaardige is dan nog wel dat uit de studie blijkt dat de meeste mensen niet minder vaak naar de lokale videotheek gingen dan voorheen! Blijkbaar vond de overgrote meerderheid het leuk om af en toe eens de videotheek binnen te stappen en door de rekken vol kleurige hoezen en affiches te lopen. Niet bepaald een aangenaam resultaat voor TCI, dat in deze marktstudie maar liefst tien miljoen dollar stak.
Toch schrikt dit de markt niet af. Bijna alle grote telecomleveranciers, het overgrote deel van de computerproducenten en vrijwel alle kabelexploitanten in de Verenigde Staten hebben plannen voor, of zijn actief bezig met video-on-demand. Het is volgens hen het ideale trekpaard om de breedbandrevolutie op gang te krijgen.

Het principe

Het principe van video-on-demand is vrij eenvoudig. Bij de gebruiker thuis, boven op de televisie, staat een set-top-box, die via een afstandsbediening de gebruiker toelaat om een bepaald programma of service te kiezen. De bedoeling is om de set-top-box een zo gebruiksvriendelijk mogelijke interface te geven naar de gebruiker toe. Het kunnen selecteren van de gewenste dienst of film moet eenvoudig door middel van een afstandsbediening mogelijk zijn.
De set-top-box is via een netwerk verbonden met een service gateway. Dit is een soort tussenstation dat de gebruiker de keuze laat uit verschillende service-providers: video-on-demand, home shopping, interactieve games enzovoort. Deze service gateway is dan verbonden met elk van de service providers, die bijna allemaal bestaan uit een video server.
Zo'n video server is een opslagplaats voor digitale informatie, bijvoorbeeld films, documentaires, nieuws, data, boeken, televisieprogramma's. Al deze informatie is gedigitaliseerd en opgeslagen, hetzij op hard disks of op conventionele tape. De bedoeling van de video server is om op verzoek van de gebruiker (via de service gateway) zo vlug mogelijk de relevante informatie te zoeken en die dan te verspreiden naar de gebruiker toe, weer via de service gateway. Bij de ontwikkeling van een video server is het grote probleem het tachtig-twintig vraagstuk. Tachtig procent van het publiek wil altijd twintig procent van het aanbod bekijken. Bij onderzoek naar video services is gebleken dat hier eerder sprake is van een 95 procent-5 procent vraagstuk; de avond dat Jurassic Park op de server gezet wordt wil iedereen die natuurlijk bekijken.

De technologie

Bijna alle video-on-demandtoepassingen maken gebruik van dezelfde technologie, waarbij vooral MPEG, ATM en ADSL een grote rol spelen. Eigenlijk is het veilig om te stellen dat, indien er geen grote omwentelingen waren gebeurd in het domein van videocodering en compressie, er helemaal geen sprake zou kunnen zijn van video-on-demand. Indien men digitale televisie of films had moeten doorsturen zonder compressie, zouden we bandbreedtes nodig hebben van ongeveer honderd mbit/s. Dit is op zich geen probleem, maar het opslaan van die gigantische hoeveelheid data zou dat wel geweest zijn. Immers, een gemiddelde speelfilm duurt al vaak zoÕn negentig minuten, wat dan overeenkomt met maar liefst 67 500-mbytes aan data, ofwel 135 hard disks van 500 mbyte, en dat voor slechts ïïn film. Door gebruik te maken van MPEG-codering kunnen we een film met een behoorlijke kwaliteit doorsturen met slechts 1,5 mbit/s in plaats van honderd mbit/s. Dat betekent een besparing van 98,5 procent en wil zeggen dat we een film kunnen opslaan op een hard disk van twee gigabyte.
Er moet dan wel nog 1,5 mbit/s doorgestuurd worden naar de gebruiker. Een conventionele digitale schakelcentrale kan schakelen aan 64 kbit/s terwijl we hier spreken over 1500 kbit/s. De breedbandoplossing die het meeste voor de hand ligt is de ATM-oplossing: Asynchronous Transfer Mode, die gebruikt kan worden om quasi alles over te sturen: zowel spraak, beeld als data. Het internationale standardisatiecomitï CCITT heeft dan ook ATM uitgeroepen tot de standaard om breedbandtechnologie mogelijk te maken.
Om de geschakelde video van de schakelcentrale naar de gebruikers thuis te brengen zou normaal gezien glasvezel een ideale drager zijn. Omdat echter het videosignaal nog niet zoÕn grote bandbreedte heeft is er een alternatief: ADSL (Asymmetrical Digital Subcriber Line). Hiermee kunnen door modulatietechnieken over de gewone koperen twisted-pair-telefoonlijnen datadebieten gehaald worden tot vier mbit/s: ruim voldoende om het MPEG gecodeerde videosignaal over te versturen. Dit is een zeer interessante oplossing voor de uitbaters van een video-on-demand service omdat er niet moet worden geïnvesteerd in het implementeren van een glasvezelnet. De bestaande telefoonleidingen kunnen gewoon herbenut worden.

De spelers

Er is op dit moment een enorme hoeveelheid spelers bezig met video-on-demand en video-on- demandtechnologie. Bij het ontwaken van de information highway vonden diverse sectoren dat hun sector ideaal gesitueerd was om mee te werken aan deze toepassing. We kunnen een onderscheid maken tussen de betrokkenen bij de set-top-boxes, de servers en de netwerken of service gateways.
Bij de set-top-boxes is vooral een aantal computerleveranciers in de boot gesprongen met als belangrijkste namen Compaq, Apple en Silicon Graphics. Apple probeert een set-top-boxversie te maken van de Apple Macintosh, met het Macintosh operating system als hart van hun systeem, terwijl Silicon Graphics een versie probeert te maken gebaseerd op hun performante grafische werktstations. Ook Philips is actief bezig met set-top-boxes, wat logisch is gezien het marktaandeel van Philips in conventionele televisie en Philips' ruime belangstelling in multimedia met bijvoorbeeld de cd-i als blikvanger. Microsoft daarentegen probeert het operating system te ontwikkelen waarop alle set-top-boxes zullen draaien en mikt op een markt waarin de boxes eigenlijk geconverteerde pc's zullen zijn.
Het hart van de video-on-demand is natuurlijk de video server, die gigantische hoeveelheden data moet kunnen opslaan en bliksemsnel kunnen opzoeken en afspelen. Grote namen als HP, IBM en Digital ontwikkelen hun eigen servertechnologie, maar ook bedrijven die eerder in de softwarebranche thuishoren stortten zich volop in de ontwikkeling: Novell en Oracle. Oracle heeft een aantal ambitieuze trials opgezet en ontwikkelt server software die zal kunnen draaien op een groot gamma van machines, waaronder de massieve parallelle computers van Thinking Machines en nCUBE. De Oracle Media Server zou in staat zijn om tot 30.000 gezinnen te voorzien van een aanbod van meer dan 3000 films, tegen een prijs van ongeveer duizend dollar per gezin. Ook bij de servers is Microsoft weer actief en werkt aan het TIGER project: server software om te draaien bovenop hun nt operating system.
Aan de netwerkzijde zijn vooral de grote telecombedrijven actief, met grote namen als AT&T, Nothern Telecom en Alcatel. Voor hen is dit de ideale gelegenheid om hun jarenlange research op gebied van breedbandtechnologie te laten renderen en de eerste mogelijkheid om ATM-switches en accessapparatuur te verkopen in grote hoeveelheden.

De trials

De meeste trials hebben zich begin 1995 als lanceerdatum voorgenomen. Het grootste project is ongetwijfeld dat van Bell Atlantic in Alexandria Virginia. Bell Atlantic heeft bij de Amerikaanse fcc al een aanvraag ingediend om de volgende drie jaar 3,2 miljoen gebruikers te voorzien van een video-on-demand service.
De andere trials zijn op veel kleinere schaal, maar niet minder ambitieus. In Orlando, Florida bouwt de informatiegigant Time-Warner een project samen met werkstationproducent Silicon Graphics. Daarin zullen bij de gebruiker aangepaste grafische werkstations komen die volledige video-on-demandmogelijkheden hebben, maar met het dure prijskaartje van meer dan vijf duizend dollar per huis. De andere trials zijn veel kleinschaliger en goedkoper (minder dan vijfhonderd dollar per huis), zo zijn er de trials van AT&T in Castro Valley California, TCI samen met Microsoft in Seattle Washington en Cox Communications in Omaha, Nebraska.
Ook dichter bij huis, in Londen heeft British Telecom een trial project opgezet met een Oracle Media Server als video server, Alcatel ATM-switches als hart van het netwerk en Apple set-top-boxes bij de gezinnen. BT koos in deze trial voor Apple, omdat zij met hun omgebouwde Macintoshes de kijker een enorm gebruiksvriendelijke interface kunnen aanbieden voor de services en films. Daarin was de TCI-trial in Littleton duidelijk niet geslaagd.

De toekomst

Hoewel de initiële resultaten van experimentele trials als die van TCI bedroevend kunnen worden genoemd, blijft de telecom- en multimedia-industrie op volle kracht doorgaan met de video-on- demand hype .
De last die video-on-demand op de schouders werd geplaatst is te zwaar. Op het eerste gezicht leek de home movies business een veelbelovende markt: er zijn in de Verenigde Staten immers 28.000 videotheken die elk ongeveer twee duizend gezinnen voorzien van een totaal van 3,2 miljard verhuurde video's per jaar. Het wordt nu echter pas duidelijk dat zelfs als video-on-demand het overgrote deel van de videotheekbusiness overneemt, het toch nog een financiële aderlating zal worden voor de multimedia-operators. Het is immers voor een trial nog te verantwoorden om vijf duizend dollar per huis uit te trekken, zoals bij Time-Warner, maar die investeringen doen op grote schaal is financieel kamikazewerk. Het zou immers bijna vijftig jaar duren voor zo'n investering zichzelf terugbetaalt, in de optimistische veronderstelling dat video-on-demand de hele video-business zou domineren.
Toch is er nu geen weg meer terug, zeer tot tegenzin van de grote spelers. Noem het een geval van collectieve waanzin, maar eens de multimediamachine in gang gezet is, is ze niet meer te stoppen. Geen enkele operator kan het zich veroorloven er niet aan mee te doen; zoniet is zijn kans al bij voorbaat verkeken. Hij weet echter nu al dat video-on-demand niet de killer-application zal zijn die de kijker zal overtuigen en die zijn eigen bankrekening zal spijzen. Op dit moment echter is het pompen of verzuipen. Van de krankzinnige wapenwedloop zijn we niet beter geworden, maar deze wedloop biedt ons tenminste vooruitzichten op een betere netwerkinfrastructuur en een scala van diensten.
De ontwikkeling is nu in een stroomversnelling gekomen, waarbij in de verschillende trials diverse benaderingen van video-on-demand gegeven worden en waarbij verschillende fabrikanten de zaken aan elkaar moeten lijmen. In de opkomende BT-trial bijvoorbeeld zal Oracle Server software draaien op nCUBE-hardware, die via een Alcatel-breedbandswitch naar Apple set-top-boxes gestuurd zal worden. Deze verscheidenheid aan systemen en interfaces, samen met het volledig ontbreken van enige standardisatie, wordt ongetwijfeld een gigantisch probleem.
De bedragen geïnvesteerd in de ontwikkeling en implementatie van video-on-demand zullen zeker niet vlug gerecupereerd kunnen worden, maar de kans is groot indien andere, betere en creatievere toepassingen zullen geschreven worden op basis van de server-architectuur, de respons van het grote publiek inderdaad het tij kan doen keren voor de telecomoperators. Hier spreken we echter niet over hardware, noch over software, maar over programmering. Het zijn uiteindelijk de programma's en de services die aangeboden zullen worden die de toekomst van video-on-demand en breedband zullen uitmaken. En dit hebben de spelers maar al te duidelijk begrepen: video-on-demand zal slechts een appetizer zijn om het publiek warm te maken voor multimedia, maar de echte doorbraak zal veel vernieuwender moeten zijn.

Schwartz, E. I. , 'Fran-On-demand' (1994), Wired 2.09, September 1994, pp. 60-62.
Stewart, A., 'Dial m for Movies' (1994), Communications International 1994, pp. 54-58.