Mobiele communicatie: tegenstrijdige berichten
Door Paul Slaa
In mei 1994 verscheen het langverwachte Groenboek Mobiele en Personal Communicatie van de Europese Commissie te Brussel. In dit document zijn de beleidsvoornemens neergelegd van de Commissie inzake mobiele telecommunicatie en worden voorstellen gedaan voor nadere regelgeving op dit terrein. Het Groenboek is om twee redenen interessant. In de eerste plaats geeft het aan hoe in de toekomst de snelstgroeiende sector van de telecommunicatie, mobiele communicatie, zal worden geregeld. In de tweede plaats worden er impliciet, maar soms ook expliciet allerlei uitspraken gedaan over het toekomstig beleid ten aanzien van vaste telecommunicatie. Wat het eerste betreft zal het niemand verbazen dat de Commissie kiest voor een tamelijk stringente liberalisering van de mobiele markt. Dat uit zich bijvoorbeeld in het voorstel van de Commissie om alle exclusieve en bijzondere rechten op het gebied van mobiele communicatie af te schaffen en te vervangen door een openbaar vergunningenstelsel per lidstaat. Dit zou kunnen betekenen dat het vooraf limiteren van het aantal vergunningen niet langer zou moeten worden toegestaan. Een ander element van liberalisering is dat er ruim baan moet worden gemaakt aan bedrijven die capaciteit huren op mobiele netten van infrastructuur-exploitanten en op basis hiervan mobiele diensten aanbieden aan eindgebruikers . Men spreekt in dit verband van service providers. Deze exploitanten beheren dus niet zelf een net, maar kopen transportcapaciteit elders in. Via de constructie van service providers kan competitie op de markt voor mobiele telefonie worden gecre‰erd nog voordat er meer dan ‚‚n mobiel net is ge‹nstalleerd. Het moge duidelijk zijn dat het voor dergelijke service providers cruciaal is dat zij tegen dezelfde voorwaarden capaciteit kunnen inkopen als de mobiele dienstenpoot van de infrastructuurbezitters over haar eigen capaciteit kan beschikken. Met andere woorden: gelijke toegang tot mobiele infrastructuur is een hoeksteen van het voorgestelde beleid van de Europese Commissie. Wat de toekomst van het vaste -beleid betreft, wordt duidelijk dat de Commissie op de lange termijn streeft naar competitie op netwerkniveau. Omdat beheerders van mobiele netten tot vijftig procent van hun inkomsten moeten doorsluizen naar aanbieders van vaste infrastructuur (immers, mobiele gesprekken worden grotendeels via het vaste net afgewikkeld), is competitie op het vaste net van wezenlijk belang voor de ontwikkeling van competitie op het mobiele vlak. Overigens stelt het Groenboek voor mobiele operators volledige vrijheid te geven in het aanleggen van vaste infrastructuur.
Na lezing van het Groenboek vraagt men zich af waarom het nu vier jaar heeft moeten duren voordat dit document naar buiten kon komen. Immers, de geest van het Groenboek Telecommunicatie van 1987 waait als een frisse wind door de bladzijden. Het venijn zit natuurlijk in wat er niet in het Groenboek staat. Zo wordt er geen helder standpunt ingenomen over de huidige praktijken van nationale ptt s om elkaar bij het doorverbinden van internationale gsm-gesprekken tamelijk willekeurige en in ieder geval vrij hoge toegangstarieven te vragen. Ook is het niet duidelijk in hoeverre de Commissie bereid is buitenlandse (lees: Amerikaanse) aanbieders toe te laten tot de Europese markt. Immers, enerzijds wordt gesteld dat buitenlandse investeerders op voet van gelijkheid zullen worden behandeld, anderzijds dringt de Commissie erop aan dat het reciprociteitsbeginsel wordt gehandhaafd, en dat ook buitenlandse aanbieders gebruik moeten maken van een Europese standaard. In de komende maanden zullen we zien of de Europese Commissie in staat is om de door haar gewenste liberalisering van de telecommunicatiesector tot stand te brengen via het breekijzer van de mobiele sector.