I&I-> Jaargangen -> Artikel

Wat wil
de gebruiker
van communicatiemiddelen?

Door Luc Adolfse, Monique Salomon, Paul Engel


Investeringen in electronische media staan momenteel vaker ter discussie. Kennis over het dagelijks gebruik van communicatiemiddelen, zoals computer, telefoon, fax en e-mail ontbreekt dikwijls om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen. Blind geloof in electronische vooruitgang lijken dus vooralsnog een kritische reflectie in de weg te staat. Wanneer is het beslist niet nodig de meest geavanceerde mogelijkheden te kiezen? Waar begint de afnemende meeropbrengst van elektronica zich af te tekenen?


Onderzoek, dat antwoord geeft op deze vragen, is schaars. Dit artikel bespreekt een onderzoek naar het gebruik van de telefoon aan de Landbouw Universiteit Wageningen. Dit praktijkvoorbeeld illustreert een werkwijze die de meeropbrengst van communicatiemiddelen benadert vanuit de gebruiker van de voorzieningen en niet slechts vanuit de strategische top, danwel de leverancier van electronische media. Het is in het algemeen niet eenvoudig de gebruiker daadwerkelijk een stem te geven bij de besluitvorming. Het artikel is daarom bedoeld om handvatten te geven voor beleidsvoorbereiding en levert suggesties voor een participatieve benadering.

Telefooncentrale

De Directie Informatisering van de Landbouw Universiteit stond in 1993 voor de keuze een nieuwe telefooncentrale aan te schaffen. Het ging hier om een omvangrijke investering, waarbij in eerste instantie gedacht moet worden aan de aanschaf van een centrale computer en aanpassingen in bekabeling en randapparatuur. Het project 'Telefonie, nu bellen met de toekomst' werd opgezet om deze investeringen voor te bereiden.
Binnen de projectgroep werd de discussie gedomineerd door technisch-inhoudelijke aspecten. Deze benadering is niet uitzonderlijk maar ook beperkt. In der haast ziet men de eindgebruiker over het hoofd. Dit terwijl nieuwe communicatiemiddelen wel degelijk een groot effect hebben op de manier waarop medewerkers kunnen functioneren en met elkaar omgaan. De Vakgroep Voorlichtingskunde, die deelnam aan de beleidsvoorbereiding, drong daarom aan op een onderzoek naar het dagelijkse gebruik van telefoon en andere communicatiemiddelen. Opvallend is dat dergelijk participatief gebruikersonderzoek nog nauwelijks heeft plaatsgevonden. De gebruikte concepten en ontwikkelde aanpak kunnen daarom nuttig zijn voor de beleidsvoorbereiding en implementatie van communicatiemiddelen in het algemeen.

Het gebruikersonderzoek

Voor het plannen van electronische media is een breder perspectief nodig. Het mankeert aan het besef dat het bij communicatie altijd gaat om mensen en de relaties die ze met elkaar aangaan. De eigenschappen van de technologie krijgen doorgaans de meeste aandacht. Zinvolle investeringen in electronische media vragen twee soorten kennis. Er is kennis nodig van zowel beleidsmatige, financi‰le en technologische aspecten ('harde' kennis), alsook kennis van het dagelijks gebruik ervan en de opvattingen die bestaan bij de beleidmakers, afdelingen en individuele werknemers ten aanzien van het nut van de voorzieningen ('zachte' kennis). Dit gegeven diende als uitgangspunt tijdens het gebruikersonderzoek aan de Landbouw Universiteit. De vraag was of het mogelijk was tegemoet te komen aan de eisen die gebruikers stellen aan communicatiemiddelen zonder hetzij alle gebruikers over ‚‚n kam te scheren danwel hopeloos te verdwalen in de vele individuele wensen.
Om antwoord te vinden op deze vraag werden ter ori‰ntering overzichten, beleidsstukken en literatuur bestudeerd en gesprekken gevoerd met stafmedewerkers. Vervolgens werden er drie‰ndertig interviews met medewerkers van de Landbouwuniversiteit gehouden. De respondenten werden zorgvuldig geselecteerd op basis van vijf functiecategori‰n, die door de afdeling personeelszaken gehanteerd wordt. Een volgende selectiecriterium was spreiding over de afdelingen van de organisatie (algemene dienst en faculteit). De interviews waren semi-gestructureerd en de vragen hadden betrekking op de afdeling en de functie van de ge‹nterviewde, zijn (haar) activiteiten, relaties en de communicatiemedia die hij (zij) hierbij gebruikt. Op deze manier werd exemplarische informatie verkregen omtrent de alledaagse praktijk van communicatie in de organisatie.

Een praktijksituatie

De Landbouw Universiteit heeft, zowel cultureel als geografisch, veel weg van een netwerkorganisatie en voldoet aan de typologie van een professionele bureaucratie.