I&I-> Jaargangen -> Artikel

Minder gewicht
aan de massa?

Door Sandra Entrop , Wim Hulsink, Jan van Loon


Bij de afnemers van telecommunicatievoorzieningen is er sprake van een scheiding der geesten tussen een klein aantal hecht georganiseerde grootgebruikers en een grote 'grijze' groep van particuliere consumenten. De eerste categorie gebruikers domineren de discussie over de herinrichting van de Nederlandse telecommunicatiesector. Door de nieuwe oriëntatie van PTT-bedrijven en de overheid op internationale markten en allerhande 'high tech'-diensten, lijken de belangen van modale gebruikers steeds meer in de knel te komen.

Er is relatief weinig onderzoek gedaan naar de standpunten en rollen van consumentenorganisaties bij de vorming en uitvoering van het telecommunicatiebeleid in Nederland. Dit is frappant, daar het vroegere overheidsbeleid altijd sterk gericht is geweest op de particuliere consumenten ' universele levering tegen uniforme tarieven ' en het huidige beleid veel waarde toekent aan de consumentensoevereiniteit via keuzevrijheid, klantgerichtheid en marktgeoriënteerde produktie. Weliswaar zijn de consumenten vertegenwoordigd in de verschillende advies- en overlegorganen, maar veel over de standpunten van de consumentenorganisaties komt niet buiten het politiek-ambtelijke circuit. Incidenteel werd in het verleden de publiciteit wel eens gezocht, bijvoorbeeld bij onredelijk geachte tariefsverhogingen en bij problemen als wachtlijsten, en privacyvraagstukken of bij de evaluatie van nieuwe diensten en produkten (telematicadiensten, ISDN, HDTV). De behoefte of noodzaak om zich naar buiten toe te profileren was dan ook niet zo groot: de consumenten waren officieel vertegenwoordigd, 'Tante Pos' ontfermde zich warmtevol over het grote publiek en de particuliere consumenten waren redelijk tevreden. Alleen de regering verstoorde regelmatig de rust in de post- en telecommunicatiesector, wanneer politieke successen op de korte termijn moesten worden binnengehaald. De zogenaamde 'macro-economische doelstellingen' van het PTT- en telecommunicatiebeleid, zoals het aanzuiveren van het begrotingstekort, de beteugeling van de inflatie of het bevorderen van de regionaal-economische spreiding stonden vaak haaks op het streven naar een efficiënte bedrijfsvoering binnen de PTT-organisatie en de meer consciëntieuze planning van infrastructurele investeringen in de telecommunicatiesector voor de langere termijn.

Globalisering

De laatste jaren heeft de telecommunicatiesector haar stabiliteit verloren en is ze geëvolueerd in de richting van meer markt: meer bewegingsruimte voor de PTT's, nieuwe aanbieders, toenemende concurrentie en minder overheid via deregulering en zelfregulering.(1) Er is een spanning ontstaan tussen de publieke dienstverleningsfunctie (nutsfunctie) van de PTT's, waarin iedereen gelijkwaardige toegang heeft tot de telecommunicatievoorzieningen, enerzijds en een commerciële oriëntatie (de ondernemersfunctie), waarin innovatie en flexibiliteit wordt benadrukt en gehoor wordt gegeven aan de wensen van een klein aantal prominente grootgebruikers anderzijds. Tevens is er sprake van een zich globaliserende markt, waarin in toenemende mate concurrentie optreedt tussen publieke en private netwerkaanbieders en tussen mondiaal en nationaal georiënteerde 'common carriers' voor het leveren van efficiënte, flexibele en hoogwaardige telecommunicatievoorzieningen.
Het proces van liberalisering wordt door de consumentenorganisaties ten dele onderschreven. De reden hiervoor is dat de consumenten er op een aantal punten baat bij hebben: toenemende concurrentie leidt tot een groter aanbod, lagere prijzen, meer prijsdifferentiatie en een betere kwaliteit van de dienstverlening. De internationale dereguleringstrend heeft echter ook een keerzijde in de vorm van een geleidelijke afschaffing van kruissubsidies, die door PTT jarenlang zijn toegepast om een adequaat niveau en pakket van voorzieningen aan te bieden. Zo financierde de telecom-tak jarenlang het postbedrijf van PTT en subsidieerde het internationaal/interlokaal verkeer van grote bedrijven het lokaal verkeer van particulieren en het midden- en kleinbedrijf. Inmiddels is de eerste vorm van onderlinge financiering afgeschaft en wordt de tweede geleidelijk aan teruggedrongen middels prijsconcurrentie, tariefsdifferentiatie en quantumkortingen voor grootgebruikers. Het kruissubsidiëringsregime wordt geleidelijk aan vervangen door een nieuw stelsel van kostprijs-gerelateerde tarifering, wat vooral ten goede komt aan de grootgebruikers en ten koste gaat van de gewone consument. Een gevolg van deregulering kan zijn, dat de aanbieders van telecommunicatieprodukten en -diensten aan de consumentenmarkt duurdere (marktconforme) tarieven doorberekenen. De consumentenorganisaties houden daarbij terdege rekening met het gevaar, dat toekomstige concurrerende aanbieders zich eventueel niet meer bekommeren om de minder rendabele markt van de particuliere consument.
Dit artikel is erop gericht te laten zien hoe de consumentenorganisaties invloed proberen uit te oefenen op de totstandkoming en de uitvoering van het telecommunicatiebeleid in Nederland. Gekeken wordt hoe consumentenorganisaties trachten te voorkomen dat de belangen van de groep van particuliere bellers niet ondergesneeuwd raken door de invloedrijke lobby van de zakelijke grootgebruikers. De centrale onderzoeksvraag, die hier zal worden beantwoord, luidt als volgt:
Welke rol hebben consumentenorganisaties gespeeld in de recente beleidsvorming van de Nederlandse overheid ten aanzien van de telecommunicatie?

Achtergronden

De belangrijkste consumentenorganisaties in Nederland waren de Consumentenbond en Konsumenten Kontakt. De vertegenwoordiging van consumenten op telecommunicatiegebied werd bijna geheel door de Consumentenbond verzorgd, omdat Konsumenten Kontakt, een afdeling van het FNV, te weinig personeel en faciliteiten had, om alle onderwerpen te volgen. Recent is Konsumenten Kontakt opgehouden te bestaan. De consumentenvertegenwoordiging heeft een gezamenlijk onderzoeksinstituut genaamd Stichting Wetenschappelijk Onderzoek voor Konsumenten Aangelegenheden SWOKA, waarin bijvoorbeeld onderzoek is verricht naar de grootte van de mogelijke consumentenvraag naar ISDN of HDTV.(2) Op internationaal gebied is een aantal consumentenorganisaties uit de eu verenigd in het Bureau Européen des Unions de Consommateurs beuc. In deze koepel van Europese consumentenassociaties heeft namens Nederland de Consumentenbond zitting.
De consumentenorganisaties behartigen de belangen van de particuliere consumenten. De belangen van bedrijven en zakelijke gebruikers in de telecommunicatiesector worden door andere collectieve organisaties behartigd. Het Centrum voor Informatiebeleid van de Raad van de Centrale Ondernemersorganisaties CIB-RCO, opgericht in 1979, is de spreekbuis van het georganiseerd bedrijfsleven in Nederland. De Nederlandse Vereniging van Bedrijfstelecommunicatie Grootgebruikers BTG, opgericht in 1985, komt op de 'grootgebruikers' die vanaf het einde van de jaren zeventig geconfronteerd werden met enerzijds sterk groeiende telecommunicatie-uitgaven, oplopend tot de tweede (of derde) kostenpost na de kosten van arbeid en onroerend goed. Tegelijkertijd ontwikkelde zich bij deze bedrijven een sterke vraag naar gedifferentieerde faciliteiten en diensten van een hoogstaand kwaliteits- en betrouwbaarheidsniveau. Teneinde de efficiëntie en effectiviteit van hun telecommunicatievoorzieningen te verhogen, propageren de zakelijke gebruikers een verregaande liberalisering van de markt in de vorm van het vergroten van (inter)nationale concurrentie en de introductie van kosten-gerelateerde tarieven. De BTG vindt dat het monopolie van PTT Telecom op het gewone telefoonverkeer al voor 1998 moet worden opgeheven, omdat de tarieven voorlopig alleen worden verlaagd daar waar PTT concurrentie ondervindt. De grootverbruikers hebben immers niet alleen belangen in het internationale verkeer, maar ook in nationaal en lokaal verkeer. Op Europees en mondiaal niveau zijn de grootgebruikers (en dus ook de BTG) vertegenwoordigd in de International Telecommunications Users Group INTUG.
Consumentenorganisaties beschouwen telefoneren als een basisvoorziening, waarop iedereen recht heeft tegen betaalbare tarieven. Zij vinden, dat ondanks de toenemende concurrentie en de wijzigingen die PTT Telecom doorvoert ten faveure van de zakelijke markt, men rekening moet blijven houden met de belangen van de individuele gebruiker. Iedereen heeft recht op de diensten die door PTT Telecom geleverd worden tegen gelijk tarief en overal, ongeacht of PTT Telecom dit als een verliespost beschouwt. In haar Meerjarenplan uit 1991 stelt PTT Telecom, dat wanneer er argumenten zijn die er toe leiden dat ook bij concurrentie een verplichte levering van een aantal diensten blijft bestaan, in ieder geval het universaliteitsbeginsel (overal hetzelfde tarief) zal moeten worden herzien.(3)
De consumenten-organisaties signaleren het risico, dat in de toekomst 'onrendabele particulieren' helemaal geen gebruik meer zouden kunnen maken van de basisvoorzieningen in de telecommunicatie. Hierin zagen de consumentenorganisaties zich in eerste instantie gesteund door de minister van Verkeer & Waterstaat. Zij reageerde op PTT Telecom's standpunt over het universaliteitsbeginsel, dat ondanks de gevolgen van liberalisering in de vorm van meer concurrentie en minder bescherming voor PTT, de universele dienstverlening wettelijk verankerd moet blijven.(4) Minister Maij-Weggen van V&W achtte het een vaststaand feit dat de basisvoorzieningen overal in het land tegen maatschappelijk aanvaardbare en uniforme tarieven moeten worden aangeboden. De minister vond echter wel dat overwogen moet worden of het volledige assortiment overal en tegen hetzelfde tarief beschikbaar moet zijn. Echter, na McKinsey's recente diagnose van de achterblijvende telecommunicatiedienstverlening in Nederland wat betreft prijs, kwaliteit en dienstenpakket, heeft het blikveld van de minister zich verschoven naar de belangen van de zakelijke gebruikers, zoals blijkt uit de Hoofdlijnennotitie en het definitief Regeringsstandpunt.(5) Weliswaar niet ontevreden over de hoogte van de Nederlandse tarieven voor lokale en interlokale telefonie in vergelijking met het buitenland, vinden de consumentenorganisaties, tezamen met McKinsey en de grootgebruikers, dat de huidige dienstverlening verbeterd moet worden en dat er meer nieuwe diensten zullen moeten worden aangeboden zoals call waiting, automatische nummer identificatie, en teleshopping. PTT Telecom heeft hierop geanticipeerd door kwaliteitsverbetering en uitbreiding van dienstverlening als hoofdaandachtspunt voor de komende jaren aan te merken.

Relevante beleidsissues

De traditioneel relevante beleidsissues voor de consumentenvertegenwoordiging waren de hoogte van de tarieven, universaliteit en uniformiteit van de telefoondienst en last but not least de vermindering van de wachttijden voor telefoonaansluitingen (vooral in de jaren '60 en '70).(6) Tegenwoordig richt de aandacht van de consumentenorganisaties zich vooral op de volgende punten: de hoogte van de gesprekskosten en het abonnement, tariefherziening (de relatie tussen de kostentoerekening voor lokale, interlokale en internationale telefonie), doorberekening van investeringen in het netwerk en nieuwe diensten, de kwaliteit van de dienstverlening en voldoende mogelijkheden wat betreft toezicht en inspraak.
Sinds de jaren tachtig heeft PTT Telecom in toenemende mate haar focus verschoven naar de commercieel zeer aantrekkelijke doelgroep van grote zakelijke klanten. Vanuit de gemeenschap van grootgebruikers, (potentiële) concurrenten en niet in het minst vanuit de Europese Commissie is er een roep om tariefherziening: het meer zichtbaar relateren van de tariefstelling aan de feitelijke kosten van de geleverde voorzieningen en diensten ('cost-based tariffing'). Men accepteert daarbij wel het principe van uniforme tariefstelling (dezelfde tarieven voor dezelfde dienst, ongeacht de plaats van de klant), maar niet de structurele kruissubsidie tussen verschillende vormen van dienstverlening (met name tussen zakelijk/internationaal verkeer en lokaal verkeer). PTT Telecom tracht haar dalende marges in met name de internationale communicatie te compenseren door volumetoenames (maar dan vooral buiten de piekuren), lagere exploitatiekosten door efficiency- en produktiviteitsverbetering, selectiviteit bij haar investeringen, internationale expansie en een fundamentele herbalancering van haar tarieven. De Consumentenbond acht het niet noodzakelijk dat de prijs voor lokale telefonie verhoogd wordt, omdat een volumetoename een betere benutting van het net betekent en daardoor de prijs kan dalen zonder winstvermindering.

Tarieven

Zo heeft PTT Telecom tussen 1992 en 1994 het telefoonabonnement en de kosten voor de 06-8008-dienst verhoogd, terwijl zij de internationale gesprekstarieven, onder de toenemende druk van de concurrentie, fors heeft verlaagd. Volgens PTT Telecom is de verhoging van het abonnementsgeld noodzakelijk om nieuwe investeringen te bekostigen. De Consumentenbond ziet hier geen reden voor, gezien de grote winst die PTT Telecom maakt en wil vanwege de tariefstijgingen juist een verlaging van het abonnementsgeld. Bovendien zijn de investeringen waarop PTT Telecom doelt vooral van belang voor het zakelijke telefoonverkeer en niet voor de particuliere beller. De Consumentenbond heeft dan ook bij de minister van Verkeer & Waterstaat geprotesteerd tegen deze abonnementsverhoging: 'Opnieuw heeft PTT Telecom het tariefdeel waar geconcurreerd wordt, verhoogd.[...] Het lijkt erop, dat PTT Telecom haar concurrentiepositie verbetert ten koste van de consument. Op de internationale markt kan geconcurreerd worden, maar nationaal niet. Voor de consument betekent dit, dat hij niet anders kan kiezen dan voor de PTT. Dat betekent, dat hij een zeer zwakke positie heeft tegenover de PTT.'(7)
Een hieraan gerelateerd issue betreft de hoogte van de vaste kosten. De Consumentenbond is van mening dat het abonnementstarief te snel is gestegen en te hoog is. Volgens de bond volgt PTT Telecom de gemakkelijkste weg om extra geld binnen te halen zonder geconfronteerd te worden met omzetverliezen, door haar tariefbeleid te verschuiven van variabele naar vaste kosten.(8) Eén van de voorstellen van de consumentenorganisaties is, dat men niet meer per tik moet betalen, maar per werkelijke beltijd, zoals dat bij Mercury in Groot-Brittannië het geval is. Dit is voor de klant voordeliger en eerlijker.
In 1996 zal PTT ook BTW over telefoondiensten moeten rekenen. Omdat het concern de binnenkomende BTW kan verrekenen met de door haar zelf betaalde BTW hoeven de tarieven niet met 17,5 procent omhoog, maar is met de overheid 10 procent overeengekomen. Volgens de Consumentenbond zou de werkelijke kostenverhoging voor PTT echter 5 procent bedragen en verdient PTT hier ten onrechte aan. PTT acht de tariefstijging echter uiterst redelijk.(9)
Ook de tariefherziening is een belangrijk issue.(10) Toenemende internationale concurrentie vergroot de druk om de tarieven voor het segment waar geconcurreerd wordt te verlagen. Op zich is tariefherziening een goede zaak, zo stelt de Consumentenbond, maar er is wel degelijk het gevaar dat voor de exclusieve nutsdiensten tariefsverhoging dreigt. Het door PTT Telecom gehanteerde argument is dat een reële kostentoerekening dat vraagt. In deze kostentoerekening kunnen behalve bedrijfsmatige afwegingen ook politieke keuzen een belangrijke invloed hebben op de prijsstelling. Eén van de positieve gevolgen van vrije concurrentie en de wording van de Europese markt is het feit, dat de prijzen en diensten gestandaardiseerd kunnen worden. Echter deze geïntegreerde telecommunicatiemarkt is nog niet verwezenlijkt; de Europese eenwording wordt nog niet weerspiegeld in het beleid van de nationale telefoonbedrijven. Uit onderzoek van het beuc is namelijk gebleken, dat een telefoongesprek van het ene naar het andere land een andere prijs kan hebben dan een telefoongesprek dat vice versa plaatsvindt; ook variëren de gesprekskosten sterk in verschillende landen qua lokale, interlokale en internationale gesprekken.(11) Exacte vergelijking wordt bemoeilijkt door de diversiteit van de berekeningen van de kosten en de grote verschillen in aansluitingskosten en abonnementskosten in Europa. Wel kan gezegd worden dat Nederland lage (met name lokale) telefoontarieven kent en wat betreft aansluitings- en abonnementskosten in de middenmoot zit. Bij toenemende concurrentie worden ook de vaste kosten verhoogd (zie bijvoorbeeld in Nederland en in het Verenigd Koninkrijk), terwijl de consument gediend is bij lage vaste kosten. De drempel voor de toegang tot de telefoondiensten lijkt hierdoor verhoogd te worden. Het rapport concludeert, dat meer concurrentie en de herziening van de tarieven zoals die nu te zien is, niet per sé in het voordeel van de consument hoeft uit te vallen. In Engeland waar al twee telecommunicatiebedrijven opereren: BT en Mercury is dat bijvoorbeeld niet het geval.

Netwerkmodernisering

Een ander relevant beleidsaspect betreft de kosten van het moderniseren van het netwerk. De kostentoerekening van het 'upgraden' van de telecommunicatie-infrastructuur is een complexe aangelegenheid, juist omdat er in deze sector sprake is van hoge 'joint costs' en selectieve 'benefits'. De minister van V&W stelde diplomatiek, dat er sprake moet zijn van een 'juiste' kostenallocatie. Echter de vele faciliteiten, die nu mogelijk zijn als gevolg van 'creeping modernisation', komen voor een groot gedeelte ten gunste van de niet-particuliere gebruikers.(12)
Huishoudens betalen op deze manier voor investeringen in hoogwaardige netwerken en diensten, waaraan gewone consumenten eigenlijk helemaal geen behoefte hebben en die ze toch niet zullen gebruiken. Volgens de Consumentenbond subsidieert de universele dienst juist andere complexere diensten.(13) De Consumentenbond reageerde op de ontwijkende reactie van de minister door te opteren voor een kostentoedeling van netwerkmodernisering buiten de basisdiensten: 'Dat brengt de vraag op of aan het abonnement de juiste kosten toegerekend worden. Juist het feit, dat zoveel mensen een aansluiting hebben, drukt de kosten voor de infrastructuur die per aansluiting gemaakt worden. Onze conclusie is dat het een beleidsmatige keuze is hoe de kosten worden toegerekend. Hierdoor worden de investeringen relatief zwaarder toegerekend aan de consument, die geen invloed uit kan oefenen om de prijs te beïnvloeden. Zolang de winstpositie van de PTT niet in het geding is moet de prijs om een telefoon te nemen laag zijn, ook omdat de telefoon voor velen een onmisbare voorziening is geworden.'(14)

De kwaliteit van de dienstverlening, zoals neergelegd in de Algemene Voorwaarden voor aan PTT Telecom opgedragen diensten en voor Vaste Verbindingen van de Wet op de Telecommunicatievoorzieningen WTV van 1989, is een ander belangrijk issue. Over de invulling en wijziging van deze voorwaarden is in de periode 1986-1988 intensief overleg gevoerd met de Consumentenbond en met Konsumenten Kontakt. PTT Telecom heeft voor zichzelf als algemene doelstelling geformuleerd voor 1995 het kwaliteitsniveau te evenaren van een Amerikaanse Bell Operating Company, de wereldtop wat betreft klantgerichte dienstverlening.

Een ander te noemen issue betreft de privacybescherming van de consumenten. Voortschrijdende technologie maakt vele nieuwe faciliteiten mogelijk, zoals de gespecificeerde rekening (volledige realisatie in 1995) en weergave van het nummer van de oproeper (automatische nummeridentificatie). Bescherming van de privacy van de opbeller en communicatievrijheid in bredere zin, zijn belangrijke aandachtspunten voor de consumentenorganisaties.
De Consumentenbond heeft recent de aandacht van de minister van Verkeer & Waterstaat gevraagd voor de gevolgen van de verzelfstandiging van de PTT en de zich de-monopoliserende telecommunicatiesector. Zo pleit de Consumentenbond voor een onafhankelijk toezicht van prijs en kwaliteit 'op dat deel van de markt waar de consument geen keuze heeft om misbruik van een feitelijk monopolie te voorkomen'.(15)Een verscherping van het toezicht op de concessiehouder is ook in het belang van de concurrent van PTT. In de huidige telecommunicatiemarkt is nog steeds geen sprake van effectieve concurrentie: de mededinging is slechts partieel en tussen structureel ongelijke partijen. Terwijl de concurrentie in de zakelijke markt in snel tempo toeneemt, kunnen particuliere huishoudens nog steeds niet profiteren van het aanbod van telefoniediensten door meerdere met elkaar concurrerende operators. De Consumentenbond moet daarom regelmatig wijzen op de zwakke positie van de consument ten opzichte van de zakelijke gebruikers en telecommunicatieaanbieders. Zo maakte de Consumentenbond tevergeefs bezwaar tegen de verhoging van het abonnementstarief en het tarief van 06-8008 in december '92, op grond van het argument dat de consument wel invloed heeft op de belkosten maar niet op de abonnementskosten.(16)

Toepassing van de gekozen strategie

De consumentenorganisaties proberen op verschillende manieren invloed uit te oefenen op het beleid van de overheid en de strategie van PTT Telecom. Allereerst door hun invloed te doen gelden door in allerlei overlegorganen deel te nemen. Op nationaal niveau zijn de consumentenorganisaties vertegenwoordigd binnen de ge‹nstitutionaliseerde overleggremia, waarin zij hun standpunten en eisen naar voren kunnen brengen. De Overlegorganen PTT Post en PTT Telecom bestaan uit een bilateraal overleg met hun belangrijkste 'stakeholders'. Het Periodiek Telecom Overleg, dat op initiatief van het ministerie van V&W en van Economische Zaken is ingesteld, bestaat uit een trilateraal overleg tussen de overheid, PTT Telecom en 'relevante anderen'. Bovendien participeert de Consumentenbond nog in het Nationaal Platform HDTV, dat zich bezighoudt met de invoering van hoge definitie televisie. Op internationaal niveau probeert de Consumentenbond via de overkoepelende consumentenorganisaties als BEUC en de Telecommunications Users Association de belangen van met name de Nederlandse consumenten te behartigen. Deze twee belangenorganisaties kunnen een belangrijk gewicht in de schaal leggen op Europees niveau, omdat één van de uitgangspunten van de Europese Commissie is dat zoveel mogelijk partijen geconsulteerd moeten worden.
Een tweede manier om invloed uit te oefenen is aandacht vragen voor belangrijke issues in brieven aan de politiek verantwoordelijken en het zoeken van aandacht hiervoor in de media. Verder geeft de Consumentenbond natuurlijk haar eigen gids uit, waarin zij verschillende onderwerpen aan de kaak stelt. Op deze manier worden de consumenten over allerlei onderwerpen aangaande telecommunicatie ingelicht. Verder stuurt de Consumentenbond regelmatig verslagen, rapporten en brieven naar de betrokken ministeries en het parlement. Ook benadert de Consumentenbond PTT Telecom regelmatig met brieven, waarin ze haar klachten ten aanzien van het gevoerde beleid kenbaar maakt. Op deze manier probeert men PTT Telecom er rechtstreeks toe te bewegen haar beleid te wijzigen.
Naast het zoeken van de publiciteit en het leggen van informele contacten, hebben de consumentenorganisaties natuurlijk ook formele beslissingsbevoegdheden. Zo participeren zij in de verschillende beleids- en besluitvormingsprocessen over standaardisatie en normalisatiekwesties. Zij proberen dit door stemrechten te verkrijgen in nationale en internationale organisaties zoals CEN/CENELEC, ETSI, NNI. Deze verantwoordelijkheid van consumentenorganisaties in normalisatieprocessen vervult vooral een symbolische functie en het belang van het stemrecht bij dergelijke organisaties moet zeker niet overdreven worden. Er zijn zeer invloedrijke partijen bij de besluitvorming betrokken met sectoroverstijgende en internationale belangen en met veel kapitaal en expertise tot hun beschikking zoals de elektrotechnische industrie, de computerbranche en de PTT's.
Een vierde manier van politieke profilering is de actieve participatie van consumentenorganisaties bij de ontwikkeling van nieuwe diensten en technologie‰n. De consumentenorganisaties zijn betrokken bij het ontwerp en de invoering van nieuwe electronische media. Juist door haar informatie- en sluisfuncties aan te wenden tussen de aanbieders van nieuwe diensten en haar relatief ongeorganiseerde achterban, kunnen de consumentenorganisaties een rol vervullen bij het articuleren van relevante criteria voor het ontwerpen en implementeren van nieuwe media. Uit ervaringen van verschillende proefprojecten en experimenten met informatietechnologie is echter gebleken dat de consumentenorganisaties hetzij niet vertegenwoordigd waren in allerlei samenwerkingsconstructies van dienstenleveranciers, netwerkaanbieders, hardwareproducenten en overheden, dan wel pas laat in het ontwikkelingstraject van telematicadiensten werden betrokken.(17) De rol van consumentenorganisaties bij de invoering van bijvoorbeeld HDTV en andere nieuwe diensten is dan ook hooguit toetsend en volgend geweest: '[..] voorafgaand aan het besluit om in Europa een eigen HDTV-systeem te gaan ontwikkelen, geen studie is verricht naar een brede verzameling consumentenaspecten. Een studie waarin zowel effecten voor consumenten op korte en lange termijn werden verkend. Ook heeft er geen onderzoek onder consumenten plaatsgevonden en werden vertegenwoordigers van de consumentenbeweging niet gehoord. Alleen de percepties van de betrokken actoren over consumenten, en hun ideeën over consumentenaspecten, hebben in de ontwikkeling van HDTV een rol gespeeld.'(18)

Bereiken van de gekozen doelstellingen

Aan het einde van de jaren tachtig was de positie van consumenten relatief sterk. Er was een (vrijwel) volledige penetratie door PTT Telecom bereikt met meer dan 95 procent van de woningen op het telefoonnet aangesloten. Bovendien werd in de nieuwe telecommunicatiewetgeving de universele beschikbaarheid van de basisdiensten tegen uniforme tarieven gegarandeerd. Tevens was er een prijsbeheersingsregime ingesteld voor de basisdiensten teneinde misbruik van economische machtspositie tegen te gaan. En PTT Telecom profileerde zich als een klantgerichte en commerciële onderneming die een ambitieus kwaliteitsniveau van haar dienstverlening nastreefde.
Na het bereiken van bovengenoemde voor de consumentenvertegenwoordiging belangrijke doelstellingen, moet de rol en de invloed van de consumentenorganisaties bij de huidige herziening van de WTV enigszins gerelativeerd worden. Zoals bleek uit de McKinsey-diagnose van de Nederlandse telecommunicatie-infrastructuur, richtte PTT Telecom zich vanuit haar traditie als openbaar nutsbedrijf teveel op de kleinere gebruikers en de particulieren en veronachtzaamde zij de belangen van haar zakelijke gebruikers. Deze 'de klant is koning'-ambitie van PTT Telecom kwam de consumentenorganisaties in de periode tot 1992 goed uit. Inmiddels heeft PTT Telecom haar inspanningen verschoven van de massamarkt met de kleine marges naar de meer elitaire markten met hogere marges. Opvallend is dat in de recente PTT-Meerjarenplannen in het deel over de dialoog met haar stakeholders geen melding wordt gemaakt van consumentenorganisaties, terwijl bijvoorbeeld de grootverbruikers wel genoemd worden.(19) Uit de succesvolle lobby van de consumentenorganisaties tegen het plan van PTT Telecom om consumenten ook voor niet-gerealiseerde gesprekken te laten betalen, blijkt dat de rol van de consumentenorganisaties toch ook niet helemaal verwaarloosd moet worden.
De zakelijke en internationale markten bieden PTT Telecom aanzienlijke groeimogelijkheden, maar kennen ook meer concurrentie en de hieraan verbonden commerciële bedrijfsrisico's. Het optreden van een meedogenloze concurrentiestrijd op internationaal niveau en het de facto monopolie op de basisdiensten op nationale niveau hebben het gevaar in zich, dat de inkomsten uit het lucratieve nationale verkeer worden aangewend voor een geografische en commerciële expansie van de nationale operator: kortom de binnenlandse gebruiker zou dan wel eens kunnen opdraaien voor resultaatverlies in de internationale of zakelijke markten.(20) Deze vorm van 'omgekeerde kruissubsidiëring' zou kunnen betekenen, dat Nederlandse consumenten ongewild meebetalen aan verliesgevende pioniersactiviteiten in Oost-Europa en het opbouwen van het Europees Telecom-triumviraat Unisource, waarin de Nederlandse, Zweedse en Zwitserse PTT's met elkaar samenwerken.
Ter vermindering van de kans op bovengenoemde 'kruissubsidiëring-nieuwe-stijl' zouden de consumentenorganisaties (en de overheid?) kunnen opteren voor de rechtmatige eis van het 'terugploegen' van de inkomsten uit de exclusieve concessiediensten of de exploitatie van bepaalde basisdiensten door de andere aanbieders; een soort 'toegangsbelasting'. Een aantal alternatieven is hiervoor aangedragen, zoals een bepaald 'fonds voor universele diensten' om de basisfaciliteiten voor onrendabele groepen en gebieden in de samenleving te stimuleren, een 'life line' programma met een gratis aantal gesprekstikken voor bepaalde kleine gebruikers via sociaal grootgebruikerscontracten, of een verplichting tot herinvestering in de infrastructuur.(21) Op deze wijze zou PTT Telecom dus actief kunnen participeren en eventueel profiteren van de ontwikkeling en exploitatie van nieuwe diensten. Voorbeelden hiervan zijn de 'Friends and Family' & 'Reach out America/the World'-diensten van MCI en AT&T gericht op het stimuleren van intensief telefoongebruik binnen een groep van maximaal twintig mensen, tegen een sterk gereduceerd tarief. Bovengenoemde maatregelen zouden deel uit kunnen maken van een groter plan, gebaseerd op het grondrecht van een bepaald hoogwaardig basispakket van diensten en de toegang tot en de universaliteit van een landelijk 'intelligent' netwerk mogelijk te maken dan wel te garanderen. Welke diensten tot dit pakket zouden moeten behoren is natuurlijk niet alleen een technologische, maar ook een economische en politieke zaak waarin de overheid, PTT Telecom en de consumentenorganisaties moeten beslissen of de gespecificeerde nota, automatische nummer identificatie en 'call waiting' nu wel of niet in dit basispakket van universele diensten moeten worden opgenomen. De Consumentenbond is overigens tegen een aantal gratis tikken omdat ze in het abonnementstarief zijn berekend en ziet meer in speciale tarieven voor kleinere gebruikers, zoals 'BT's low user rebate scheme'.

Tot slot

Uit de Hoofdlijnennotitie van het ministerie en het begeleidende McKinsey-rapport uit 1993 blijkt vooral de roep van het Nederlands bedrijfsleven om meer efficiënte, flexibele en hoogwaardige vormen van communicatie. Zeker gezien het grote economische belang van een hoogwaardige en efficiënte telecommunicatiesector lijkt de overheid bij de herinrichting van het Nederlands telecommunicatiebeleid niet om de wens van de zakelijke gebruikers om verregaande liberalisering heen te kunnen. Lindblom's opmerkingen over de 'privileged position of business' blijken wonderwel op zijn plaats te zijn in een zich internationaliserende telecommunicatiesector, waar comparatieve voordelen doorslaggevend zijn bij de locatie van en investeringen door grote bedrijven en by pass van informatiestromen buiten Nederland om, relatief gemakkelijk is: 'Mindful of government concern for business performance, businessmen, especially corporate executives, actively voice and negotiate demands on government, with both implicit threat of poor performance if their demands are not met.'(22) Deze 'leading edge customers' zijn blijkbaar goed in staat hun specifieke belang van goedkope en hoogwaardige telecommunicatievoorzieningen op effectieve wijze naar voren te brengen. De Consumentenbond heeft nog geen reactie uitgebracht; blijkbaar is haar focus en expertise toch vooral gericht op de tarieven en minder op strategische issues voor de middellange termijn. Ook in de naar aanleiding van de Hoofdlijnennotitie uitgebrachte adviezen en in het uiteindelijke regeringsstandpunt, blijkt de consument grotendeels uit het beeld te zijn verdwenen. Het lijkt er dus op dat de consument bij de recente politieke discussie over het toekomstig telecommunicatiebeleid (voorlopig?) in de wachtstand is gezet.