|
|
Door: R.M. Duin
Meer concurrentie in telecommunicatie leidt tot een tweede
aanbieder van
GSM-diensten in Nederland. Terwijl PTT Telecom per 1 juli 1994
reeds van
start is gegaan, moet deze tweede aanbieder nog worden gekozen.
Minstens
drie consortia zijn hiervoor in de markt.
Terwijl in Nederland de wetgeving die moet leiden tot de invoer
van GSM
amper is afgerond, gaan de ontwikkelingen rond GSM gewoon door.
Zowel in
Oost Europa, Australië, Afrika, het Midden Oosten en langs de
Pacific
Rim wordt de paneuropese GSM-standaard geaccepteerd en
geïmplementeerd.
Alleen in Noord- en Zuid-Amerika volgt men andere technologische
ontwikkelingen.
Inmiddels zijn de specificaties van de zogeheten GSM-2
standaard
vastgesteld. Hierin worden functionaliteiten geregeld als de
half-rate
codec (de verdubbeling van de capaciteit per frequentiekanaal),
call
waiting, calling line identification en conference calls. Aan de
specificaties voor de daaropvolgende generatie, GSM-2 Plus, wordt
inmiddels ook gewerkt; zo'n vijftien functionaliteiten hebben een
hoge
prioriteit gekregen en daarnaast prijken er nog 24 andere eisen
op het
verlanglijstje.
In West Europa hebben bijna alle landen één of meer GSM-netten
commercieel in gebruik. Uitzondering zijn nog Oostenrijk en
Spanje. Het
is inmiddels genoegzaam bekend dat de tot standkoming van de Wet
Mobiele
Communicatie (de GSM-wet) een ongeëvenaard drama is geworden. Op
eigen
deelbelangen uitzijnde ministeries hebben daarbij volledig uit
het oog
verloren dat de positionering van Nederland als 'Gateway to
Europe' ook
wat betreft telecommunicatie een adequate en moderne
infrastructuur
nodig heeft. Nederland, dat vijf jaar geleden nog met de WTV uit
1989
een voortrekkers rol vervulde waar het de liberalisering van de
telecommunicatiemarkt betrof, is helaas zijn voorsprong kwijt
geraakt.
Situatie vanaf 1 juli 1994
Op 1 juli 1994 opende PTT-Telecom haar GSM-netwerk. Naar het zich
laat
aanzien heeft PTT-Telecom de tijd waarin de wetgeving voortkroop
goed
benut. Meteen al bij de opening van het net is er een dekking,
die,
vooral voor de 8-Watt autotelefoon de dekking van het analoge net
ATF-3
evenaart. Daarnaast biedt het GSM-net ook meteen al diensten als
Voice
mail (voor ATF-3 pas onlangs geïntroduceerd), en SMS, Short
Message
Service, een soort functie als de alfanumerieke pager. De
paneuropese
standaardisatie wordt benut middels een groot aantal
internationale
'roaming' overeenkomsten zodat de gebruiker ook buiten Nederland
bereikbaar kan zijn en kan bellen.
PTT-Telecom komt met drie nieuwe tariefstructuren die niet
alleen
een differentiatie naar gebruik kennen zoals bij ATF-3, maar ook
een
geografische differentiatie. De drie ATF-3 tarief-pakketten
heten:
private space, key space en high space, terwijl de GSM-pakketten
city
space, eurospace en super space genoemd worden. City space kent
een
goedkoop stads/agglomeratie gebruik terwijl in superspace een
aantal
'gratis' gebruiksminuten zit. De naamgeving van de zes
tarief-pakketten
duidt er op dat PTT-Telecom ATF-3 en GSM niet als aparte diensten
positioneert maar als aanvullende: mobiele communicatie = ATF-3 +
GSM.
Het zal duidelijk zijn dat de tweede GSM operator dit marketing
instrument niet tot zijn beschikking heeft.
De GSM service wordt niet alleen door PTT-Telecom zelf, doch
ook
door een aantal zogenoemde service providers aan de man gebracht.
Deze
service providers, op dit moment Martin Dawes, debitel Nederland,
Talkline en PTT-Telecom zelf, hebben al een tijdje kunnen oefenen
met de
ATF-3 service. Het is te verwachten dat de service providers
variaties
zullen gaan aanbrengen op de tariefopties van de netwerk
operator. Dit
kan, in het uiterste geval, dus leiden tot 4 x 6 = 24
verschillende
tarief-pakketten.
Tot de inwerkingtreding van de GSM-wet vielen ATF-3 en GSM
nog
onder de concessie en waren derhalve vrijgesteld van BTW. Voor de
service providers betekende dit ook een beperking in hun
handelingsvrijheid. Inmiddels is ATF-3 en GSM BTW-plichtig en
zijn de
tarieven ook gewijzigd.
De Consortia voor GSM-2
Goed, PTT-Telecom opent zijn GSM-netwerk, maar waar is de
concurrentie ?
De concurrentie kan niet anders doen dan lijdzaam toezien hoe
PTT-Telecom zijn natuurlijk dominante positie verder kan
uitbouwen. Een
aantal consortia hebben zich gevormd of vormen zich nog.
Onderling mogen
zij uitvechten wie de vergunning voor het tweede GSM-netwerk
krijgt. De
winnaar moet vervolgens zijn netwerk vanuit een nulpositie
opbouwen en
pas daarna kan de strijd om de gunst van de klant met PTT-Telecom
worden
aangebonden. Afgaande op wat hierover in de pers verschijnt, zijn
er
momenteel vier consortia voor GSM-2. Dat zijn:
NL-tel BV, dat zich al zeer vroegtijdig als zodanigheeft
bekend
gemaakt,
de combinatie van ING met Vodafone, die
samen MT2 vormen,
de combinatie RABO, BellSouth en Getronics. DeTeMobil,
dochter van Deutsche Telecom met op het moment van
schrijven nog onbekende partners.
Het is op verzoek van het ministerie van Verkeer en Waterstaat
dat de
banken het voortouw hebben genomen bij het groeperen van de
diverse
consortia. Mogelijk zijn er nog andere consortia in statu nacendi
of
zijn er andere partijen die zich bij de bestaande combinaties
(willen)
aansluiten.
Wat betreft NL-tel kan worden gesproken van een reeds geruime
tijd
samenwerkend, zorgvuldig ge-'engineerde' groep bedrijven met
enerzijds
een solide Nederlandse basis en anderzijds een tweetal zeer
ervaren
buitenlandse telecom-operators. Partners van NL-tel zijn :
ABN-AMRO,
AirTouch (het voormalige Pactel), Cable & Wireless, Heidemij, De
Nationale Investeringsbank, NUON, waarin een aantal
energiebedrijven
participeren en Radio Holland Cellular Services.
Ieder van de consortia zal zo zijn eigen visie hebben op de
mogelijkheden van een concurrerend GSM-net. Elk zal ook zijn
eigen koers
varen om de 'beauty-contest' te winnen. Voor alle consortia geldt
echter
hetzelfde, namelijk, dat de criteria die worden gehanteerd voor
het
verlenen van de vergunning voor het tweede GSM-netwerk niet
noodzakelijkerwijs ook de criteria zijn waarmee die partij ook
succesvol
in de markt kan zijn. Zo kunnen er ten behoeve van de
licentieverlening
een heleboel, soms dure, doch innovatief ogende toeters en bellen
worden
aangeboden, die niet echt veel toegevoegde waarde voor de
gebruiker
hebben.
Bij elk van de consortia zien we één of meer buitenlandse
operators
met een speciale verantwoordelijkheid voor de technische en
commerciele
realisatie van het tweede GSM-netwerk. Zoals we zien in de landen
om ons
heen is de bemoeienis van deze buitenlandse partner(s) veelal
tijdelijk.
Na het winnen van de vergunning en het opbouwen van het netwerk
en de
bijbehorende organisatie trekken de buitenlanders zich terug.
Kennis en
verantwoordelijkheid worden overgedragen aan de lokale partners
en
daarmee ontstaat een grote hoeveelheid hoogwaardige nieuwe
werkgelegenheid.
Wat valt er te verwachten van de GSM-2
operator ?
De gebruikers, en daar gaat het tenslotte om, hebben eindelijk
een
keuze. Niet alleen een keuze tussen tariefpakketten van service
providers, maar ook een keuze tussen kwaliteitspakketten van
netwerk-exploitanten. Zoals hierboven genoemd hebben de
gebruikers
alleen al bij PTT-Telecom inmiddels zes tariefpakketten waar zij
een
half jaar vòòr het GSM-netwerk operationeel werd er slechts één
hadden.
Kennelijk werpt de concurrentie reeds zijn schaduw
vooruit.
Verwacht mag worden dat er zich op de markt geen wilde
prijsoorlog
zal gaan afspelen. Uiteraard is de prijs slechts één van de
elementen
in de marketingmix van een operator en de scherpe prijsstelling
die nu
reeds door PTT-Telecom is aangekondigd geeft al aan dat er
concurrentie
in aantocht is, maar uiteindelijk zal de strijd om de klant
voornamelijk
op kwaliteit worden gestreden. Kwaliteit zowel van het netwerk
als ook
van de geboden diensten.
Voor PTT-Telecom betekent de komst van GSM-2 natuurlijk
concurrentie.
Dat betekent dat PTT-Telecom een voortdurende prikkel krijgt
efficiënt
en klantgericht te blijven opereren. Daarnaast betekent de komst
van een
tweede operator ook een gezamenlijke stimulering van de markt
waar beide
partijen van zullen profiteren. Dit is ook de ervaring in het
buitenland
waar met de komst van een GSM-concurrent de totale markt méér dan
twee
keer zo snel begon te stijgen.
In de derde plaats kan PTT-Telecom ook een grote, misschien
wel
zijn grootste klant verwachten. Hoewel GSM-2 voor zijn vaste
verbindingen een groot aantal mogelijkheden heeft om zijn netwerk
mee op
te bouwen, moet hij uiteindelijk toch het netwerk van PTT-Telecom
benutten om de abonnee van het vaste net te bereiken. De
prijsvorming
van deze interconnectie is één van de lastigste onderwerpen waar
door
alle betrokkenen (PTT-T, GSM-2 en HDTP) over moet worden
nagedacht,
omdat het de sleutel is tot het wel of niet ontstaan van een
geliberaliseerde telecommarkt. Overigens is deze discussie ook
van het
grootste belang voor het welslagen van de door de overheid
voorgestane
liberalisering van de telecommunicatie van het vaste net.
In die zin mag GSM-2 vast de eerste voorhoedegevechten
leveren.
Ervaringen met soortgelijke situaties in het buitenland hebben
geleerd
dat in alle gevallen de overheid regulerend heeft moeten
optreden. Voor
de aandeelhouder van KPN - en dat is de lezer van dit tijdschrift
ongetwijfeld - is het vermoedelijk het voordeligst als
PTT-Telecom GSM-2
vooral beschouwt en behandelt als klant, meer dan als een
concurrent die
moet worden weggevaagd.
Ook de aanbieders van de beoogde tweede vaste infrastructuur
kunnen, als zij een goed en concurrerend aanbod doen en de
potentiële
klant ook op maat kunnen bedienen, van de tweede GSM-operator
klandizie
verwachten. Zij kunnen, vooruitlopend op de liberalisatie van de
spraaktelefonie in 1998, reeds ervaring opdoen en hun netwerk
uitbouwen
van een verbindingsnetwerk voor eigen gebruik naar een netwerk
dat
gedimensioneerd is naar de geografische verdeling van
(toekomstige)
klanten. Zij kunnen als het ware meegroeien met de uitbouw van
GSM-2.
Daarnaast zouden zij nog een hele reeks van diensten kunnen
aanbieden in
het verlengde van hun infrastructuur.
Tenslotte kan de overheid van het op de markt komen van een
tweede
GSM-operator een stimulans verwachten voor de kwaliteit van
(mobiele-)
telecommunicatie diensten. Nederland kan dan een deel van de
achterstand
op de rest van Europa inhalen en zich ook ten aanzien van de
telecommunicatievoorzieningen weer als 'Gateway to Europe'
presenteren.
Bovendien wordt er, door het ontstaan van een meer pluriforme
aanbodzijde van de markt zowel direct als indirect
werkgelegenheid
geschapen. De GSM-2 organisatie zal hoogwaardige arbeid bieden
aan, naar
geschat, honderden medewerkers. Ook zullen een groot aantal
toeleveranciers meeprofiteren van de nieuwe
bedrijvigheid.
Uiteraard betekent GSM-2 voor de overheid ook een bron van
inkomsten door vennootschapsbelasting en omzetbelasting. Wellicht
het
allerbelangrijkste voor Nederland, en dus voor de overheid, is
dat door
de aanwezigheid van state-of-the-art mobiele telecommunicatie een
enorme
produktiviteitsverbetering binnen organisaties is te realiseren.
Een
recente studie van PA-Consulting voor het ministerie van
Economische
Zaken spreekt over macro-economische baten van tientallen
miljarden.
Telecommunicatie is één van de belangrijkste grondstoffen voor
onze
diensteneconomie.
Wat verwachten de consortia van de
overheid ?
Het stap voor stap liberaliseren van de telecommunicatiemarkt
vereist
van de overheid een zorgvuldige begeleiding. Wil de
liberalisering ook
echt van de grond komen, dan moet de overheid in de eerste plaats
een
onafhankelijke rol als scheidsrechter kunnen spelen zonder
gehinderd te
worden door korte-termijn financiéle belangen, hoe groot die ook
mogen
zijn. Van de overheid wordt, in haar hoedanigheid als
scheidsrechter,
vooral op slagvaardigheid gerekend. Daarnaast mogen de
nieuwkomers op de
markt, mede omdat hun start door het eindeloze wetgevingstraject
waarvoor diezelfde overheid -hierbij wordt niet alleen V&W
bedoeld-
verantwoordelijk is, op assistentie rekenen. Te denken valt aan
kwesties
als interconnectie, co-locatie van antennes, levertijden van de
concessionaris en het beschikbaar stellen van additionele
frequenties,
voorzover zich op die terreinen problemen zouden voordoen. Dit
laatste
is niet ondenkbeeldig omdat PTT-Telecom het voornemen heeft
uitgesproken, daarbij ondersteund door een 'last-minute'
koerswijziging
van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, om ATF-3 nog
minstens tien
jaar in de lucht te houden.
Op de korte termijn is evenwel het allerbelangrijkste voor
alle
consortia, dat de overheid de tenderprocedure voor de tweede GSM
operator zo vlot mogelijk afwerkt om daardoor de achterstand van
deze
nieuwkomer op de markt zo klein mogelijk te houden. Bij deze
tender zal
de overheid objectieve criteria moeten hanteren. De weging van de
diverse criteria is nog niet bekend. Allereerst zijn er
natuurlijk de
formele criteria (de 'essential requirements' in de terminologie
van de
EU) waaraan de consortia moeten voldoen. Hieronder vallen eisen
als de
juridische status van de inschrijver, maar bijvoorbeeld ook het
onderschrijven van de MOU inzake GSM en het voldoen aan de
wettelijke
plicht tot meewerken aan het afluisteren van gesprekken door de
justitiële autoriteiten. Naast de formele criteria is er de
beauty
contest. Voor het inlopen van de ontstane achterstand in Europees
verband zal het bijvoorbeeld essentieel zijn dat het
inschrijvende
consortium bewezen ervaring met GSM heeft en het tweede netwerk
snel op
de markt kan brengen door middel van een vlotte 'roll-out'. Het
is te
verwachten dat dit soort overwegingen bij het selectieproces een
zeer
groot gewicht zal krijgen.
Verder is te verwachten dat de overheid ook de belangen van
de
Nederlandse samenleving in zijn geheel zal laten meewegen bij de
uiteindelijke keuze. Hieronder zal de overheid zelf, de
gebruikers, de
concurrentie en de toeleveranciers worden verstaan. Ook zullen de
innovatieve aspecten van het voorstel van de inschrijver
meewegen.
Daarbij moet worden bedacht dat innovaties binnen de
GSM-standaard voor
een belangrijk deel bepaald wordt door internationale
standaardisatieprocessen. De overheid zij in deze veel wijsheid
toegewenst.
|
























|