|
|
Door: G.J.C.M. van Kaathoven
De telecommunicatiesector is booming. Of, zoals men in de
Verenigde
Staten zegt: 'Telecommunications is hot'. En wij voegen eraan
toe:
'Because of the new kids on the block'. Maar waar vinden de Kids
nieuwe
financiers?
De 'new kids on the block' -en daarmee bedoel ik de nieuwe
aanbieders
van diensten- staan klaar om een deel van de
telecommunicatiemarkt te
veroveren. De wereld zou er mooi uit zien als financiële
instellingen
zonder enige vorm van terughoudendheid tegen ondernemers in de
telecommunicatie-industrie zouden zeggen: 'Gaat uw gang, geld is
geen
probleem voor succes van uw projecten.' Dit zou namelijk
betekenen dat
de banken de zekerheid waar zij meestal naar op zoek zijn, zouden
hebben
gevonden. Dat is een utopie. Dat zou de ideale wereld zijn.
Banken zijn echter wel bereid een deel van de financiële
risico's
voor hun rekening te nemen door het vormen van partnerships. Zij
nemen
hierbij calculeerbare risico's, samen met ondernemers in de
telecommunicatie. Dat banken zich gecommitteerd hebben aan de
telecommunicatie moge duidelijk zijn. De commitments wereldwijd
in deze
industrie lopen in de tientallen miljarden guldens.
Hier wil ik op drie punten nader ingaan: Ten eerste: hoe
heeft de
relatie tussen banken en telecom bedrijven zich tot op heden
ontwikkeld;
vanwaar de interesse? Ten tweede: wat zijn de
mogelijkheden en
voorwaarden van een succesvol partnership tussen banken en
telecommunicatiebedrijven?
Ten derde: wat komt er zoal kijken bij
projectfinanciering?
Interesse in telecom
Allereerst de vraag waarom banken überhaupt geïnteresseerd zijn
in
telecommunicatie. Kijkend naar de telecommunicatiesector geldt
dat deze
meer en meer wordt bepaald door normale mededingingsregels. De
oude
situaties van monopolie maken plaats voor geliberaliseerde met
kansen
voor nieuwe partijen. Timing speelt hierbij een belangrijke rol.
In
Nederland betekent dit dat de meeste activiteiten nog moeten
worden
opgestart. Van scratch af aan en zo snel mogelijk winstgevend. In
andere
landen is een competitieve omgeving al langer aanwezig. We kunnen
veel
leren van de voorsprong die deze landen hebben.
Neem bijvoorbeeld de ontwikkeling van kabelnetten in
Groot-Brittannië. In het begin van de jaren tachtig was dit een
catastrofe. Nu, in de jaren negentig, wordt er van uit gegaan dat
hoge
rendementen kunnen worden behaald. De oorzaak hiervan ligt in een
wetswijziging die buitenlandse partijen toestaat direct actief te
zijn
op de Britse markt. Zo zijn bijvoorbeeld Nynex, us West en tci in
het
Verenigd Koninkrijk aanwezig. Het feit dat ook telefoniediensten
door
deze kabeltelevisiebedrijven mogen worden aangeboden maakt het
nog
aantrekkelijker in deze sector te investeren. Daarnaast is het
kunnen
beschikken over een uitgebreide catalogus van programma's een
bepalende
factor voor succes. Andere voorbeelden van new kids in het
Verenigd
Koninkrijk zijn de nieuwe aanbieders van mobiele telefonie.
Tariefregulering en andere overheidsbemoeienis is nauwelijks meer
aanwezig. Door dergelijke economische en politieke ontwikkelingen
kan
een omgeving worden gecreëerd waarin het aantrekkelijk is
allerlei
kapitaalsintensieve telecommunicatieprojecten te starten of uit
te
breiden. Vanuit financieringsoogpunt zijn deze projecten
allereerst
interessant omdat het 'leverage'-effect van de benodigde
investeringen
door deze situatie nog meer wordt verhoogd; denk hierbij aan
telefonie,
programming of pay-per-view. Bovendien zijn de kosten om een
netwerk te
bouwen ongeveer gelijk aan die in, zeg 1985-1987. Tot slot is de
lange
rente flink gedaald.
De ontwikkelingen in de telecommunicatiesector verschillen
sterk
per land of regio. Naast Groot-Brittannië is momenteel Oost
Europa
bijzonder interessant. De complexiteit is er groter en er spelen
andere
problemen, niet in de laatste plaats grote valutarisico's. Banken
hebben
allerlei financieringsstructuren ontwikkeld om
telecommunicatieprojecten
in en met Oosteuropese landen op te zetten.
Succesvol partnership
Na deze terugblik in het verleden wil ik nu ingaan op de
belangrijkste
voorwaarden voor succesvolle samenwerking in de
telecommunicatiesector.
Dé kritieke succesfactor is partnership. Met andere woorden: wie
zijn
de strategische partners? Natuurlijk is het van belang dat een
goed
onderbouwd businessplan wordt gepresenteerd om conclusies te
vormen over
tal van factoren zoals: demografie, bevolkingsdichtheid,
constructiekosten, abonnementsprijzen en penetratiegraden. Maar
wellicht
de allerbelangrijkste conditie voor succesvolle competitie in
telecommunicatie is de vraag wie de sponsors van het project
zijn. Het
succes van de nieuwe aanbieder van diensten, the new kid on the
block,
staat en valt met de kwaliteit, de betrokkenheid en de financiële
ruimte van de strategische partners.
De kwaliteit van de strategische partners blijkt keer
op keer de
garantie voor het welslagen van een project: marktkennis,
fingerspitzengefuhl, concrete ervaring, een trackrecord.
Dìt zijn de
kenmerken waaraan partners worden getoetst en waaraan zij een
hoog
niveau van bancaire kredietwaardigheid kunnen ontlenen. Geniale
ideeën
komen namelijk in de regel niet uit het niets. De Willie Wortels
ontstijgen maar zelden het stripverhaal.
In de telecommunicatie sector betekent dit dat wij het vooral
hebben
over internationaal actieve partijen, meestal met de basis in een
land
waar competitie al langer bestaat zoals in de Verenigde Staten en
het
Verenigd Koninkrijk. Nederland heeft het op dit punt
moeilijk.
Kwaliteit is in de praktijk nauw verbonden met het tweede
criterium
voor succes: betrokkenheid. Hieronder versta ik de
inhoudelijke binding
van een strategische partner bij een te financieren project. Een
partner
mag dan wellicht strategisch zijn, maar dat wil nog niet zeggen
dat er
sprake is van een werkelijk commitment. Het zal niet de eerste
keer zijn
dat een gerespecteerde multinational een voor hem strategisch
belang
neemt in een nieuwe onderneming, maar vervolgens evenzo
gemakkelijk dit
belang weer van de hand doet wanneer het niet aan zijn
verwachtingen
voldoet. Of, voor de bank nog erger, wanneer de zaak op de fles
gaat.
Een goede manier om betrokkenheid inhoud te geven is het nemen
van een
substantieel belang van vijfentwintig procent of meer.
Een strategische partner, en ik kom hiermee op mijn derde
criterium, zal ook deep pockets moeten hebben. Kwaliteit
en
betrokkenheid? Ok‚, maar wanneer het financieel even niet meezit
moet
er genoeg financiële ruimte zijn om een tijdelijke crisis te
overwinnen. Indien de partners geen of onvoldoende zekerheden
weten te
bieden, zullen banken geneigd zijn terughoudend te zijn bij het
verstrekken van aanvullende financiering.
Zoals al is gezegd: banken nemen calculeerbare risico's, maar
gokken
niet. De noodzaak van deep pockets is een ervaringsgegeven.
Projecten in
de telecommunicatie willen nog wel eens onder het 'worst
case'-scenario
duiken. Dit hoeft op zichzelf nog geen probleem te zijn: bij het
aangaan
van een financieringsrisico betekenen de banken altijd nog een
'worst-worst-case'-scenario. Maar als de grens is overschreden
gaat
normaal gesproken de geldkraan dicht, tenzij de partners bereid
zijn tot
het stellen van aanvullende zekerheden.
De financiering
Stel nu dat mijn bank, MeesPierson, tijdens onderhandelingen
concludeert
dat een bepaald project financierbaar is. Laat ik dan eens nagaan
naar
welke specifieke aandachtspunten wordt gekeken teneinde een
adequate
financieringsstructuur aan te kunnen bieden. Met andere woorden:
wat
zijn de principes van de financiering van
telecommunicatieprojecten?
De hoogte van de lening. Normaliter wordt de
hoogte van leningen
bepaald aan de hand van de berekende cashflows. De lening zal
vijftig …
zestig procent zijn van de totale projectkosten. Hierdoor blijft
voldoende ruimte aanwezig bij tegenvallende ontwikkelingen. Stel
bijvoorbeeld dat de totale investeringen een omvang hebben van
100
miljoen gulden, dan zal het bedrag dat de aandeelhouders moeten
inbrengen 40 tot 50 miljoen bedragen. Dit aandelenkapitaal zal
ook
daadwerkelijk als eerste worden uitgegeven. Voordat men kan
beschikken
over bankleningen zal aan een aantal parameters moeten zijn
voldaan. Ik
kom hierop terug.
Termijn. Het zal duidelijk zijn dat de looptijd
van een lening niet
langer mag zijn dan die van een licentie. Dit betekent gewoonlijk
dat
een lening moet worden afgelost binnen zo'n tien jaar.
Beschikbaarheid van leningen. Het beschikken over
de lening
reflecteert de opbouwfase van het project. Het eindigt met het
genereren
van voldoende cash flow om aanvullende financiering te kunnen
dragen.
Aflossingen. Banken zien graag dat hun leningen
worden afgelost,
met rente, volgens het tevoren overeengekomen schema. Normaal
gesproken
wordt afgelost afhankelijk van de cash flow. Na het beëindigen
van de
beschikbaarheid van de lening wordt halfjaarlijks afgelost.
Rente. De rentevoet is erg afhankelijk van de
marktanalyse, de
cashflow-berekeningen, de looptijd, de betrokkenheid van de
strategische
partners, en van de algemene economische situatie in een land.
Normaal
gesproken varieert de risico-marge met de performance van het
project. Dividend. Gedurende de looptijd van de
leningen zullen beperkingen
worden aangebracht aan het uitkeren van dividend. Banken willen
voorkomen dat uitkeringen worden gedaan waarvoor wellicht later
herfinanciering moet worden gezocht.
Zekerheden. Het verschaffen van zekerheden is een
kwestie van maatwerk
die is aangepast aan het juridische kader van een land. Tot de
vereiste
zekerheden behoren in elk geval de verpanding aan de bank van
inkomsten,
rechten van het project, de licentie en van de activa van de
debiteur.
Parameters. Het succes van
telecommunicatieprojecten wordt door bank
en partner(s) per kwartaal ge‰valueerd. Daarbij worden enkele
feitelijk
gerealiseerde parameters vergeleken met gestelde doelen, zoals
het
aantal abonnees, de capaciteit van een net of dienst en enkele
financiële ratio's.
Licentie. De licentie is een zeer belangrijk
'kapitaalgoed'. Zij moet
aan bepaalde voorwaarden voldoen om goede financiering mogelijk
te
maken. De looptijd van de licentie moet aanzienlijk langer zijn
dan die
van de lening. Het moet voor de overheid niet mogelijk zijn om de
licentie in te trekken indien aan alle voorwaarden ervan blijft
worden
voldaan door de licentiehouder en de licentie moet de facto
overdraagbaar zijn. Duidelijkheid moet bestaan over de mate
waarin
competitie bestaat, dan wel er sprake is van een exclusieve
vergunning.
Tenslotte moeten alle andere voorwaarden voor de licentie
acceptabel
zijn voor de bank.
De leverancier. De leverancier van de benodigde
hardware en de
aannemer van het project moeten goed bekend staan.
Conclusie
Wellicht dat de lezer zich na deze opsomming verwonderd afvraagt
hoe het
mogelijk is dat er in de onzekere telecommunicatiemarkt nog
projecten
zijn die aan al deze voorwaarden kunnen voldoen.
Ondanks dat in het algemeen kan worden gesteld dat de financë‰le
positie van telecommunicatiebedrijven rooskleurig is en in een
aantal
sectoren de groeiverwachtingen hoog, is het toch zo dat de meeste
telecommunicatie-investeringen worden gefinancierd op
'projectbasis'.
Dit wil zeggen: zonder een garantie van de aandeelhouders.
Hierdoor
kunnen financiers niet terugvallen op extra zekerheden en wordt
dus een
duidelijk risico genomen.
Vooral bij nieuwe toegevoegde waarde-diensten zijn
consumentenbehoeften
onzeker en nemen de financiers van deze new kids risico.
|
























|