|
|
Door J.C. Arnbak
Het jaarlijks door Euroforum georganiseerde Nationaal Overleg
Telecommunicatie werd voor het eerst gehouden in 1989. Toen
kwamen de deelnemers bijeen om de min of meer rijpe vruchten te
proeven van de nieuwe Wet op de Telecommunicatievoorzieningen
(WTV): verzelfstandiging van PTT, concurrentie op randapparatuur
en de perikelen bij de (af)keuring hiervan, en vragen over de
plaats van kabeltelevisienetten en het functioneren van het
Overlegorgaan. De naam van het congres werd gekozen met een
knipoog naar het aanvankelijke gedrag in dit officiële orgaan
van de PTT, die de vele vragen beknopter afdeed dan de minister
zich ooit kon permitteren bij de behandeling van de begroting van
Verkeer & Waterstaat.
Deze ontstaansgeschiedenis verklaart wellicht de
traditionele positie van de Algemeen Directeur van PTT Telecom op
dit congres. Tot dusver treedt drs. B. Verwaaijen telkenjare op
als laatste spreker, en steeds laat hij daarbij zijn manuscript
in de congresbundel voor wat het is, om direct te kunnen reageren
op kritiek van eerdere sprekers. Zijn toespraak wordt gevolgd
door het eigenlijke Nationaal Overleg van het paneel van
sprekers, doorgaans afkomstig van koepelorganisaties, ministeries
en vooraanstaande marktpartijen.
Tijdens het eerste lustrum van het Overleg in de voorzomer
van 1993 had de PTT-topman gesteld dat het nu wellicht welletjes
was. De Nederlandse telecommunicatiesector was volgens hem
inmiddels zo rijp geworden dat er geen bijzondere redenen meer
waren voor deze congrestraditie. Maar kort daarna overviel het
kabinet Nederland met zijn Hoofdlijnennotitie. Hierin werden een
ingrijpende herziening van de WTV en een concessionaris voor een
tweede nationale telecommunicatie-infrastructuur aangekondigd. En
alsof dit al niet overlegstof genoeg was, verscheen op
Sinterklaasavond 1993 het Witboek Delors: Growth,
Competitiveness and Employment - the challenges and ways forward
into the 21st century . E‚n van de doelstellingen was om de
krachtige economische motor van de electronic superhighway van
de Amerikaanse vice-president Gore eveneens in Europa aan te
zetten. In zijn voorwoord in de congresbrochure voor 1994 wees
dan ook minister-president Lubbers erop dat de Europese Raad op
Korfoe het rapport-Bangemann over het Witboek Delors zou
behandelen op dezelfde dag als het zesde Nationaal Overleg
Telecommunicatie was gepland.
Toch kwamen de meeste sprekers niet veel verder dan het nationale
aspect. Reden voor de heer Verwaaijen om wederom de rol van het
Nationaal Overleg plaaggeestig aan de orde te stellen. Immers, is
er in een tijd van globalisering van de telecommunicatie nog
plaats voor een zuiver nationale regulering en ordening ervan? Op
10 juni 1994 verscheen het rapport Bangemann. Onder de specifieke
voorstellen van dat rapport vallen een Europese en dus
supranationale regelgevende instantie voor de electronische
informatie-infrastructuur, alsmede de verplichting van elke
lidstaat om zich door een enkel coördinerend bewindspersoon
in alle Europese ministerraden terzake te laten
vertegenwoordigen. Interessante vraag: coördineert Algemene
Zaken, Verkeer & Waterstaat, Binnenlandse Zaken, Welzijn en
volksgezondheid, Justitie of misschien Buitenlandse Zaken? Met
de meer generieke aanbevelingen voor Korfoe bleken de meeste
sprekers ongeacht achterban of departement het eens te zijn: een
grotere rol voor de marktsector en voor particuliere financiering
of uitbesteding van infrastructurele projecten.
Overigens bleken veel sprekers van mening dat de Mediawet
verwoest moet worden. Dit is een specifieke uiting van het
Hollandse no-nonsense credo, namelijk dat liberalisering en
deregulering synoniemen zijn. De gastspreker uit
Groot-Brittannië, de voormalige OFTEL-directeur W.
Wigglesworth, wierp fijntjes tegen dat geslaagde invoering van
concurrentie op een monopolistische communicatiemarkt meer regels
en toezicht vereist, die initiële bescherming bieden aan de
nieuwe toetreder(s). Volgens hem gaat het in het begin meer om
reviews (periodieke herziening) van regels dan om opheffing
ervan. Maar in het nationaal overleg van een land waar regels
vaak gevestigde belangen beschermen, staat men daar wat argwanend
tegenover.
|
























|