Nog maar kort geleden meldde het dagblad USA Today ter gelegenheid van het afspringen van de overeenkomst van de eeuw tussen Bell Atlantic en Tele-Communications Inc. het volgende:'Like conventional road projects, the development of the information highway envisioned by Vice President Al Gore and the high-tech industry has been ultra-expensive and has suffered setbacks' ('De ontwikkeling van de electronische snelweg zoals die voorzien wordt door vice-president Al Gore en de technologische industrie, is tot nog toe net zo peperduur en heeft net zulke tegenslagen geleden als een gewoon wegenbouwproject'). De weg naar de superhighway lijkt geplaveid met goede voornemens.
Bruce L. Egar introduceert in zijn in 1991 verschenen boek Information Superhighways het begrip Universal Broadband Networks: een netwerk dat universeel toegang biedt op niet-discriminerende basis voor een ieder. Weliswaar niet iedereen op hetzelfde moment, maar wel een net met een zo groot mogelijke beschikbaarheid als praktisch haalbaar, afhankelijk van fysische, politieke en institutionele beperkingen.
Daartoe is het ontwikkelen van standaarden, die niet statisch mogen zijn, noodzakelijk. Het politieke instrumentarium zou zodanig moeten worden ingezet dat de leveranciers van telecommunicatiediensten en -apparatuur op vrijwillige basis gaan samenwerken om een en ander te bewerkstelligen. Dit alles ter bevordering van de slagkracht van de economie van de Verenigde Staten. Gezien de intenties van vice-president Al Gore lijkt dit gebed al vrij snel verhoord.
In het verleden was er een duidelijke relatie tussen de gevraagde dienst en de gebruikte technologie. Dit is niet langer waar; er komt steeds meer keuzevrijheid voor toe te passen technologie zodat economische redenen bij de keuze een steeds grotere rol gaan spelen. Technologie, economie en overheidsbeleid zijn derhalve de belangrijkste ingrediënten bij de toekomst van de (tele)communicatie-infrastructuur. In Information Superhighways wordt op deze drie aspecten uitgebreid ingegaan. Allereerst wordt een overzicht gegeven van gebruikte dan wel te gebruiken technologieën zoals glasvezel, straal- en satellietcommunicatie, verschillende wijzen van schakelen en ontwikkelingen van smalband tot breedband isdn. Technologische ontwikkelingen hebben als gevolg dat toekomstige netwerken een vrijwel onbeperkte capaciteit zullen hebben, waardoor 'demand-based pricing' in plaats van 'cost-based pricing' de trend zal worden. De regelgeving in de Verenigde Staten wordt door de schrijver uiteengezet en de noodzaak voor een samenhangend beleid wordt toegelicht. Consensus over het te voeren beleid is noodzakelijk, hoe moeilijk die ook tot stand komt om tot een effici‘nte publieke communicatie-infrastructuur te geraken.
Daar vrijwel iedereen, hetzij als gebruiker, hetzij als leverancier bij publieke netwerken betrokken is, is ook vrijwel iedereen belanghebbend. Vier categorieën van 'stake holders' worden onderscheiden: klanten, regelgevers, de financiële gemeenschap en de leveranciers. Speciale aandacht krijgt de categorie leveranciers zoals kabeltelevisiediensten en telecommunicatiebedrijven.
Egan meent dat op lokaal niveau, hetzij glasvezel tot de woning, hetzij een hybride systeem van glasvezel-koper onderdeel zal uitmaken van het UBN. De kostenstructuur van lokale glasvezelsystemen licht hij toe en diverse technische mogelijkheden beschrijft hij. Het grootschalig toepassen van glasvezel in het lokale net is slechts een kwestie van tijd. Over een periode van tien tot twintig jaar zal er voldoende 'cashflow' gegenereerd kunnen worden door de telecommunicatiebedrijven voor grootschalige glasvezeltoepassing. Gebruikmakend van standaard netto contante waardeberekeningen komt hij bij een investering van 3.000 dollar voor een UBN-toegang (glasvezel van woning tot centrale) bij een maandelijkse rekening van veertig dollar voor lokaal gebruik tot een terugverdienperiode van tien jaar (rentevoet 12 procent). Helaas is die veertig dollar per maand meer dan de huidige telefoonrekening van 25 dollar, maar de opgaande trend zit daar nu al in. En een combinatie met kabeltelevisieleverantie voegt daar dan nog acht dollar (gemiddeld) aan toe. De toekomstige vraag naar breedbanddiensten blijft ook voor Egan in nevelen gehuld. 'We know little about future demand for broadband services, so forecasting is very risky'. Hij spreekt echter wel de verwachting uit dat de communicatie-industrie nog een belangrijke groei zal doormaken.
De regelgeving in de Verenigde Staten was er in het verleden op gericht telecommunicatiebedrijven en kabeltelevisiebedrijven onafhankelijk van elkaar te positioneren ter bevordering van de concurrentie. Volgens Egan wil de FCC dit beleid nu liberaliseren en samenwerking juist bevorderen.
Concluderend stelt de auteur dat in de Verenigde Staten de dominante trend is dat telecombedrijven zich ontwikkelen tot UBN-infrastructuurverschaffers. Kabeltelevisiebedrijven kunnen zich bedreigd gaan voelen, immers kabeltelevisie is een van de UBN-diensten. Echter door de financiële relaties die zullen ontstaan tussen kabeltelevisie en telecommunicatiebedrijven wordt samenwerking een natuurlijke zaak: 'As these financial ties grow, cooperation will be natural'. Afgezien van het afspringen van de samenwerking tussen Bell Atlantic en Tele-Communication Inc. lijkt de auteur hier de trend eveneens goed te hebben ingeschat.
Conclusie: het boek Information Superhighways geeft een goed overzicht van de ingrediënten en de betrokkenen die een rol spelen bij universele breedbandnetten (UBN).
Bruce L. Egan (1991), Information Superhighways: The economics of advanced public communication networks. Boston/London, Artech House. 160 pp.