CD-I versus 3DO

Door A.J. Hietink & H. Bouwman


Steeds meer nieuwe multimediasystemen worden ge&iumntroduceerd. Naast CD-ROM is er sprake van CD-I, CDTV (cd32), VIS, en als jongste loot 3DO. De vraag is welk systeem op den duur de wereldnorm voor stand-alonesystemen zal worden. Vele factoren spelen daarbij een rol. Naast technologische factoren zijn juridische, politieke, sociaal-culturele en economische factoren van belang. In deze bijdrage willen we nagaan in hoeverre op basis van technologische en economische factoren uitspraken te doen zijn over de acceptatie van de potentieel meest belovende systemen, CD-I of 3DO als standaard voor stand-alone multimedia.


CD-I, ontwikkeld door Sony en Philips, werd in de Verenigde Staten ge•ntroduceerd in 1991. Sinds de introductie zijn er wereldwijd zo'n 400.000 spelers verkocht, waarvan 40.000 in Nederland. De verwachting van Philips is dat er in 1994 700.000 spelers worden verkocht, waarvan 60.000 in Nederland. De verkoop van CD-I verloopt in vergelijking met de verkoop van de audio-cd tijdens diens introductie vlotter. 3DO is in de herfst van 1993 ge•ntroduceerd in de Verenigde Staten. 3DO is zowel de naam voor het systeem als het bedrijf (3DO company) en wordt ondersteund door een consortium waarin onder andere Matsushita, AT&T, Warner, MCA en Electronic Arts participeren. Omdat 3DO nog maar kort op de markt is zijn er weinig en nauwelijks betrouwbare gegevens over verkoop beschikbaar. De doelstelling voor de Amerikaanse markt was om 100.000 spelers in de eerste drie maanden te verkopen, maar in de praktijk waren dit er slechts 10.000. In maart 1994, een half jaar na introductie, zouden er 60.000 zijn verkocht. Onafhankelijke bureaus houden het echter op 30.000 (Telecombrief). Het gerucht gaat dat in de eerste drie dagen dat 3DO door Panasonic op de Japanse markt was gebracht, er 40.000 spelers zijn verkocht (Nikkei Weekly). CD-I lijkt derhalve een voorsprong te hebben opgebouwd ten opzichte van 3DO. De vraag is of CD-I deze voorsprong kan handhaven. Voor een deel zal dit afhangen van de technische mogelijkheden van het systeem, maar sterker nog van economische factoren zoals software-ontwikkeling, distributie, marketing, en vooral ook brede ondersteuning van het systeem. Op deze aspecten zullen we nader ingaan.

CD-I, 3DO: de techniek vergeleken. De technologie van een 3DO-speler is geavanceerder dan die van CD-I. Dit komt door de RISC-chip op basis waarvan de speler is ontwikkeld. Zowel het ram-geheugen als de kloksnelheid van 3DO is aanzienlijk groter dan de van de relatief trage Motorola-processor van CD-I. De 'vier chip' CD-I chipset wordt dan ook verder ontwikkeld door Philips en Motorola. De verwachting is dat deze snellere processor in 1996 leverbaar is. Een tussenoplossing, een 'twee chip' chipset is in 1994 reeds leverbaar.
Tegenover het voordeel van de snellere processor van 3DO staat de voorsprong van CD-I waar het gaat om de integratie van digitale video met CD-I. Met behulp van een video-cartridge, waarin een MotorolaŐs MPEG md 250 decoder is opgenomen, is het mogelijk om full screen/full motionvideo af te spelen op CD-I. Het is daarmee mogelijk om op basis van compressietechnieken een speelfilm op twee cd's op te slaan. Deze aanvankelijk door Philips ontwikkelde standaard wordt breed ondersteund en is samen met JVC verder ontwikkeld tot video-cd. De eerste software-applicaties betroffen vooral karaoke, maar ook muziekvideo's en films komen beschikbaar.
Ondertussen wordt de video cd-standaard - zoals beschreven in het Witboek, een informele standaard omdat het slechts een beschrijving van een cd-bridge betreft - ondersteund door electronicagiganten als Sony en Matsushita. In 1993 is door Nimbus Technology een cd getoond waarop een volledige speelfilm was opgenomen. Deze double-density-cd wordt echter onvoldoende ondersteund door andere bedrijven en tevens is nog geen software beschikbaar. Hiermee zijn we bij twee belangrijke factoren gekomen, die bepalend zijn voor de mate van acceptatie van een multimediasysteem, namelijk brede ondersteuning en beschikbaarheid van software. Naast deze factoren zijn ook nog het prijs- en distributiebeleid van belang, evenals de marketing .

Allianties. CD-I is ontwikkeld door Philips en Sony en wordt ondersteund door Matsushita, maar deze laatste heeft nog steeds geen speler op de markt gebracht. Des te verwonderlijker is het dat Matsushita zich ondertussen heeft aangesloten bij de 3DO company. In oktober kwam de eerste 3DO-speler van Panasonic op de markt. Daar staat tegenover dat de video-cd wél gesteund wordt door Matsushita. Schijnbaar bestaat er twijfel over het systeem dat ondersteund dient te worden en wedt men op twee paarden. Sony richt zich met een portable CD-I speler in eerste instantie vooral op de professionele markt en wacht met de introductie van CD-I op de consumentenmarkt. Sony volgt de ontwikkelingen op het gebied van 3DO nauwkeurig en wacht met een definitieve beslissing over welk systeem men daadwerkelijk op de consumentenmarkt zal brengen, tot er meer duidelijkheid over het eventuele succes van een van beide systemen bestaat.
Tandy heeft lange tijd CD-I ondersteund, maar heeft na introductie van het eigen weinig succesvolle VIS-systeem de verkoop van CD-I via haar winkels stopgezet. Het Koreaanse Goldstar heeft als tweede concern een CD-I speler op de markt gebracht. Verder tonen Samsung en Daewoo belangstelling voor de produktie van CD-I spelers.
Zoals al eerder gesteld is wordt 3DO ondersteund door Matsushita, Electronic Arts, AT&T en Time Warner, maar ook door MCA en venture capital Kleiner Perkins Caulfield en Byers. AT&T hoopt in 1994 met een 3DO-speler op de markt te komen en 3DO te integreren in telecommunicatiesystemen. 3DO wordt buiten het consortium gevolgd door Sony en gesteund door Sanyo.

Softwarebeleid. Vaak is al gewezen op het belang van een kritieke massa van applicaties voor de succesvolle introductie van multimediasystemen. Uiteraard geldt dat zowel voor CD-I als 3DO. Daarnaast geldt dat op software meer verdiend wordt dan op de hardware. Voor software-ontwikkeling had Philips aanvankelijk een drietal bedrijven opgericht. Van Philips' investeringen wordt meer dan de helft gestoken in het ontwikkelen van software, volgens ingewijden was dat tot 1991 op zijn minst 150 miljoen gulden. In januari 1993 heeft Philips een aparte media-softwaregroep (Philips Media Electronic Publishing) opgericht, waarin de eerder opgerichte bedrijven zijn opgenomen. Men hoopt aldus een tweede Polygram te creëren, maar dan voor CD-I en op termijn ook andere multimediasoftware. Het gaat hierom een strategische switch van Philips van consumentenelectronica naar software-uitgever.
Philips hoopt samen met anderen zoals Rand McNally, ABC Sports, Time Life Books, Bertelsman en Nintendo voldoende software voor CD-I te ontwikkelen. Daarnaast worden wereldwijd CD-I projecten en studio's zowel materieel als met kennis ondersteund. Aanvankelijk waren er bij de introductie zo'n dertigtal CD-I titels beschikbaar. In april 1994 waren dat er ongeveer 200 en waren er zo'n 250 titels in ontwikkeling. Verder wordt verwacht dat muziekvideo's en films op CD-I de vraag verder zullen stimuleren. CD-I wordt daarmee een concurrent van de videorecorder en de laserdisc.
De ontwikkelingen op het gebied van 3DO software laten zich moeilijker beoordelen. 3DO is aanvankelijk gepositioneerd als een game-machine, een concurrent voor Nintendo en Sega. Echter aangezien ook titels ontwikkeld worden op het gebied van simulatie en educatie en ook interactieve films worden uitgebracht, lijkt men een breder gebruik na te streven. Ook de recente overname van Broderbund, een educatieve softwarespecialist, duidt hierop. 3DO zal dan een directe concurrent van CD-I worden. Bij de introductie waren slechts twee 3DO-titels beschikbaar. In januari 1994 waren dat er 18 en in maart 30. Veel titels kenmerken zich door een matige kwaliteit; het betreft veelal een aftreksel van reeds beschikbare spellen. Het huidige 3DO-aanbod lijkt kwantitatief en kwalitatief onvoldoende. De lijst van potentiële software-ontwikkelaars groeit echter gestaag.

Het prijs- en distributiebeleid. De prijs van een CD-I speler is gedaald van 1799 gulden in 1992 naar 999 gulden op dit moment. Philips maakt vrijwel geen winst op de hardware, de winst moet van de software komen. De videocartridge voor video-cd kost 549 gulden. De prijzen van software variëren tussen de 50 en 150 gulden. De prijs voor 3DO software is vergelijkbaar met die van CD-I. De prijs voor de speler ligt in de Verenigde Staten nog 100 dollar hoger.
Videoketens worden door Philips gezien als een belangrijk distributiekanaal. Vandaar dat geïnvesteerd is in Videoland en het Amerikaanse Blockbuster. Daarnaast wordt CD-I gedistribueerd via de platen- en boekhandels, computer- en speelgoedwinkels. Daar het 3DO-consortium slechts licenties uitgeeft en dus noch spelers, noch applicaties produceert, is er geen sprake van een eenduidig distributiebeleid. 3DO verdient enkel aan royalty's: drie dollar per disc.

Marketing. De centrale marketingkreet voor CD-I is 'seeing is believing'. In de Verenigde Staten is na aanvankelijke aarzeling gekozen voor een grote mediacampagne. Daarnaast wordt gewerkt met informatiezuilen, waar geïnteresseerden zelf ervaring op kunnen doen met CD-I. Deze procedure wordt in Europa gekopieerd. In Nederland is continu een road-show onderweg om CD-I aan te prijzen. Daarnaast is het mogelijk om via de Videoland-keten een CD-I speler met drie CD-I's te huren. Bij aankoop wordt dit huurbedrag in mindering gebracht. Panasonic brengt haar 3DO-speler onder de aandacht door een 'seven-city mall tour'; daarnaast wordt reclame gemaakt in bioscopen en op televisie. In Europa zijn nog geen campagnes gestart daar 3DO nog niet verkrijgbaar is.
Opvallend is dat voor beide media geldt dat de pers in eerste instantie positief tegenover het medium stond, maar dat spoedig kritische verhalen volgden. Ook het falen van bijvoorbeeld 3DO tijdens officiële presentaties leidde tot ongenadige kritieken. Ondertussen heeft CD-I zich van de eerste negatieve reacties in de pers hersteld, met name door de positieve berichten rond video-cd.

Toekomstverwachting. Hoewel 3DO technisch superieur lijkt heeft CD-I, mede door de ontwikkeling van video-cd, een dermate grote voorsprong dat het voor 3DO moeilijk lijkt deze op korte termijn in te lopen. Echter het gegeven dat CD-I vooralsnog vooral door Philips wordt gesteund en de steun voor 3DO aanzienlijk breder lijkt, is zorgwekkend voor de acceptatie van CD-I als wereldnorm. Vooral het ontbreken van steun van Japanse electronicagiganten en de achterblijvende verkopen in Japan zijn een teken aan de wand. CD-I lijkt het in Japan dan ook niet te halen. De ontwikkelingen in de Verenigde Staten lijken voor CD-I positiever, met name door het tegenvallend resultaat van 3DO tot nu toe. In Europa lijkt CD-I redelijk aangeslagen, maar ook dan geldt nog steeds dat een bredere ondersteuning noodzakelijk is.

Afgesloten mei 1994