|
|
Door Gerda Burgers
Maatschappelijke ontwikkelingen stimuleren de groei van teleservice. We communiceren, winkelen, bankieren, werken en leren op afstand, en dat geldt ook voor het raadplegen van informatiebronnen. Telematica vergroot de spankracht van de bibliotheek. De openbare bibliotheek wordt een tele-library.
Telematica vergroot de spankracht van de openbare bibliotheek. Telefoontoestellen worden steeds slimmer en grote groepen mensen kunnen toegang krijgen tot één centrale (informatie)dienst, bijvoorbeeld via kabeltelevisie en teletekst, videotex, 06-nummers, de doorschakelservice *21 en de zogenaamde voice-response systemen. En in de nabije toekomst kunnen telefoon, fax, computer en televisie zelfs worden gecombineerd tot één apparaat.
Deze ontwikkelingen stimuleren de groei van teleservice. We communiceren, winkelen, bankieren, werken en leren op afstand en dit geldt ook voor het raadplegen van informatiebronnen. De samenleving wordt complexer. We hebben vragen. Uit interesse of om inzicht te krijgen in het omgaan met kleine en grote problemen. Antwoorden bevinden zich in een doolhof van personen, media, instellingen en pijplijnen. De kunst is om een betrouwbare wegwijzer te vinden, die goed kan communiceren, het terrein kan overzien en zeker is van de kortste weg naar de juiste bron: een bemiddelaar en dat kan zowel een mens als een machine zijn.
De kern van het beroep van bibliothecaris is informatiebemiddeling tussen vragers en aanbieders. Ook in de openbare bibliotheek. De openbare bibliotheek profileert zich steeds meer als een vraagbaak, een -neutrale- vorm van openbare communicatie. Deze service is te vergelijken met het Angelsaksische begrip 'community information service' en 'civic service center' van de overheid. Een publiek domein, een nutsvoorziening, ingebed in allerlei netwerken. Zowel sociale, organisatorische als technologische netwerken, mede dankzij een actief projectenbeleid.
Vruchtbare projecten
De doorbraak vond plaats in de jaren tachtig, met de start van een vierjarig online-experiment, onder andere voor het raadplegen van bestanden van ministeriebibliotheken, in dertien regionale bibliotheken, de huidige WSF-bibliotheken met een wetenschappelijke steunfunctie. Deze bibliotheken hebben op innovatief gebied een belangrijke rol gespeeld.1 De positieve resultaten gaven aanleiding tot nieuwe publieksinformatieprojecten, zowel op provinciaal als lokaal niveau. Lokale databanken kwamen er onder andere in Almelo (IPA), Noord-Brabant (Brabants Informatie Project) en Groningen (Actuele Groningen Informatie, AGI). Na evaluatie zijn projecten aangepast of beëindigd. Enkele databanken gingen op commerciële grondslag verder, zoals AGI, die onderdak vond bij de twaalf regio's BV, een exploitant van teletekst- en videotexdiensten.
Alle regionale bibliotheken die hebben meegedaan aan het online experiment hebben hun dienstverlening voortgezet of uitgebreid. Op lokaal niveau ontstaan ook steeds meer netwerken van diverse organisaties. Bijvoorbeeld ADAMNET in Amsterdam, ROBIN in Rotterdam en BIT in Tilburg (kader 1).
Experimenten met informatietechnologie hebben steeds nieuwe vruchten afgeworpen voor het openbaar bibliotheekwerk en voor het publiek. Concrete resultaten zijn tot nu toe:
Eigen databanken (bibliografische en tekstbestanden, zoals TACO, met beschrijvingen van tijdschriftartikelen, knipsels, documentatiemappen, audiovisuele media) (kader 2);
CD-ROM-uitgaven, onder andere LiteRom (recensies en artikelen over schrijvers en boeken) en de centrale catalogus van de Provinciale Bibliotheek Centrale Noord-Brabant; samenwerking met derden (kader 3);
De mogelijkheid om in te bellen op de online catalogi van grote, regionale bibliotheken;
Aansluiting op:
1 nationale titelbank van PICA, van oorsprong een samenwerkingsverband tussen universiteitsbibliotheken;
2 de Nationale Centrale Catalogus (NCC) en op regionale en provinciale tijdschriftenbestanden;
3 externe databanken, bijvoorbeeld via NEON, de electronische informatiedienst van het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum (NBLC), thans ondergebracht bij RCC/IVEV;2
4 gebruikersvriendelijke interfaces;3
5 interne en externe netwerken (online, CD-ROM;
6 bestelsystemen voor snelle documentleverantie.
Daarnaast ontstond in 1990 de succesvolle bibliofoon, de telefonische informatiedienst van het openbare bibliotheekwerk, bereikbaar via 06-8411 (kader 4).
Netwerken
Openbare bibliotheken vormen met elkaar een samenhangend stelsel van voorzieningen. Door deze samenwerking in een fijnvertakt netwerk op lokaal, provinciaal en landelijk niveau is het mogelijk om het publiek te laten profiteren van een uitgebreid aanbod, zowel direct, als indirect.4
Het bibliotheeknetwerk is bovendien gekoppeld aan netwerken van allerlei sectoren: overheid, welzijn, onderwijs en wetenschap (SURFnet) en bedrijfsleven. SURFnet is aangesloten op buitenlandse netwerken voor wetenschappelijk onderzoek en op internationale overkoepelende netwerken zoals Internet en EARN/Bitnet.
Op korte termijn volgt aansluiting op het zogenaamde Open Bibliotheek Netwerk (OBN), dat uitgevoerd wordt door SURFnet en PICA. Dit netwerk beoogt primair dienstverlening aan de eindgebruiker en is dus publieksgericht. Verwacht wordt dat bestaande regionale netwerken, zoals in Amsterdam, Rotterdam en Tilburg, in de toekomst zullen opereren als een plaatselijke cluster van het OBN.
Documentleverantie
Ontwikkelingen bij PICA hebben geleid tot het zogenaamde RAPDOC-project voor snelle documentleverantie. In dat kader wordt nu gewerkt aan toegang van eindgebruikers tot het Online Contentsbestand. De Openbare Bibliotheek Amsterdam werkt mee aan het STEP-project (Snelle Toegang Eindgebruikers tot Pica-informatie) dat op 30 september 1994 zal worden afgesloten.
Toegang tot de Nationale Centrale Catalogus (NCC) is inmiddels gerealiseerd via 'P'icaMenu'. Er is een regiocodevoorziening ingebouwd in de NCC-indexen, zodat 'regionale catalogi' aan eindgebruikers ter beschikking kunnen worden gesteld. In het STEP-programma is zo'n speciale voorziening gebouwd voor ADAMNET, het Amsterdamse netwerk van bibliotheken.
RAPDOC-plus moet een echte publieksdatabase worden met daarin een top-2000-lijst van tijdschriften, ook belangrijke regionale tijdschriften. Het publiek kan dan snel artikelen vinden over stad en streek, over lokale historie en allerlei folklore. Levertijd van documenten en fotokopie‘n: binnen 24 uur. Electronische leverantie wordt nu nog niet overwogen, mede in verband met de kosten voor het publiek. In de toekomst kan het publiek wellicht zelf bestellen en betalen, bijvoorbeeld door middel van een betaalpasje.
Overheidsbeleid
De overheid stimuleert allerlei activiteiten, die gericht zijn op zelfstandige deelname van burgers aan het maatschappelijk leven. In alle situaties speelt een adequate informatievoorziening een belangrijke rol. Na evaluatie van publieksprojecten in openbare bibliotheken besloot wvc in 1990 haar projectbeleid toe te spitsen op intermediairs. Eisen: een vraaggerichte benadering, afstemming van activiteiten op alle geografische niveaus en samenwerking tussen organisaties uit diverse geledingen. Het gaat hierbij om organisaties die ofwel informatieverstrekking als hoofdtaak hebben zoals sociale raadslieden en openbare bibliotheken, danwel als neventaak zoals basisgezondheidsdiensten.
In de beleidsnota Publieksgerichte Maatschappelijke Informatie worden genoemd:
het Maatschappij Informatie Project (MIP)
(zie kader 5);
het jeugdinformatiebeleid, dat aansluit op het MIP en dat sterk wordt geïnitieerd vanuit een internationale dimensie zowel op Europees als mondiaal niveau;
het pati‘ntenbeleid, waarbij het gaat om het verbeteren van afstemming, opvullen van lacunes en verbeteren van de distributiepatronen;
inrichting van een landelijk centrum voor informatie-, documentatie en onderzoekscoördinatie.
Het openbaar bibliotheekwerk is hier op verschilende manieren bij betrokken, lokaal, provinciaal en nationaal. Zowel bij de ontwikkeling en distributie van landelijke digitale bestanden en nieuwe media, als netwerkvorming en huisvesting van informatiepunten. Het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum (NBLC) maakt deel uit van een samenwerkingsverband met onder andere het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW), de Stichting Jongereninformatie, Nederlandse Patiënten/Consumenten Federatie (NPCF) en de Stichting Informatievoorziening Gehandicapten Nederland (IG).
Publieksbereik
Geconstateerd kan worden dat informatietechnologie steeds meer terrein heeft gewonnen. Dit blijkt onder meer uit het feit dat een aanzienlijk aantal bibliotheken in bijna alle provincies ook zonder extra subsidie van start is gegaan. Vaak gaat het daarbij om de eigen catalogus, maar in toenemende mate ook om het aanbieden van externe bestanden. In Oss en Gouda kunnen enkele middelbare scholen via een terminal in de schoolbibliotheek rechtstreeks kijken in de geautomatiseerde catalogi.
Het projectenbeleid heeft er ook toe geleid dat netwerkvorming tussen bibliotheken onderling is versterkt. Zo is het mogelijk in catalogi van andere bibliotheken te kijken, langs electronische weg te reserveren en te bestellen. Ook is een globale taakverdeling gemaakt van wie informatie aanbiedt. Daarnaast ontstond er de 06-informatielijn bibliofoon, die past in de behoefte aan maatwerk, snelheid en kwaliteit, de wens zelf te bepalen wanneer en hoe men van een dienstverlening gebruik zal maken.
Het publiek krijgt de kans in de bibliotheek kennis te maken met nieuwe informatietechnologie en daarmee te oefenen. Bijvoorbeeld in Smallingerland (Drachten) en Nieuwegein, waar de bibliotheek een speciale afdeling heeft geopend. De bibliotheek in Nieuwegein werd hiervoor beloond met de STIBIN-prijs voor bibliotheekinnovatie . In Groningen doorkruist de computerbus van de provinciale bibliotheekcentrale - ingericht als rijdend leslokaal - sinds 1985 de provincie. Elders zijn bibliotheken begonnen met het uitlenen van computersoftware.
Jongeren krijgen speciale aandacht. Bijvoorbeeld in Friesland, waar de voormalige staatssecretaris Wallage eind 1992 de zogenaamde Wondere Bibliotrailer ten doop hield. Een uitzonderlijke bibliobus uitgerust met de nieuwste snufjes, interactieve media en databanken. Speciaal bedoeld voor scholieren in het voortgezet onderwijs, in het kader van de kerndoelen algemene basisvorming. Wallage: 'Uit voor hen geschikte bronnen zoals boeken en databanken, personen en instanties, informatie verzamelen, selecteren en ordenen, daarbij de computer functioneel gebruiken en de resultaten afrondend presenteren. Dat vraagt de Staat der Nederlanden van nu af aan van alle leerlingen ... Iedereen moet informatie leren verzamelen, iedereen moet de weg weten in databanken, iedereen moet in staat zijn om enquètes te houden, de informatie eruit te ordenen en het zo te presenteren dat je op weg kunt met je eigen onderzoeksresultaten.'
Gids voor bibliotheek en mediagebruik, voorzien van een uitgebreide verklarende woordenlijst.
Nauta, A.P.N. et al. (1990), Elektronische informatie in openbare bibliotheken: eindverslag begeleidingscommissie evaluatieonderzoek projecten informatienetwerken openbare bibliotheken, Den Haag: NBLC.
Werf-Davelaar, van der T. & J.M. Boumans (1993), Netwerkvorming in de openbare informatievoorziening: inventarisatie in opdracht van de rabin (eindred. G.M. van Trier). Den Haag, rabin.
Lokale netwerken
TACO
CD-ROM
Bibliofoon 06-8411
MIP netwerk
|
























|