In Nederland heeft ptt Telecom voorgesteld om CLI in te voeren
met per-call en per-line block-mogelijkheid. Beide
block-mogelijkheden zouden gratis worden aangeboden. Dit voorstel
is door de minister van Verkeer en Waterstaat ter advies
voorgelegd aan de Registratiekamer (minister van Verkeer en
Waterstaat in brief HDTP/BV/93/207 aan de Tweede Kamer, 10 dec.
1993).
Het OFTEL.
Ook in Groot Brittannië is nu een discussie gaande op welke
manier CLI het best ingevoerd kan worden. OFTEL, het Office of
Telecommunications, dat toezicht houdt op de Britse
telecommunicatiesector, heeft hierover een 'consultative
document' gepubliceerd.1 Het doel van dit 'discussion paper' is
er zeker van te zijn dat er rekening wordt gehouden met de
belangen van de consument wanneer een nieuwe
telecommunicatiedienst als CLI wordt aangeboden aan de 'gewone'
telefoongebruiker in Engeland. Het document is opgesteld aan de
hand van een groot aantal vragen die invoering van CLI met zich
meebrengt, zoals: Welke block-opties moeten beschikbaar zijn, en
voor wie? Welke regels moeten er zijn voor het gebruik van de
informatie die middels het gebruik van CLI beschikbaar komt? Is
bij de invoering van CLI een voorlichtingscampagne noodzakelijk?
Moet alleen het nummer zichtbaar worden of ook de naam van degene
die dat nummer heeft? Worden de kosten van het systeem betaald
door alle abonnees of alleen door degenen die er gebruik van
maken? Andere vragen hebben betrekking op de mogelijkheden en
wenselijkheden van standaardisatie van de techniek.
In het rapport worden tevens de resultaten gegeven van een proef
die British Telecom (BT) met CLI heeft uitgevoerd rond het
Noord-Schotse plaatsje Elgin. In deze proef kregen 480
huishoudens een display waarop bellende nummers van binnen het
basistariefgebied werden doorgegeven. Iedereen binnen dit gebied
werd op de hoogte gebracht van de proef en kreeg uitleg over de
per-call block-mogelijkheid. Door toevoeging van een code voor
het te kiezen telefoonnummer werd doorgave van het eigen nummer
voorkomen.
Uit de resultaten van de proef bleek dat 95 procent van de mensen
met een display CLI erg nuttig vond en van mening was dat de
dienst ingevoerd zou moeten worden. Van de mensen die binnen het
proefgebied woonden maar geen display hadden, vond 85 procent dat
de dienst ingevoerd zou moeten worden. Voor de proef begon, dacht
55 procent van de call-block mogelijkheid gebruik te maken:
uiteindelijk bleek minder dan 1 procent dit daadwerkelijk te
doen.
De resultaten van een enquete gehouden door het OFTEL zelf onder
ongeveer 1700 mensen (verdere gegevens niet bekend), bevestigen
deze positieve attitude ten opzichte van CLI.
Het valt echter te betwijfelen of een proef in een klein ruraal
gebied waar men over het algemeen door de grote sociale controle
minder gehecht is aan de privacy, representatief genoemd kan
worden voor een heel land. Bovendien werden zakelijke
telefoongebruikers niet meegenomen in de proef, terwijl juist het
meesturen van een telefoonnummer naar een bedrijf of een
organisatie als onprettig kan worden ervaren (BC in verband met
telemarketing). Bovendien werd niet gevraagd of men nog steeds
voor invoering zou zijn of een display zou willen hebben als
hiervoor betaald zou moeten worden. Deze vraag werd wel gesteld
in het OFTEL-onderzoek met als resultaat dat maar 22 procent van
de ondervraagden zegt van de dienst gebruik te zullen maken als
deze 5 pond per kwartaal zou kosten. Het grootste manco aan het
OFTEL-onderzoek is dat de ondervraagden geen ervaring hebben met
het systeem; ze hebben het niet in de praktijk kunnen proberen en
de vraag is dan ook of ze alle voordelen, maar vooral ook alle
nadelen, goed kunnen inschatten.
Op basis van de resultaten van de proef met CLI van BT en het
onderzoek van het OFTEL, en rekening houdend met de verschillende
afwegingen zoals die in de opgestelde vragen naar voren zijn
gebracht, komt het OFTEL tot het volgende voorlopige standpunt
over de invoering van CLI:
CLI moet standaard ingevoerd worden als algehele verbetering van
het netwerk. Dit betekent dat iedereen met een
telefoonaansluiting betaalt voor CLI. Iemand die daadwerkelijk de
voordelen van CLI wil genieten moet dan nog wel zelf een toestel
met display aanschaffen. Per-call blocking dient 'gratis'
beschikbaar te zijn. De eventuele kosten die het gebruik hiervan
met zich meebrengt, worden opgenomen in de algehele kosten en dus
doorberekend in ieders abonnement. Alleen als daar een specifieke
aanleiding toe bestaat is per-line blocking of bijvoorbeeld een
apart uitgaand nummer2 mogelijk (opvanghuis, politie). Voor
bepaalde nummers waar anonimiteit van de beller noodzakelijk is,
moet duidelijk zijn dat het nummer van de beller niet wordt
doorgegeven (bijvoorbeeld AIDS-hulplijn).3
De vraag is nu of CLI met alleen een per-call block-mogelijkheid
voor de consument de beste manier is om CLI in te voeren.
Communicatie tussen mensen kan gezien worden als een soort
onderhandelingsproces. Dit geldt zeker voor de overdracht van
persoonlijke informatie. Beide partijen in het communicatieproces
bepalen voor zichzelf welke informatie wanneer gegeven wordt, en
aan wie. Zij moeten zelf actie ondernemen om deze informatie te
geven. Een telefoonnummer wordt over het algemeen gezien als iets
persoonlijks. Je geeft tenslotte je telefoonnummer niet zomaar
aan iedereen. Elke keer als het nummer wordt gegeven, is dit een
bewuste keuze. Het gevaar met CLI is dat het telefoonnummer wordt
gegeven zonder dat dit een bewuste beslissing is. CLI verstoort
in feite dit natuurlijke communicatieproces. Vanuit deze gedachte
zou een telefoonnummer niet automatisch moeten worden meegestuurd
naar degene die gebeld wordt, behalve als de beller daar
specifiek opdracht toe geeft. CLI zou onderdeel moeten zijn van
het onderhandelingsproces. Vertaald naar het aanbieden van CLI
zou dit betekenen dat CLI standaard met per-line block en een
per-call unblock-mogelijkheid aangeboden zou moeten worden, zodat
het doorgeven van het telefoonnummer onderdeel blijft van het
onderhandelingsproces tussen twee personen i.e. de beller en de
gebelde. Mocht degene die gebeld wordt geen telefoontjes willen
accepteren zonder CLI, dan is het nog altijd aan de beller alsnog
te besluiten het nummer mee te sturen.
Voor telefoonmaatschappijen is deze mogelijkheid van het
aanbieden van CLI niet zo aantrekkelijk, omdat het dan onzeker
wordt of de dienst commercieel wel slaagt. Als er een extra
handeling verricht moet worden om het nummer mee te sturen, zal
dit minder vaak gebeuren. Ook is het dan nog maar afwachten
hoeveel mensen het nut van het aanschaffen van een display
inzien.4
Alternatieven.
De redenen om CLI in te voeren lopen
nogal uiteen. Voor gewone huishoudens kan het vooral handig zijn
om telefoontjes te 'screenen'. Mensen die je niet wil spreken
neem je gewoon niet op. Het aantal hijgers en schelders zal
afnemen omdat hun anonimiteit wordt opgeheven. Dit kan echter ook
bereikt worden door het aanbieden van andere CLASS-services dan
CLI.5 Call reject (het automatisch weigeren van telefoontjes van
bepaalde nummers) en call trace (na een ongewenst telefoontje
wordt via de telefoon een code gegeven waardoor de centrale het
bellende nummer registreert) kennen dezelfde voordelen als CLI
zonder dat zij de privacy van de beller aantasten op de manier
waarop CLI dat doet. Als het OFTEL in de discussie over het
invoeren van CLI rekening wil houden met de consument, dan zou ze
er verstandig aan doen te onderzoeken of andere CLASS-services
niet een goed alternatief zijn voor CLI.