Calling
Line-
Identification

Door Alexander Blanc

Calling Line Identification (CLI) is een faciliteit die het mogelijk maakt dat het telefoonnummer van degene die belt wordt meegestuurd naar degene die gebeld wordt. Het nummer wordt bij de gebelde zichtbaar op een schermpje zodra de telefoon overgaat. CLI kent een aantal voor- en nadelen. Degene die gebeld wordt kan, voor hij de telefoon opneemt, middels het getoonde nummer vaak een redelijke inschatting maken wie de beller is en op basis daarvan besluiten wel of niet op te nemen. Hijgers en schelders kunnen middels CLI worden geïdentificeerd en alarmdiensten als 06-11 kunnen iemands adres snel achterhalen als de beller in paniek dit vergeten is door te geven.
Andere voordelen gelden voornamelijk voor zakelijke gebruikers. Een pizza-bezorgdienst bijvoorbeeld kan snel nagaan of een telefoonnummer klopt met het opgegeven bezorgadres. Voorts kan het inkomende nummer gekoppeld worden met een database zodat op het moment dat er opgenomen wordt alle relevante informatie over de beller al voorhanden is. Tevens kan het nummer opgeslagen worden en later weer gebruikt worden voor (tele-) marketing doeleinden.
De nadelen van CLI hebben voornamelijk betrekking op de privacy. CLI heft de anonimiteit van de beller op. Er vindt als het ware een privacy-'verschuiving' plaats van de beller naar de gebelde. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor organisaties die juist afhankelijk zijn van het waarborgen van de anonimiteit van de beller. Denk hierbij aan een AIDS-hulplijn of aan de politie die vaak afhankelijk is van anonieme tips. Bovendien kan het gebruik van CLI resulteren in een toename van telemarketing en 'junk calls'.

Verschillende mogelijkheden.

CLI kan op verschillende manieren ingevoerd worden. Er bestaan drie basisvormen om CLI aan te bieden:

  • No Blocking: het bellende nummer wordt altijd doorgegeven;
  • Per-Call Block: het bellende nummer wordt doorgegeven tenzij de beller een extra code aan het gekozen telefoonnummer toevoegt om doorgave te voorkomen,
  • Per-Line Block: doorgave van het nummer wordt permanent geblokkeerd. Eventueel kan hier een per-call unblock aan toegevoegd worden waarmee het mogelijk is om het bellende nummer toch door te geven alleen als de beller hiertoe actie onderneemt.
    In landen waar telefoonmaatschappijen CLI willen gaan aanbieden wordt vaak lang gediscussieerd welke vorm van CLI het beste is, dat wil zeggen de meeste voordelen biedt terwijl de nadelen zo beperkt mogelijk blijven.
    In Nederland heeft ptt Telecom voorgesteld om CLI in te voeren met per-call en per-line block-mogelijkheid. Beide block-mogelijkheden zouden gratis worden aangeboden. Dit voorstel is door de minister van Verkeer en Waterstaat ter advies voorgelegd aan de Registratiekamer (minister van Verkeer en Waterstaat in brief HDTP/BV/93/207 aan de Tweede Kamer, 10 dec. 1993).

    Het OFTEL.

    Ook in Groot Brittannië is nu een discussie gaande op welke manier CLI het best ingevoerd kan worden. OFTEL, het Office of Telecommunications, dat toezicht houdt op de Britse telecommunicatiesector, heeft hierover een 'consultative document' gepubliceerd.1 Het doel van dit 'discussion paper' is er zeker van te zijn dat er rekening wordt gehouden met de belangen van de consument wanneer een nieuwe telecommunicatiedienst als CLI wordt aangeboden aan de 'gewone' telefoongebruiker in Engeland. Het document is opgesteld aan de hand van een groot aantal vragen die invoering van CLI met zich meebrengt, zoals: Welke block-opties moeten beschikbaar zijn, en voor wie? Welke regels moeten er zijn voor het gebruik van de informatie die middels het gebruik van CLI beschikbaar komt? Is bij de invoering van CLI een voorlichtingscampagne noodzakelijk? Moet alleen het nummer zichtbaar worden of ook de naam van degene die dat nummer heeft? Worden de kosten van het systeem betaald door alle abonnees of alleen door degenen die er gebruik van maken? Andere vragen hebben betrekking op de mogelijkheden en wenselijkheden van standaardisatie van de techniek.

    In het rapport worden tevens de resultaten gegeven van een proef die British Telecom (BT) met CLI heeft uitgevoerd rond het Noord-Schotse plaatsje Elgin. In deze proef kregen 480 huishoudens een display waarop bellende nummers van binnen het basistariefgebied werden doorgegeven. Iedereen binnen dit gebied werd op de hoogte gebracht van de proef en kreeg uitleg over de per-call block-mogelijkheid. Door toevoeging van een code voor het te kiezen telefoonnummer werd doorgave van het eigen nummer voorkomen.
    Uit de resultaten van de proef bleek dat 95 procent van de mensen met een display CLI erg nuttig vond en van mening was dat de dienst ingevoerd zou moeten worden. Van de mensen die binnen het proefgebied woonden maar geen display hadden, vond 85 procent dat de dienst ingevoerd zou moeten worden. Voor de proef begon, dacht 55 procent van de call-block mogelijkheid gebruik te maken: uiteindelijk bleek minder dan 1 procent dit daadwerkelijk te doen.
    De resultaten van een enquete gehouden door het OFTEL zelf onder ongeveer 1700 mensen (verdere gegevens niet bekend), bevestigen deze positieve attitude ten opzichte van CLI.
    Het valt echter te betwijfelen of een proef in een klein ruraal gebied waar men over het algemeen door de grote sociale controle minder gehecht is aan de privacy, representatief genoemd kan worden voor een heel land. Bovendien werden zakelijke telefoongebruikers niet meegenomen in de proef, terwijl juist het meesturen van een telefoonnummer naar een bedrijf of een organisatie als onprettig kan worden ervaren (BC in verband met telemarketing). Bovendien werd niet gevraagd of men nog steeds voor invoering zou zijn of een display zou willen hebben als hiervoor betaald zou moeten worden. Deze vraag werd wel gesteld in het OFTEL-onderzoek met als resultaat dat maar 22 procent van de ondervraagden zegt van de dienst gebruik te zullen maken als deze 5 pond per kwartaal zou kosten. Het grootste manco aan het OFTEL-onderzoek is dat de ondervraagden geen ervaring hebben met het systeem; ze hebben het niet in de praktijk kunnen proberen en de vraag is dan ook of ze alle voordelen, maar vooral ook alle nadelen, goed kunnen inschatten.
    Op basis van de resultaten van de proef met CLI van BT en het onderzoek van het OFTEL, en rekening houdend met de verschillende afwegingen zoals die in de opgestelde vragen naar voren zijn gebracht, komt het OFTEL tot het volgende voorlopige standpunt over de invoering van CLI:
    CLI moet standaard ingevoerd worden als algehele verbetering van het netwerk. Dit betekent dat iedereen met een telefoonaansluiting betaalt voor CLI. Iemand die daadwerkelijk de voordelen van CLI wil genieten moet dan nog wel zelf een toestel met display aanschaffen. Per-call blocking dient 'gratis' beschikbaar te zijn. De eventuele kosten die het gebruik hiervan met zich meebrengt, worden opgenomen in de algehele kosten en dus doorberekend in ieders abonnement. Alleen als daar een specifieke aanleiding toe bestaat is per-line blocking of bijvoorbeeld een apart uitgaand nummer2 mogelijk (opvanghuis, politie). Voor bepaalde nummers waar anonimiteit van de beller noodzakelijk is, moet duidelijk zijn dat het nummer van de beller niet wordt doorgegeven (bijvoorbeeld AIDS-hulplijn).3
    De vraag is nu of CLI met alleen een per-call block-mogelijkheid voor de consument de beste manier is om CLI in te voeren. Communicatie tussen mensen kan gezien worden als een soort onderhandelingsproces. Dit geldt zeker voor de overdracht van persoonlijke informatie. Beide partijen in het communicatieproces bepalen voor zichzelf welke informatie wanneer gegeven wordt, en aan wie. Zij moeten zelf actie ondernemen om deze informatie te geven. Een telefoonnummer wordt over het algemeen gezien als iets persoonlijks. Je geeft tenslotte je telefoonnummer niet zomaar aan iedereen. Elke keer als het nummer wordt gegeven, is dit een bewuste keuze. Het gevaar met CLI is dat het telefoonnummer wordt gegeven zonder dat dit een bewuste beslissing is. CLI verstoort in feite dit natuurlijke communicatieproces. Vanuit deze gedachte zou een telefoonnummer niet automatisch moeten worden meegestuurd naar degene die gebeld wordt, behalve als de beller daar specifiek opdracht toe geeft. CLI zou onderdeel moeten zijn van het onderhandelingsproces. Vertaald naar het aanbieden van CLI zou dit betekenen dat CLI standaard met per-line block en een per-call unblock-mogelijkheid aangeboden zou moeten worden, zodat het doorgeven van het telefoonnummer onderdeel blijft van het onderhandelingsproces tussen twee personen i.e. de beller en de gebelde. Mocht degene die gebeld wordt geen telefoontjes willen accepteren zonder CLI, dan is het nog altijd aan de beller alsnog te besluiten het nummer mee te sturen.
    Voor telefoonmaatschappijen is deze mogelijkheid van het aanbieden van CLI niet zo aantrekkelijk, omdat het dan onzeker wordt of de dienst commercieel wel slaagt. Als er een extra handeling verricht moet worden om het nummer mee te sturen, zal dit minder vaak gebeuren. Ook is het dan nog maar afwachten hoeveel mensen het nut van het aanschaffen van een display inzien.4

    Alternatieven.

    De redenen om CLI in te voeren lopen nogal uiteen. Voor gewone huishoudens kan het vooral handig zijn om telefoontjes te 'screenen'. Mensen die je niet wil spreken neem je gewoon niet op. Het aantal hijgers en schelders zal afnemen omdat hun anonimiteit wordt opgeheven. Dit kan echter ook bereikt worden door het aanbieden van andere CLASS-services dan CLI.5 Call reject (het automatisch weigeren van telefoontjes van bepaalde nummers) en call trace (na een ongewenst telefoontje wordt via de telefoon een code gegeven waardoor de centrale het bellende nummer registreert) kennen dezelfde voordelen als CLI zonder dat zij de privacy van de beller aantasten op de manier waarop CLI dat doet. Als het OFTEL in de discussie over het invoeren van CLI rekening wil houden met de consument, dan zou ze er verstandig aan doen te onderzoeken of andere CLASS-services niet een goed alternatief zijn voor CLI.