Fietsen
op de
snelweg?

Door Paul Slaa


De wereld van automatisering en telecommunicatie wordt regelmatig geteisterd door een plotse hype omtrent de zoveelste 'baanbrekende' ontwikkeling. De Vijfde Generatie computers, HDTV en ISDN zijn voorbeelden uit het recente verleden die ons nog vers in het geheugen liggen, niet in de laatste plaats omdat de euforie hiervan spoedig bleek te verbleken. Maar wat we de laatste tijd mogen aanschouwen, lijkt toch wel alle verbeelding te tarten. Een filmmaatschappij, Paramount, die na een verbeten schijngevecht wordt opgekocht door een kabelexploitant (Viacom), die er met behulp van een telecomoperator (US West) ternauwernood in slaagt om maar liefst drie maal de beurswaarde tot een bedrag van 10 miljard dollar voor de filmmaatschappij neer te tellen. Een Baby Bell (Bell Atlantic) die een alliantie sluit met de grootste kabelmaatschappij in de Verenigde Staten (TCI) en plannen ontvouwt om binnen afzienbare tijd via de gecombineerde koper/KTV-lijn allerlei interactieve spelletjes en andere diensten aan te bieden. En onze nationale trots, Philips, die hierbij een order voor miljoenen 'settop boxen' (randapparaten voor multimediatoepassingen) aan Bell Atlantic mag gaan leveren. 'Was will der Operator?', vraag je je dan, parodiërend op Freud, af.
De verdichting in het telecommunicatie- en medialandschap neemt met rasse schreden toe. Horizontale en verticale vervlechting blijken gebroederlijk samen te gaan. Het aantal verbindingen op de mooie 'landkaarten' die in allerlei vakbladen worden getoond, neemt hand over hand toe. Het onderscheid tussen media-, telecommunicatie-, film- en electronicaproducenten is bijkans geheel vervaagd. Het gaat hard.
Is hier sprake van een doordachte strategie? Welke belangen spelen een rol? Hierover zijn verschillende speculaties in omloop, overigens ook aan de directietafels van de stuwende actoren zelf! Eén opvatting is dat hier sprake is van een weloverwogen strategie van bedrijven om de toekomstige markt van multimedia en interactieve televisie alvast te verdelen. Filmmaatschappijen zoeken nieuwe outlets en denken die te vinden in de telecom- en kabeltelevisienetten. Kabelmaatschappijen kiezen de aanval in de strijd om hun teloorgaande lokale monopolies. Telecombedrijven zoeken een breedbandige toegang tot hun klanten, en zien annexatie van kabeltelvisie als de belangrijkste voorwaarde om enerzijds een dure glasvezel te kunnen exploiteren en anderzijds de afkalvende groei in de markt voor gewone spraaktelefonie te compenseren.1 Videoverhuurketens vrezen dat het offline verhuren van bandjes spoedig plaats zal maken voor online video-on-demand. Computerbedrijven en electronicaconcerns strijden om het beste platform bij de consument thuis voor multimediatoepassingen (de pc of de televisie?). Zo heeft iedere partij wel een goede reden om eens flink haar vleugels uit te slaan.
Een meer prozaïsche verklaring is dat met name telecombedrijven gewoon heel veel geld in kas hebben en dat willen investeren in een lucratief lijkende ontwikkeling. 'Als het met die multimedia niets wordt, hebben we altijd nog de kabelnetten als concurrenten weggewerkt', zo zou de redenering kunnen luiden. Immers, van echt grote investeringen is misschien wel helemaal (nog) geen sprake. Het aanleggen van een échte National Information Infrastructure kost nog wel een tienvoud van wat tot nu toe aan investeringen wordt weggezet. Als je het zo bekijkt, zijn de meeste nu aangekondigde initiatieven eigenlijk voornamelijk defensief van aard: voorkomen dat een potentiële groeisector aan je neus voorbijgaat.
Het siert de Amerikaanse vice-president Gore en ook de 'Europese president' Delors, dat zij trachten op de golven van de multimedia-hype een nationaal, macro-economisch en sociaal perspectief op zoiets moois als een National Information Infrastructure te ontwikkelen. Dat zij daarbij bij lange na niet de financiën beschikbaar stellen die zo'n perspectief ook maar in de verste verte realiseerbaar kunnen maken, moge voor ons, gewone burgers, een hele geruststelling zijn. Laat de 'verdichtingsstrijd' in de telecom- en mediasector vooral nog een tijdje doorgaan. Misschien komt er zelfs nog een dienst of apparaat uit waar de consument iets aan heeft. De belangrijkste opdracht die we aan de overheid kunnen meegeven is, lijkt mij, dat we, ook als er in de toekomst een electronische snelweg naar onze voordeur loopt, er gewoon rustig en goedkoop over kunnen fietsen.