I&I-> Jaargangen -> Artikel

Teleprivacy

Door: Peter Hofstede

Ieder mens leeft in twee werelden: een openbare en een particuliere. De grens daartussen ligt voor individuen en groepen niet voor altijd vast, maar verschuift met de tijd en de veranderende omstan digheden, sociaal, economisch, politiek en cultureel. En natuurlijk ook technologisch en commer cieel. Niet alleen voor de socioloog, wiens vakgebied samenvalt met het spanningsveld tussen indi vidu en samenleving, is daarom het begrip 'privacy' een bruikbare spanningsmeter.

In de sector telecommunicatie kan men eigenlijk nergens om dit begrip heen. Het komt voor dat men zich blind staart op de technische kant van de zaak, op de uitvindingen, de vereenvoudigde systemen en de nieuwste snufjes van apparatuur. Maar ook voor informatietechnici is het van belang, oog te hebben voor het maatschappelijk complement van dit alles. In de overgang van een industriële naar een informatiesamenleving ­ 'van hoogovens naar superchips' ­ heeft zich een cultuuromslag voorgedaan.

Snelle verandering is het watermerk van het ein de der twintigste eeuw. Enerzijds kan men de maatschappelijke veranderingen in de laatste vijfentwintig jaar negatief interpreteren in termen van desintegratie: werkloosheid, milieucrisis, stijgende misdaad, financieringstekorten, ineenstortende nationale economieën en wegzakkende saamhorigheden (tot en met racistisch geweld en burgeroorlogen). Anderzijds kan men het accent proberen te leggen op de constructieve aspecten van het veranderingsproces. Dan maakt de verontrusting plaats voor een voorzichtig optimisme. Weliswaar lijkt de wereld in tal van opzichten een puinhoop, maar achter de computerschermen wordt toch ook hard gewerkt aan de wederop bouw.

Kennisexplosie als Waterscheiding

Direct na de Tweede Wereldoorlog kende ons land eveneens een fase van de wederopbouw. Het verschil met toen is thans, na het einde van de Koude Oorlog, het wezenlijk nieuwe fenomeen van de massale groei van kennis en wetenschap. De kennisexplosie, zoals zij zich manifesteert in de drieslag van technologie, stijgend educatieniveau en toegenomen r&d, maakt de sociale rollen complexer. Aan de andere kant involveert zij de men sen in minder gestandaardiseerde interacties, waardoor nieuwe sociale netwerken ontstaan, vaak in de vorm van plooibare overkoepelingen van de bestaande en begrensde sociale eenheden. De moder ne mens wil gebruikersvriendelijke oplossingen voor complexe problemen, wat zowel coöperatie als flexibiliteit vereist die de oude instituties niet kunnen opbrengen. Al doen zij nog zo hun best.

De kennisexplosie vergroot zowel de produktie ve als de consumptieve keuzemogelijkheden. De herdefiniëring van rollen in het kielzog van de kennisgroei betekent dat wij kunnen kiezen met verstaan: de toestand waarin men zich beschermd weet tegen het ongevraagd binnendrin gen van anderen, of van andermans activiteiten. Hetzij fysiek of in de vorm van ongewenste aan dacht, hetzij in de gedaante van informatie via de brievenbus of de telefoon. Door sociale en techno logische ontwikkelingen raakt de privacy op de helling.

Zo signaleren Arnbak, Van Cuilenburg en Dommering in hun 'studie naar toekomstig over heidsbeleid voor de openbare electronische informatievoorziening' ­ het zogenaamde voc-rapport ­ een gevaar door de komst van de 06-nummers: 'Het raadplegen van een niet-gratis consultatie dienst zal dikwijls gepaard gaan met een centrale registratie van gebruiker en gebruik. De zo verkre gen gegevens zijn privacygevoelig. Gecombineerd met andere gegevens kunnen ze een 'profiel' ople wie we te maken willen hebben. Veel gemakkelijker dan vroeger kunnen wij, op het werk en daar buiten, zelf vorm en inhoud geven aan de relatie en de omgang met anderen. Daarbij speelt de be schikbaarheid van auto's, telefoons, faxapparaten en electronic mail een stimulerende rol. Zij ver groten immers de capaciteit tot het activeren van onze relaties, onafhankelijk van tijd en plaats.

De problemen van deze tijd zijn te ernstig om ze op de traditionele manier te lijf te gaan. Voor de toekomst van de Nederlandse samenleving is de cruciale vraag, waar ook de verhindering van het ontstaan van een sociale onderklasse van afhangt: onder welke condities floreert de kennisgroei opti maal? Hoe maak je die groei structureel en via welke interactionele dynamiek werkt de kennisex plosie door in de samenleving?

Betekenis van 'Privacy'

De traditionele invulling van het begrip privacy vormt hierbij een struikelblok. Onder 'privacy' wordt veren van iemands koop-, lees- en verblijfsgedrag. Voor alle consultatiescenario's geldt dan ook dat de overheid maatregelen moet treffen ter bescher ming van de privacy van de gebruiker van electronische informatie'.

Nu hoort 'consultatie' ­ het selectief opvragen door individuele deelnemers van in een databank aanwezige informatie ­ typisch bij de herdefi niëring van sociale rollen. Iemand moet dat ano niem kunnen doen. Een ander moet dan niet op slinkse wijze mijn informatieve vraag aanwenden voor doeleinden waarin ik niet gekend word. Voor dat soort zaken moet een ethiek ontwikkeld wor den vergelijkbaar met die in het sociaal onderzoek ten aanzien van enquêtes.

Hetzelfde geldt voor ongevraagd binnendringen in iemands persoonlijke heiligdom.

Daarin schuilt volgens Durkheim de diepere be tekenis van privacy. Het eigen huis (home, heim, heem) is de mens heilig. Daar kan hij of zij zich verbergen zonder door anderen gezien te worden, onbenaderbaar behalve door personen met speciale dispensaties. In politiestaten bestaat het respect voor andermans privacy per definitie niet. In een democratische maatschappij en een rechtsstaat, al thans in vredestijd, verwacht men dat de privacy gerespecteerd wordt, namelijk doordat anderen er vanzelfsprekend afstand van houden.

Privacy bevat een normatief element: het recht op persoonlijke integriteit. Dat geldt zowel voor personen als voor bepaalde collectiviteiten en in stituties. Privacy zondert het individu af van de so ciale druk om zich onder alle omstandigheden te conformeren en reduceert in het algemeen de drang om altijd zo te handelen dat anderen daar hun goedkeuring aan hechten. Privacy bevordert het proces van individuatie, dat wil zeggen de ont wikkeling van de autonome, verantwoordelijke persoonlijkheid.

De Telefoon als Huisgenoot

De basis van wat iemand nodig heeft om te communiceren of samen te werken is een gevoel van vertrouwen. Men moet elkaar kennen en aanvoelen. Nonverbale expressie van gevoelens helpt bij de vaststelling of de ander al dan niet oprecht is. Maar hoe werkt dat bij de telefoon? Wij moeten iemand vrij goed kennen voordat we het nonver bale niveau succesvol kunnen decoderen. De gesprekspartner gooit de hoorn op de haak na een moment van waarheid. Of iemand begint aan de andere kant van de lijn zachtjes te huilen, wat na tuurlijk bevreemdend werkt op de beller als die hem net een abonnement op Elsevier probeert aan te smeren.

Echtgenoten onderling kunnen verschillen in perceptie tussen de telefoon als lifeline naar de buitenwereld, of als aantasting van de privacy. Ogenschijnlijk uniforme technologische apparaten worden in de praktijk des levens op cultureel spe cifieke manieren benut. Dit is het gemeenschappelijk terrein van communicatiewetenschap, media sociologie en antropologie (zie R. Silverstone en E. Hirsch, eds., Consuming Technologies. Media and information in domestic spaces, London/New York 1992).

Ook de telefoon bewoont een huis, kent een of meer eigen plekjes, heeft zo zijn deel aan de dyna miek van het dagelijks leven en van de gezinsbetrekkingen. Evenals hond en kat wordt de appara tuur gedomesticeerd in de kleine gezinssamenleving en vervormd door de complexiteit van inter acties binnen het gezin. Mensen zijn geen passieve ontvangers van produkten. De 'actieve consument' ontplooit de apparatuur voor eigen gebruik en voor creatieve doeleinden.

Het toerusten van slaapkamers met televisie, te lefoon en cd-speler lijkt op een herhaling van de privatisering, maar dan binnen het huishouden. Het individu voert een afzonderlijk bestaan in zijn of haar eigen vertrek en gebruikt de huiskamer in hoofdzaak nog slechts voor ravitaillering, informa tie of erkenning, als logistieke ondersteuning van haar of zijn individuele verblijf elders in de wo ning. Zie ik nu mijn zoon met een draagbare telefoon de tuin in wandelen om rustig, buiten de so ciale gehoorsafstand, met zijn vriendin te kunnen praten, dan proef ik scherp het verschil met mijn eigen ouderlijk huis, waar slechts een telefoontoe stel aanwezig was dat in de huiskamer aan de wand hing en waarvan het gebruik aan straffe so ciale controle onderhevig was. Het gold zowel voor inkomende als uitgaande gesprekken ­ voor de laatste vanwege de kosten zo mogelijk nog sterker.

De persoonlijke bereikbaarheid, de privacy via inkomende en uitgaande telefoongesprekken is van belang voor de vorming van jongeren. Een op groeiende jongere vormt er zijn of haar individuele identiteit en sociale netwerk mee. Hoe men in een bepaald gezin omgaat met technologische infor matie en communicatie, onder variabele condities van trefzekerheid en (zelf)beheersing, is afhanke lijk van de bestaande immateriële hulpbronnen en de veerkracht van de unit. In meer traditionele mi lieus stelt de grensbewaking hoge eisen, omdat telefoon, televisie, video, audio etc. de gezinsprivacy kunnen aantasten en de nodige onrust teweeg kunnen brengen. Ook vervagen tegenwoordig door de computer de grenzen tussen (huis)werk en amusement.

De rol van de vrouw en moeder vormt een hoofdstuk apart. Hier zij volstaan met de vermel ding, dat het telefoongebruik door vrouwen over het algemeen intrinsieker, in de zin van persoonlij ker en emotioneel diepgaander blijkt te zijn dan dat door mannen. Vrouwen zijn ook de aangewe zen bewakers van het heiligdom, maar zij kampen met het probleem dat de grens tussen de publieke en de private sfeer niet langer min of meer vastligt. Die grens verschuift voortdurend en draagt een diffuus karakter.

De gezinshuishouding speelt daarbij allerminst een passieve rol. Zij is met de conversie van het in formatie- en communicatieaanbod, tot het in haar eigen interpretaties past, actief betrokken bij een proces van waardenschepping: de basis voor wat de Britse socioloog Anthony Giddens 'ontologi sche zekerheid' noemde, dat wil zeggen een gevoel van vertrouwen in de wereld zoals die zich voor doet. Ook moet de unit bewijzen dat hij kan meekomen in een complexe publieke economie ­ met alle verschillen in klassepositie, ethniciteit en geo grafie die er zijn.

In de komende decennia zal de samenleving het voor haar continuïteit in toenemende mate moe ten hebben van de capaciteit der gezinnen om hun eigen identiteit te scheppen en te handhaven, en datzelfde geldt voor de individuele leden van de maatschappij. Niet het gezin als zodanig is de hoeksteen van de samenleving zoals de cda-politicus Brinkman placht te verkondigen, maar de privacy die het proces van individuatie bevordert.

Zwanezang van 'Impression Management'

De kennisexplosie en de daarmee samenhangende technologische veranderingen, met name automa tisering en robotisering, hadden een aanzienlijke reductie van routine-arbeid tot gevolg. Creatieve probleemoplossing op basis van verhoogde kennis en onderzoek neemt de plaats in van de ordelijk voorgeschreven rollen uit het industriële tijdperk, waarbij het tonen van gevoelens taboe was. Ervin Goffman noemde dit 'impression management'. Men moest onder alle omstandigheden zijn gelaatstrekken in de plooi houden. Er vindt in de postindustriële samenleving, ondanks veel wat daarin mis is, een verschuiving plaats naar een meer open en eerlijke communicatie, in de vorm van emotief en creatief onderhandelen, en dat markeert een sociale en culturele verandering van wezenlijk belang.

Ook in de politiek en in de organisaties leert men weer te luisteren naar gevoelstonen. De banden tussen mensen in de maatschappij veranderen naarmate de ingebakken neiging tot 'impression management' afneemt en steeds vaker flexibele netwerken hiërarchische organisaties vervangen. Zo komen op telecommunicatiegebied, nagenoeg geruisloos, allerlei fluïde multinationale netwerken tot stand als Unisource, Netway en Euro-log. Voorbij is de ratio van het defensieve wegschuilen van vroeger, toen een creatieve enkeling zich tegen de hiërarchische dwang probeerde te beveiligen door zodra ergens een telefoon rinkelde, bij voorkeur in een café, angstig uit te roepen:

'Ik ben er niet! '

Deze vorm van zelfbescherming heeft geen functie meer nu het autonome individu bediend wordt door de opmars van selectieve technologieën als de mobiele personal telephone, bewaakt door antwoordapparaten en straks waarschijnlijk ook door Calling Line Identification.

Dit pleidooi voor meewegen van het sociale en culturele complement bij de telecommunicatie kwam kort samengevat neer op de evolutie van 'te leprivacy als defensiemechanisme tegen de routine' naar 'teleprivacy als een selectieve vorm van af