![]() |
I&I-> Jaargangen -> Artikel
Laat de omroep in de ether
|
|
Door: R. Vader In het onderstaande betoog worden door Ruud Vader, directeur van nozema, enkele kanttekeningen geplaatst bij het voorstel van Nico las Negroponte om de ether 'vrij' te maken van omroeptoepassingen teneinde meer ruimte te scheppen voor mobiele telecommunicatie. Vader draagt twee argumenten aan waarom dit voorstel naar zijn mening de plank mis slaat: gezien de toenemende mogelijkheden signalen te comprimeren is er relatief gezien nog lang geen sprake van schaarste in de ether, terwijl ook voor omroeptoepassingen het kunnen beschikken over draadloze verbindingen van groot belang is om nieuwe en op nieuwe standaarden gebaseerde diensten te kunnen aanbieden. Allereerst wil ik ingaan op enkele kenmerken van het bedrijf nozema. Vervolgens zal ik in gaan op de vraag of er eigenlijk wel sprake is van schaarste in de ether voor de doelstellingen waar van Negroponte zegt 'maak eens wat ruimte vrij'. Als tussenstap besteed ik enige aandacht aan de te levisiekabel en aan wat daar vanuit onze optiek bij komt kijken. Als je nu toch wat gaat 'ruimen' in de ether, dan zijn er mijns inziens nog wel wat an dere (omroep)toepassingen die voor de vrijkomende ruimte in aanmerking komen. Ik wil derhalve aandacht vragen voor een andere switch, namelijk die van analoge naar digitale televisie. nozemaBijna iedereen denkt dat nozema een afdeling is van PTT. Dat is zij ook bijna een halve eeuw lang geweest, vanaf ongeveer 1940. Juridisch is een eigen rechtspersoon echter blijven bestaan. Er was een zelfstandige Raad van Beheer, en nozema was in feite gewoon klant van PTT. De aandelenverhouding en het deelnemersschap zijn weergegeven in figuur 1. Uit de laatstgepubliceerde jaarcijfers van 1991 blijkt dat de omzet ongeveer 60 miljoen bedroeg, toen nog uitsluitend bij de publieke om roep. Sinds vorig jaar wordt op een wat kleinere schaal ook voor commerciële radiostations ge werkt. Als gevolg van de verzelfstandiging van PTT is de vraag gerezen wat er met nozema zou moeten ge beuren. Er is besloten nozema van een eigen werkorganisatie te voorzien. Dit blijkt uit de persone le bezetting: altijd was er slechts één medewerker, een part-time administrateur, maar sinds 1 oktober 1991 is de personele bezetting gegroeid van ongeveer 30 naar 137 in april 1993. Op basis van een dit voorjaar uitgebracht advies van McKinsey heeft de Raad van Beheer inmiddels besloten om in de toekomst zowel de publieke als de commerciële om roep te gaan bedienen en daarmee de concurrentie te zoeken op de markt van omroepdistributie. Te vens zal nozema actief blijven op het gebied van andersoortige diensten als datacasting en abonnee -tv Schaarste?De gedachte van Negroponte is eenvoudig en aantrekkelijk: wat je over de kabel kan doen, moet je niet over de ether doen. Deze gedacht heeft ook postgevat in twee adviezen van de rapt (inmiddels de Commissie van Advies voor Post en Telecom municatie, capt, van de Raad voor Verkeer en Waterstaat) .1 In deze adviezen wordt aangenomen dat er sprake is van schaarste in de ether. Mijn stelling is echter dat dit niet het geval is, althans niet voor de doeleinden waarvoor Negroponte ruimte wil vrijmaken: mobiele telecommunicatie. Negroponte heeft het over draadloze telefonie. Nu is dat de grote moot in draadloze telecommunicatie, naast draadloze datacommunicatie en der gelijke. Laten we eens kijken naar het frequentiegebruik dat je nodig hebt voor 1000 draadloze telefoons, telefoons op straat en in de auto. In de laatste vijf tien jaar is er sprake geweest van een dramatische vermindering van de noodzakelijke frequentieruimte, door allerlei technieken, allerlei vormen van frequentierastering in het land. Dit betekent dat ten opzichte van 1980, toen het eerste autotelefoonnet, atf1, werd geïntroduceerd, nu ruim een factor acht minder frequentieruimte nodig is voor 1000 telefoonabonnees via het nieuwe digitale gsm-net dat volgend jaar wordt geïntroduceerd. We zijn gegaan van 670 kHz per 1000 abonnees naar 80 kHz (zie figuur 2). Voor de rest van dit betoog ga ik van die 80 kHz uit, maar men mag verwachten dat in de toekomst door verdere tech nologische ontwikkelingen deze benodigde frequentiebreedte verder zal kunnen worden gereduceerd. Naast de benodigde frequentieruimte is het van belang zicht te hebben op de beschikbare ruimte: hoeveel frequentieruimte is beschikbaar om over te telefoneren? Daar zien we eigenlijk een omgekeerde beweging: de beschikbare ruimte is in de perio de waarin de benodigde frequentieruimte afnam met een factor acht, toegenomen met een factor 10 (zie figuur 3). Dit zijn twee tegengestelde ontwik kelingen die het idee van schaarste nu niet direct oproepen. Of er nu echt schaarste is, in de zin van meer vraag naar infrastructuur dan aanbod, hangt natuurlijk mede af van het aantal draadloze telefoons dat zal worden gebruikt. Blijkens een uitspraak van Ben Verwaaijen, directeur PTT Telecom, in De Financiële Telegraaf van 6 februari 1993, zou PTT al blij zijn wanneer er over vijf tot tien jaar zo'n 600.000 draadloze abonnees zijn. In een in januari jongstleden verschenen rapport van Touche & Ross wordt voor 2005 uitgegaan van 750.000 aansluitingen (figuur 4), hetgeen min of meer overeenstemt met de prognose van PTT Telecom. Relateren we het afnemende ruimtebeslag aan de verwachte vraag, dan kunnen we concluderen dat er allerminst sprake is van schaarste. Op dit moment zijn er 166.000 draadloze telefoons in Nederland, maar er is ruimte voor 250.000, een 'leegstand' derhalve van zo'n 40 procent. In de ko mende jaren zal deze leegstand groeien naar zo'n70 procent of meer. Mijn conclusie kan dan ook niet anders luiden dan: er is op dit moment geen schaarste, en er zal voorlopig ook geen schaarste ontstaan voor mobiel spraakgebruik. Is er dan geen schaarste in de omroepbanden? Daarover is immers ook veel te doen. Inderdaad is er in deze banden sprake van meer vraag dan ruimte. Er zijn op dit moment enkele tientallen aanvragen voor ether-radio. Van die tientallen zul len er in de loop van dit jaar maximaal vier of vijf kunnen worden toegelaten. In dit geval kun je dus inderdaad spreken van schaarste. Over een aantal jaren zal een nieuwe vorm van radio-omroep worden geïntroduceerd, Digital Ra dio Broadcasting, dab. Eén van de overgangsproble men bij zo'n nieuwe techniek is dat de ontvangsapparatuur aanvankelijk nog maar schaars aanwe zig zal zijn. Er zijn maar weinig programmamakers die het leuk vinden om programma's te maken waar maar heel weinig luisteraars naar kunnen luisteren. Je ziet dit momenteel ook bij breed beeld-televisie. Het zal dus nodig zijn om gedurende een ruime overgangsperiode van vijftien of meer jaren in zowel de oude (fm)norm als de nieuwe norm uit te zenden. Dat moet je dan wel in diezelfde ether doen. Omdat er tevens, zoals geschetst, meer vraag naar etheromroep is dan ruim te, kan voor wat betreft de ether-omroep dus zeker worden gesproken van een situatie van ether schaarste. Zo'n zelfde ontwikkeling, zij het op de wat langere termijn, zal zich voordoen ten aanzien van digitale televisie. Daarover later meer. De TelevisiekabelDe bekabelingsgraad is in Nederland vrij hoog (zie figuur 5). Het is niet onredelijk om te veronderstellen dat in een beperkt aantal jaren de bekabe lingsgraad kan stijgen tot boven de 90 procent. Het is echter van groot belang hierbij aan te teke nen dat het hier voornamelijk huishoudens betreft, maar dat bedrijven over het algemeen niet op de kabel zijn aangesloten. Twee belangrijke voordelen van de ether zijn dat deze ook niet-bekabel de huishoudens en bedrijven bereikt en dat de ether ook geschikt is voor mobiel gebruik. Wan neer je dus de gedachte van Negroponte volgt en je zou in de komende jaren omroepsignalen inder daad naar de kabel overbrengen, dan ontstaat een probleem dat niet zozeer van technische, maar veelmeer van politieke aard is: kun je dan 10 procent tot 15 procent van de huishoudens een witte vlek laten zijn voor publieke omroepprogramma's? Kan worden volgehouden dat, waar met name het zakelijk belang van niet-omroepdiensten in de toekomst verder zal toenemen, bedrijven van het ge bruik van omroepkanalen zijn uitgesloten? Een hiermee verband houdend probleem is het volgende. Het is moeilijk vol te houden dat, wanneer in de toekomst ook de draagbare (digitale) zak-televisie en de draagbare video-pc beschikbaar komen, ontvangst van dergelijke televisie- en data signalen in de auto en op het strand in Nederland niet mogelijk zullen zijn. Dit probleem komt in de huidige discussie nauwelijks onder de aandacht. Omdat in andere landen niet sprake is van een zo hoge bekabelingsgraad als in ons land, zullen elders technieken worden ontwikkeld om de ont vangst van ether-televisie beter mogelijk te maken. Wanneer het Kabinet zou besluiten tot een extreme doorvoering van de Negroponte Switch zou dit betekenen dat men in Nederland van deze toekomstige mogelijkheden verstoken zou moeten blijven. Een Andere SwitchIn figuur 6 is de huidige situatie met betrekking tot ether en kabel nog eens weergegeven. Ik zie in de toekomst een andere switch dan die van Negroponte aankomen. De eerste helft van de Negro ponte-gedachte zou hiervoor uitermate gunstig kunnen zijn. Wanneer digitale televisie operatio neel is en ingevoerd gaat worden, zou een deel van het televisie-spectrum kunnen worden gebruikt om een digitaal signaal te transporteren dat goede beelden geeft voor portabel gebruik en voor huizen die niet zijn aangesloten op een kabelnet. Het zou ook mogelijkheden bieden om, wanneer die digitale signalen worden opgevangen door de kop stations van kabelnetten, doorgifte in twee normen te realiseren, eventueel voor een deel zelfs in hoge-definitie kwaliteit. Voor dit laatste is uiter aard wat meer capaciteit benodigd. Ik voorzie derhalve dat de analoge distributie norm op enig moment zal uitsterven en dat we in een situatie belanden waarin uitsluitend digitale omroepsignalen via ether (en kabel) worden verspreid (zie figuur 7). Onderzoek moet verder nog aantonen hoeveel televisieprogramma's er dan overgedragen kunnen worden. Volgens de huidige inzichten zou je mogen verwachten dat dat aantal ergens tussen de tien en de veertig zal liggen. Hoe veel het er worden, hangt onder andere af van keuzen die worden gemaakt ten aanzien van het aantal programma's dat wordt uitgezonden voor portabel gebruik. SlotIk heb met deze beschouwing geprobeerd de Negroponte Switch op een wat andere wijze in te vul len dan oorspronkelijk is bedoeld. Daarnaast speelt een rol, maar dit heeft met de switch eigen lijk maar weinig te maken, dat het gebruik van draadgebonden telefonie waarschijnlijk nog wel verder zal toenemen, al was het alleen maar omdat kabelexploitanten op het ogenblik ook aanzetten doen om telefonie en isdn-achtige diensten te gaan verzorgen. Kabel en ether zullen elkaar in de toekomst no dig blijven hebben. Het is niet het één of het an der, want zoals ik heb betoogd zul je de ether ook voor specifieke mobiele televisie-toepassingen wil len blijven gebruiken, zij het niet op huisbioscoop- of hoge definitie-kwaliteit. Stel je je zodoende wat bescheiden op, dan kun je in de ether nog heel wat kanalen kwijt voor digitale draagbare en stationai re televisie. In de verre toekomst zou je wellicht de kabel helemaal niet meer nodig hebben. Als de compressietechnieken zich verder blijven ontwik kelen, waardoor het ruimtebeslag van televisiekanalen verder afneemt, en de verwachte behoefte voor met name mobiele telefonie zich ontwikkelt als eerder is beschreven, dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat we over enkele tientallen jaren de kabel niet meer nodig hebben. Zo ver zal het wel niet komen, want allerlei omroep- en niet-om roeptoepassingen, zoals hdtv, televeilen en tele-chirurgie, betekenen een relatief zware belasting van de infrastructuur, weliswaar voor een relatief klein aantal gebruikers, maar waarvoor de kabel toch een heel geschikt medium zal blijven. Kort om, ik denk dat ether en kabel elkaar ook in de toekomst nog vele malen zullen tegenkomen. |
|