Tekstvoorstel
In relaties met individuen hebben particuliere organisaties in elk geval de
volgende bijzondere plichten en verantwoordelijkheden:
- De plicht aan te geven wat het doel, de aard en de betrouwbaarheid is van
door hen aangeboden informatie, alsmede welke voorwaarden van toepassing zijn
op het uitwisselen van die informatie.
- De plicht zich te onthouden van vormen van informatieaanbod die niet of niet
gemakkelijk geweigerd kunnen worden.
- De plicht zich zoveel mogelijk te onthouden van het aanleggen en in stand
houden van registraties met persoonlijke informatie, in het bijzonder in
situaties waarin die informatie bij de persoon kan blijven berusten.
- De plicht gelegenheid te geven tot inzage en correctie van alle in
registraties vastgelegde persoonlijke informatie.
- De plicht bij correctie de wensen van geregistreerde(n) te volgen als het
gaat om het beoordelen van de betekenis van persoonlijke informatie.
- De plicht registraties met persoonlijke informatie niet voor andere
doeleinden te gebruiken dan waarvoor ze werden aangelegd.
- Registraties met persoonlijke informatie te vernietigen of anoniem te maken
zodra het doel waarvoor de registratie werd aangelegd, is komen te vervallen.
- De plicht de vertrouwelijkheid van informatie-uitwisseling te respecteren
zowel qua vorm en proces, als qua inhoud en doel.
- De plicht in het openbaar kennisgeving te doen van het feit dat een
registratie zal worden aangelegd met persoonlijke informatie en van het doel en
de aard van deze registratie.
- De plicht zich te onthouden van het verhandelen van persoonlijke informatie
als daar door geregistreerde(n) bezwaar tegen wordt gemaakt.
- De plicht registraties met persoonlijke of vertrouwelijke informatie te
beveiligen tegen misbruik door derden.
Deze plichten en verantwoordelijkheden kunnen uitsluitend buiten werking worden
gezet bij wettelijke bepaling.
Discussiepunten
- In feite neemt dit lijstje al een voorschot op het stellen van
wettelijke beperkingen of aanvullende eisen met betrekking tot het principe van
overeenkomstige toepassing; zie principe 6.
- Daarbij zijn paragraaf a en b in feite niet meer dan een
herhaling/aanscherping van wat ook al in deel II wordt gesteld. Reden van deze
doublure is het belang het individu juist hier bescherming te bieden
tegen de avances van al te opdringerige bedrijven.
- Paragraaf c zegt dus dat - waar mogelijk - de (decentrale) chipcard de
voorkeur heeft boven het aanleggen van een (centrale) registratie.
- Voor het overige gaat het om zaken die samenhangen met het feit dat
registraties toch vooral worden aangelegd door organisaties en niet door
individuen. Dit verklaart waarom aanvullende regelingen noodzakelijk worden
geacht.
- Evenals bij principe 5 rijst de vraag hoe deze plichten afdwingbaar moeten
zijn. Via het strafrecht of via een civiele procedure?
- Tenslotte, reden dat de genoemde plichten en verantwoordelijkheden
uitsluitend bij wet buiten werking geplaatst kunnen worden - zie de laatste
regel - is de gedachte dat voorkomen moet worden dat sociaal/economisch
zwakkeren gedwongen worden vrijwillig afstand te doen van hun rechten.
Bijvoorbeeld in de algemene voorwaarden van een informatieaanbod dat juist zij
wel moeten accepteren.