Tekstvoorstel

In relaties met andere individuen heeft een ieder bij het uitoefenen van het recht van informationele zelfbeschikking de volgende plichten en verantwoordelijkheden:

  1. De plicht geen inbreuk te maken op de rechten van anderen, dan wel anderen onnodig te schaden in hun belangen.
  2. De plicht aan te geven wat het doel en de aard van aangeboden informatie is alvorens de informatie daadwerkelijk met anderen uit te wisselen.
  3. Als gebruik wordt gemaakt van een informatieaanbod of - uitwisseling: de plicht zich te houden aan door de aanbieder gestelde voorwaarden.
  4. De volle verantwoordelijkheid te nemen voor elke aangenomen naam of zelfgekozen identiteit.

Discussiepunten

  1. Voor een deel is dit principe het spiegelbeeld van de rechten van principe 4 - voor een ander deel gaat het om nieuwe elementen. De vraag is of het beeld compleet is, ook als in aanmerking wordt genomen dat de strekking van paragraaf a zeer ruim is.
  2. De vraag is hoe deze plichten (in relaties tussen individuen) afgedwongen moeten worden: via het strafrecht/de overheid of via het civiele recht/eigen initiatief?