Tekstvoorstel

In relaties met andere individuen omvat het recht van informationele zelfbeschikking onder meer de volgende rechten:

  1. Het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, daaronder begrepen het recht om vertrouwelijk met anderen informatie uit te wisselen.
  2. Het recht kennis te nemen van het doel en de aard van een informatieaanbod en van de voorwaarden waaronder dit aanbod wordt gedaan alvorens de informatie daadwerkelijk te ontvangen.
  3. Het recht te weigeren bepaalde informatie in ontvangst te nemen, dan wel aan anderen te verstrekken.
  4. Het recht voorwaarden te stellen aan het verstrekken aan anderen van persoonlijke informatie.

Discussiepunten

  1. Ook dit is niet allemaal nieuw. Nieuw is wèl dat vertrouwelijkheid meer omvat dan het brief- en telefoongeheim. Want paragraaf a ziet niet alleen op de inhoud van het bericht, maar ook op de vorm (telefoon of e-mail), het proces (wie e-mailt met wie?) en het doel (privé-uitje of zakelijke redenen). Encryptie mag dus altijd?
  2. Het recht op informatie over de informatie - zie paragraaf b - is een essentiële voorwaarde voor de zeggenschap van elk individu over zijn of haar informationele relaties: zonder informatie over de informatie kan een individu niet bepalen welke informatie hij of zij daadwerkelijk wil uitwisselen.
  3. Een alternatief voor deze aanpak is een stelsel van algemene verboden om met bepaalde informatie de snelweg op te gaan, want dan behoeft de individuele weggebruiker niet elke keer zelf te beslissen of hij of zij wel of niet van een bepaald informatieaanbod gebruik wil maken - want bij zo'n verbod zijn verkeerd geachte opritten al door de overheid afgesloten. Zie het verbod van pornografie op Internet in de Verenigde Staten.
  4. Lastig is de vraag wat er nu precies moet worden verstaan onder het begrip persoonlijke informatie? Meer dan informatie de persoon betreffende? Ook wat een (levens)partner na jaren weet van de ander?