Tekstvoorstel
In relaties met andere individuen omvat het recht van informationele
zelfbeschikking onder meer de volgende vrijheden:
- De vrijheid te bepalen welke informatie-vraag wordt gesteld en van welk
informatieaanbod gebruik wordt gemaakt, dan wel aan welke
informatie-uitwisseling wordt deelgenomen.
- De vrijheid van meningsvorming en meningsuiting, daaronder expliciet begrepen
de vrijheid om vrijelijk informatie te vragen, aan te bieden en uit te wisselen
over nationale grenzen.
- De vrijheid van vergadering en vereniging, ook zonder dat dit gepaard gaat
met fysieke samenkomst of samenspraak.
- De vrijheid anoniem informatie op te vragen, aan te bieden en uit te
wisselen, dan wel dit te doen onder een aangenomen naam of zelfgekozen
identiteit.
Discussiepunten
- De meeste van deze vrijheden zijn niet nieuw; zie onder meer de Grondwet en
het Europees Verdrag inzake de rechten van de mens. Wel worden zij nu opgevat
als uitwerking van een ruimer principe - het recht van informationele
zelfbeschikking - en worden zij toegespitst op de elektronische snelweg.
- De vraag is of er meer vrijheden zijn dan de genoemde en of ze anders moeten
worden geformuleerd. Bijvoorbeeld geen vrijheid om anoniem informatie aan te
bieden.
- De laatste vrijheid erkent dat wat in directe intermenselijke communicatie
mag, ook mag op de elektronische snelweg: je (wat) anders voordoen dan je bent.
Maar de politie en het openbaar ministerie zullen daar niet altijd blij mee
zijn.