Tekstvoorstel

In relaties met andere individuen omvat het recht van informationele zelfbeschikking onder meer de volgende vrijheden:

  1. De vrijheid te bepalen welke informatie-vraag wordt gesteld en van welk informatieaanbod gebruik wordt gemaakt, dan wel aan welke informatie-uitwisseling wordt deelgenomen.
  2. De vrijheid van meningsvorming en meningsuiting, daaronder expliciet begrepen de vrijheid om vrijelijk informatie te vragen, aan te bieden en uit te wisselen over nationale grenzen.
  3. De vrijheid van vergadering en vereniging, ook zonder dat dit gepaard gaat met fysieke samenkomst of samenspraak.
  4. De vrijheid anoniem informatie op te vragen, aan te bieden en uit te wisselen, dan wel dit te doen onder een aangenomen naam of zelfgekozen identiteit.

Discussiepunten

  1. De meeste van deze vrijheden zijn niet nieuw; zie onder meer de Grondwet en het Europees Verdrag inzake de rechten van de mens. Wel worden zij nu opgevat als uitwerking van een ruimer principe - het recht van informationele zelfbeschikking - en worden zij toegespitst op de elektronische snelweg.
  2. De vraag is of er meer vrijheden zijn dan de genoemde en of ze anders moeten worden geformuleerd. Bijvoorbeeld geen vrijheid om anoniem informatie aan te bieden.
  3. De laatste vrijheid erkent dat wat in directe intermenselijke communicatie mag, ook mag op de elektronische snelweg: je (wat) anders voordoen dan je bent. Maar de politie en het openbaar ministerie zullen daar niet altijd blij mee zijn.