Tekstvoorstel

In relaties met individuen hebben overheidsorganisaties in elk geval de volgende bijzondere bevoegdheden:

  1. De bevoegdheid van de burger de persoonlijke informatie te vragen die noodzakelijk is voor het functioneren van de democratische rechtsstaat.
  2. De bevoegdheid van burgers inbreng te vragen in informatie-uitwisseling gericht op het ontwikkelen van beleid of het nemen van beslissingen.

Discussiepunten

  1. Natuurlijk heeft de overheid meer bevoegdheden - bijvoorbeeld het stellen van grenzen aan het recht van informationele zelfbeschikking; zie principe 2. Maar daarbij gaat het primair om de overheid in de rol van overheid en niet om de overheid als partij in informationele relaties met het individu.
  2. Dus ziet dit principe vooral op de aanspraken van de overheid jegens burgers op het vlak van participatie in beleidsontwikkeling en besluitvorming. Ook hier speelt de visie op mens, maatschappij en overheid een belangrijke rol want in de kern gaat het om de vraag of de burger verplicht is mee te doen aan het democratische proces.