Tekstvoorstel
In relaties met individuen hebben overheidsorganisaties in elk geval de
volgende bijzondere plichten.
- De plicht burgers in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren over
voorgenomen beleidsinitiatieven en hen gelegenheid te geven van hun inzichten
daaromtrent te laten blijken.
- De plicht het bewerken en de opslag van persoonlijke informatie binnen de
overheid zo te organiseren dat elke burger in staat is tot een effectieve en
volledige inzage en correctie van die informatie.
- De plicht er zorg voor te dragen dat informatie die met openbare middelen tot
stand is gekomen in basisvorm tegen zo laag mogelijke kosten en met zo weinig
mogelijk belemmeringen beschikbaar is voor de burger.
- De plicht zich zoveel mogelijk te onthouden van het aanleggen en in stand
houden van registraties met persoonlijke informatie, in het bijzonder in
situaties waarin die informatie bij de persoon kan blijven berusten.
- De plicht in te staan voor de volledigheid, juistheid en authenticiteit van
een als zodanig aangemerkt informatieaanbod van de overheid.
Discussiepunten
- Ook hier is de lijst afhankelijk van de visie op mens, maatschappij en
overheid. Ook hier gaat het dus om gewichtige politieke afwegingen en keuzen.
- Paragraaf b zou kunnen betekenen dat de overheid alle informatie betreffende
personen goed en grondig aan elkaar koppelt - zodat één blik van
de burger genoeg is om te weten wat de overheid over hem of haar weet. Hetgeen
haaks staat op het idee dat koppelen slecht is voor de privacy.
- Paragraaf d is formeel overbodig omdat het hier gestelde al geldt vanwege
de overeenkomstige toepassing van principe 7 c. Maar materieel gezien is er
alle reden voor een doublure: de overheid is een grote verzamelaar van
persoonlijke informatie.
- Paragraaf e: er zijn situaties - hoge waterstanden - waarin de burger zich
tot een informatiebron moet kunnen wenden waarvan de juistheid boven elke
twijfel staat.