Anno 2010

Fatima, eigenares van een delicatessenwinkel in Rotterdam, komt na een korte vakantie terug op kantoor, zet haar computer aan en ziet tot haar schrik dat er maar liefst 4293 e-mail berichten zijn binnengekomen. Al snel ontdekt ze dat veel berichten anoniem zijn, niet voor haar bestemd zijn, soms zelfs onleesbaar zijn. De beheerder van het Net weet alleen maar te vertellen dat er een storing is geweest, maar weigert haar te helpen om weer orde in de chaos te brengen. Kennelijk is er een storing in het programma dat alle binnenkomende e-mail controleert om te zien of de berichten wel voldoen aan Fatima's wensen op het punt van afzender en inhoud. Al die e-mail bekijken is al erg genoeg, erger nog is dat er kennelijk ook surveillance-programma's zijn binnengedrongen en dat die financiële informatie naar de Belastingdienst hebben verstuurd. Maar nog vervelender is dat er tussen die lawine ook een berichtje moet zitten van Fatima's vriend over hun volgende afspraakje. Ze weet niet waar hij zit en stel dat hij haar vanavond al ergens verwacht. Tot haar schrik ziet Fatima ook dat er tussen al die berichten bevestigingen staan van bestellingen waar zij helemaal niets van weet. Er zijn zelfs al bedrijven die met aanmaningen komen. En heimelijk maakt Fatima zich ook zorgen over haar broer in het buitenland want hij gebruikt haar e-mail adres voor het uitwisselen van vertrouwelijke berichten met zijn mede-strijders voor de goede zaak. Stel dat de Belastingdienst meer heeft gekregen dan wat cijfers over de winkel.