
Topologie
Bij het begrip netwerktopologie wordt vaak gedacht aan de fysieke vorm van een
netwerk. Dit is echter niet geheel correct. Steeds vaker is er een duidelijk
onderscheid tussen de fysieke vorm van een netwerk en de logische verbindingen
die erover worden gedefinieerd. Een voorbeeld: indien iemand vanuit Amsterdam
inlogt op een computer in New York, lijkt het als of er een directe vaste
verbinding bestaat tussen deze twee plaatsen. In werkelijkheid kan deze
verbinding echter via een satelliet lopen en zonder dat een gebruiker dit hoeft
te merken geherrouteerd worden via een glasvezelverbinding. Er kan dus een
verschil zijn tussen een logische en een fysieke verbinding tussen twee
punten.
De meest simpele topologie voor een datacommunicatie-infrastructuur kan gezien
worden als een verbinding tussen twee punten (point-to-pointverbinding). Een
huurlijn, een telefoon- of ISDN-verbinding is altijd een
point-to-pointverbinding.
De modems voor datatransport over analoge verbindingen zijn in korte tijd sterk in kwaliteit en capaciteit toegenomen. Van 300bit/s begin jaren `80 tot 56 kbit/s en meer in 1995. Dit is zichtbaar in steeds nieuwe standaarden voor steeds snellere modemcommunicatie. In de loop der tijd zijn de volgende V-normen (CCITT standaarden) ontwikkeld:
| V-norm | snelheid (bits/s) | |
|---|---|---|
| V.22bits | 2.400 | |
| V.32 | 9.600 | |
| V.32bits | 14.400 | |
| V.34 | 28.800 |
De hedendaagse modems kunnen met behulp van een commandotaal worden bediend: de 'Hayes-instructieset'. Deze naam is afkomstig van de modemproducent Hayes die deze instructies heeft ontwikkeld. Zo betekent ATD 030 123456, ATtentiecode Dial 030 123456. Met deze instructie zal het modem een verbinding proberen op te bouwen met het nummer 030 123456.
Bij communicatie in een accessnetwerk (bijvoorbeeld via telefoonlijnen) wordt de data over het algemeen in pakketten van acht bits met, daarbij enkele controle bits, verzonden. Deze verzendmethode wordt met de technische term 'asynchroon' aangeduid, omdat er geen vaste regelmaat is van verzending. Bij 'synchrone' communicatie is er wel een vaste regelmaat. Deze regelmaat wordt instant gehouden door een tijdklok die aangeeft wanneer er kan worden verzonden. Bij synchrone communicatie worden grotere hoeveelheden data tegelijk verstuurd.
Einde kader
Een netwerk is een verzameling van samenhangende point-to-point verbindingen. Er zijn in principe twee typen topologien te onderscheiden: de boomstructuur en de resilient topologie. Het laatste wil zeggen dat er tenminste één paar punten in het netwerk via meerdere wegen met elkaar verbonden is. Als dat niet het geval is heeft een netwerk een boomstructuur. Veelgebruikte boomstructuren zijn de stertopologie of de bustopologie.
Afbeelding: Voorbeeld Boomstructuren en Resilient Topologieën (3.28 kb)
Een ISDN- of telefoonnetwerk heeft altijd een stertopologie. De meest betrouwbare topologie voor een WAN is een resilient topologie, omdat daarin bij communicatie tussen twee punten druk belaste verbindingen kunnen worden ontzien door dataverkeer langs een andere weg te sturen. Ook het uitvallen van één verbinding hoeft niet direkt te betekenen dat een punt onbereikbaar is geworden voor de rest van het netwerk. Bij topologiën met een boomstructuur ontbreken alternatieve routes. Een goede Internet provider heeft een backbone die voldoende resilient is om uitval of vol raken van belangrijke verbindingen op te vangen.
Een LAN heeft meestal een stertopologie of een bustopologie of is ringvormig.
Resilient-voorzieningen spelen in een LAN een bescheiden rol. Uitvallen van een
verbinding kan meestal eenvoudig opgevangen worden door een snelle reparatie
(een LAN bevindt zich immers binnen een relatief klein gebied). En het vol
raken van een LAN kan goed worden opgevangen door het netwerk op te splitsen in
twee of meer netwerken.
Zoals bij het wegennet is het ook bij computernetwerken van belang om congestie
(opstoppingen, files) te voorkomen en op te lossen. Bij bestaande
telecommunicatienetwerken zoals het telefoonnet speelt het voorkomen van
congestie ook een belangrijke rol. Zo af en toe, bijvoorbeeld bij een quiz op
tv, waarbij toeschouwers mogen bellen voor het geven van een antwoord, komt het
voor dat hele centrales vol zitten en dus alle lijnen bezet zijn. De
beheerder van dergelijke netwerken streeft er naar om de kans op congestie
aanvaardbaar klein te houden, zodat de gebruikers tevreden zijn. Het is steeds
zoeken naar inzetten van net voldoende extra middelen (investeringen in
capaciteit, het aantal verbindingen) om zowel pieken als verwachte groei
te kunnen ondervangen.
Een techniek die met name bij WAN's nog wel eens wordt gebruikt is die van het Virtual Private Network (VPN). Hierbij wordt een nieuw 'virtueel' netwerk met 'virtuele' point-to-point verbindingen gedefinieerd op basis van een werkelijk (groter) WAN.
Afbeelding: Vitual Private
Network (2.42 kb)
Met deze techniek kan één WAN worden gebruikt voor meerdere
virtuele WAN's. PTT's bieden op deze manier vaak WAN's aan. De (fysieke)
topologie van een virtueel WAN doet nu niet terzake, zolang het werkelijke WAN
maar voldoende resilient is.
Virtuele verbindingen werden al toegepast in de eerste op het X.25
netwerkprotocol gebaseerde netwerken, maar ook in nieuwe type netwerken worden
virtuele verbindingen vaak toegepast.