Deel 2: Techniek van het Internet

Inleiding

Een van de belangrijkste eigenschap van het Internet is het brede scala aan toepassingen dat in principe iedere aangeslotene kan gebruiken. Deze toepassingen worden mogelijk gemaakt door het samenwerken van duizenden computers, netwerkverbindingen, netwerkbeheerders en miljoenen gebruikers. Het Internet wordt daarom soms ook wel 'the greatest living thing on earth' genoemd. Het Internet is opgebouwd uit verschillende delen, die elk een bepaald doel dienen. Er zijn accessnetwerken zoals het telefoonnetwerk en ISDN, LAN's en ook WAN's van duizenden organisaties, die allemaal gezien kunnen worden als deel-infrastructuren. De deel-infrastrukturen zijn opgebouwd uit transportmiddelen, zoals PTT-verbindingen en de televisiekabel. Deze vormen de uiteindelijke basis voor het transporteren van data. Het Internet dat al deze deel-infrastructuren onderling verbindt kan omschreven worden als een meta-infrastructuur. De kracht van het Internet is dat de verbindingen tussen de deel-infrastructuren transparant zijn voor alle toepassingen en gebruikers.
Twee computers die onderling over verschillende deel-infrastrukturen heen een koppeling maken hoeven geen kennis te hebben van deze opdeling van het Internet. Hiervoor zorgen de 'netwerkprotocollen', die de verschillende wegen effenen. Computers die via deze geëffende wegen een onderlinge verbinding hebben gemaakt kunnen aan hun gebruikers verschillende vormen van communicatie bieden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van 'communicatieprotocollen'.
Gebruikers maken via applicaties, bijvoorbeeld Internet-software op een pc, gebruikt van communicatieprotocollen. De communicatieprotocollen zorgen tezamen met netwerkprotocollen en de transportmiddelen dat het totale systeem transparant functioneert.
Het Internet kent dus een gelaagde opbouw. Dit is niet alleen kenmerkend voor het Internet, maar voor alle datacommunicatienetwerken. In het volgende hoofdstuk zal worden ingegaan op een lagenmodel voor datacommunicatienetwerken in het algemeen en voor het Internet in het bijzonder. Het model begint bij de transportmiddelen en eindigen bij communicatieprotocollen. Een nadere beschrijving van de verschillende lagen uit het model wordt gegeven in hoofdstuk II-4 tot en met hoofdstuk II-6. Deze beschrijving vormt het hart van deel II.
De verschillende deel-infrastructuren, die zo belangrijk zijn voor de structuur van het Internet, worden niet door het lagenmodel beschreven. Daarom wordt in hoofdstuk II-3 de opsplitsing van het Internet in drie typen funktionele deelnetwerken beschreven. Een ander aspect van het Internet dat ook niet door het lagenmodel wordt beschreven, maar wel van groot belang is, is het onderwerp beveiliging. Daar zal in hoofdstuk II-7 op worden ingegaan.

Deel I, Hoofdstuk 12 Hoofdstuk 2 Inhoud