Hoofdstuk 1

Inleiding

Informatie en communicatie zijn belangrijke elementen in onze samenleving: We willen allemaal op de hoogte blijven van wat er gebeurt in de wereld, in Nederland, in de buurt, om de hoek, we willen weten wat voor weer het wordt, waar de files staan, hoe laat de trein vertrekt, we willen weten wat voor boeken, platen, auto's, videofilms en wat voor artikelen dan ook, er te koop of te huur zijn, welke de mooiste of beste zijn, en zeker wat de goedkoopste zijn. We willen ook zakelijke informatie kunnen krijgen, zoals beursberichten, statistieken, jaarverslagen, waterstanden, wisselkoersen, we willen wetenschappelijke informatie over onderzoeken op allerlei gebied, we willen informatie over onderwijs, en we willen het onderwijs zelf. We willen communiceren met familie, vrienden, kennissen, collega's. We willen met ze kunnen praten, onderling brieven kunnen versturen, video's en cd's uitwisselen, zakelijke documenten, en een heleboel meer.
Onze huidige informatie- en communicatiemiddelen kunnen aan veel van deze verlangens beantwoorden. Wie wil weten wat voor weer het wordt kan naar het televisiejournaal kijken, teletekst raadplegen of een 06-nummer bellen. Wie wil weten waar de files staan luistert naar de radio en wie wil weten hoe de wereld er voor staat of welke films in de bioscoop draaien leest de krant. Wie een familielid in het buitenland wil spreken grijpt naar de telefoon en wie een collega een rapport wil laten lezen stuurt het hem per post.
Toch zullen naar verwachting veel van deze zaken anders gaan in de nabije toekomst. Met de komst van de zogenaamde digitale snelweg. Deze openbare (en hopelijk wereldwijde) infrastructuur voor informatie en communicatie zal over de combinatie van twee kenmerken beschikken die de huidige middelen ontberen. Het gaat om de kenmerken die te vangen zijn in de steekwoorden 'multimedia' en 'interactief'. De combinatie van deze kenmerken, die op zich niet nieuw zijn als het om communicatie en informatieuitwisseling gaat, en hun integrale toepassing via de digitale snelweg zullen de oorzaak zijn van een veel uitgebreider en geavanceerder aanbod van informatie- en communicatiemiddelen.
Multimedia betekent eigenlijk niet meer dan dat er gebruik gemaakt kan worden van een combinatie van verschillende media: geluid, stilstaande en bewegende beelden in één. De televisie doet dit al, een videopresentatie - niet een brochure - maakt er ook gebruik van. Maar het meest gebruikte communicatiemiddel, de telefoon, biedt dit nauwelijks.
Interactief wil zeggen dat de gebruiker van een informatie- of communicatiedienst op een zelf gekozen moment invloed kan uitoefenen op de geboden informatie of de vorm van communicatie. De telefoon is een interactief medium, televisie bij uitstek niet; de kijker heeft geen invloed op de programmering.
De combinatie van interactief en multimedia, integraal toegepast, zal tot veel uitgebreidere diensten kunnen leiden dan de huidige. Dit bewustzijn is ontstaan in de Verenigde Staten waar druk gewerkt wordt aan een plan voor de National Information Infrastructure (NII). In een opsomming van de mogelijkheden van een digitale snelweg kijkt dit plan naar alle facetten van informatieverstrekking en communicatie. Het geeft voorbeelden als:

Wie even zijn fantasie laat gaan kan nog talloze andere mogelijkheden bedenken. Het besef over deze mogelijkheden heeft zich inmiddels ook buiten de Verenigde Staten verspreid en ook in Europa zijn de grote elektronicaindustrieën en de PTT's al druk in de weer met plannen maken.
Maar het zal nog even duren voordat die plannen gerealiseerd zijn. De openbare digitale snelweg waar iedere woning in Nederland, Europa, de wereld, op is aangesloten, is misschien technisch al wel denkbaar, de infrastructuur en organisatie die erbij komen kijken zijn er nauwelijks.

De digitale snelweg bestaat ten eerste uit een infrastructuur voor digitaal gegevenstransport, denk aan de televisiekabel, telefoonverbindingen, het draadloze telefoonnet, sattelietverbindingen, enzovoort. Zo'n infrastructuur is er nu wel, maar zal geschikt gemaakt moeten worden voor de digitale snelweg en vooral aan elkaar moeten worden geknoopt. Dat laatste zal nog wel enkele voeten in de aarde hebben.
In tweede instantie zal de digitale snelweg bestaan uit gestandaardiseerde protocollen voor communicatie tussen de aangesloten systemen. Die protocollen moeten zorgen dat de gebruikers op de digitale snelweg allemaal dezelfde 'digitale taal' spreken. De vraag hierbij is hoe men het eens gaat worden over welke taal(protocollen) we gaan gebruiken. Bij spreektaal zijn er voorbeelden te over waarbij dat niet lukt.
Ten derde bestaat de digitale snelweg uit informatie- en communicatiediensten. Die moeten ontwikkeld worden en ook dat zal tijd vergen.
Ten vierde bestaat de digitale snelweg uit randapparatuur. Ook de randapparatuur zal ontwikkeld moeten worden en bovendien betaalbaar moeten zijn.

Deze zaken zijn relatief eenvoudig te realiseren als er wordt uitgegaan van populaire reeds bestaande technieken. Maar als er nieuwe technieken bij komen kijken, zou dat wel eens een lang uitstel van de digitale snelweg kunnen betekenen. Hooguit kunnen dan eilandjes worden gerealiseerd zonder verbindingen. Voortborduren op bestaande algemeen geaccepteerde technologie lijkt dan ook de snelste manier om tot resultaat te komen.

De vraag rijst dan of er al een netwerk bestaat dat een begin zou kunnen zijn van een digitale snelweg. Op die vraag willen we in dit deel een antwoord geven. Daarvoor is het nuttig om de specifieke kenmerken van de digitale snelweg, die nodig zijn om de bovenstaande dienstverlening mogelijk te maken, bij de hand te hebben:


Als we van deze criteria uitgaan is er op dit moment maar één netwerk dat voor de titel 'digitale snelweg' in aanmerking komt: het wereldwijde Internet. De vice-president van de Verenigde Staten, Al Gore, noemde het Internet een prototype van een digitale snelweg. Het is niet vreemd dat Al Gore juist een computernetwerk als Internet noemt en niet bijvoorbeeld kabelnetten of telefoonnetwerken. Computernetwerken worden in snel tempo steeds belangrijker. Wie al verbaasd was over de mogelijkheden van computers in de amusementsindustrie, bijvoorbeeld bij het zien van de computerannimaties in de film Jurrasic Park, heeft zich blijkbaar nog niet verdiept in de potentie van computernetwerken. Deze bieden steeds meer geïntegreerde communicatie- en informatiediensten. De meeste Internetgebruikers kunnen hier van meepraten en hebben al weer genoeg van alle plaatjes en video's met al die sauriërs.

In navolging van de Verenigde Staten heeft ook Europa zich uitgesproken voor het realiseren van een digitale snelweg. In het Bangemann-rapport wordt voor het eerst op Europees niveau gesproken over het Internet. Na het verschijnen van dit rapport werden de eerste positieve geluiden gehoord vanuit Haagse kringen en ook de pers liet zich in die periode niet onberoerd. Een duidelijk signaal was ook de troonrede in 1994 waarin Hare Majesteit zich uitsprak over elektronische snelwegen. Kort daarna is ook het Nationaal Actieplan gepresenteerd waarin werd aangegeven hoe de Nederlandse overheid de komst van een digitale snelweg wil stimuleren.

Aan initiatieven om een begin te maken met elektronische dienstverlening is dus geen gebrek, maar nog steeds zijn er naast het Internet weinig andere netwerken zichtbaar. Er is zelfs een migratie waar te nemen van bestaande elektronische dienstverlening zoals Videotex en databanken op allerlei gebied in de richting van het Internet. Ook de initiatieven die de overheid ontplooit om scholen kennis te laten maken met elektronische diensten, zijn bijna geheel op Internettechnologie gebaseerd. Niet geheel ten onrechte beschouwen veel mensen dan ook het Internet als synoniem voor de digitale snelweg.

Maar is het Internet wel een digitale snelweg? Of moet er nog veel gebeuren voordat het zover is? Dit boek probeert daar een antwoord op te geven door te schetsen hoe het Internet qua mogelijkheden, organisatorisch, economisch en juridisch in elkaar steekt. Het hierna volgende hoofdstuk gaat over de geschiedenis van het Internet en in het derde hoofdstuk wordt de omvang van het net beschreven. Het vierde hoofdstuk beschrijft de mogelijkheden die het Internet aan zijn gebruikers biedt. Daarna volgen twee hoofdstukken over de dienstenaanbieders van en op het Internet en over de zaken die komen kijken bij het zelf diensten aanbieden. In hoofdstuk zeven wordt ingegaan op alternatieve dienstenaanbieders. Het achtste hoofdstuk gaat over de bewoners van het net en het negende beschrijft de manier waarop gebruikers en aanbieders van diensten georganiseerd zijn. In de hoofdstukken tien en elf worden respektievelijk de economie van het net en de juridische aspecten die erbij komen kijken onder de loep genomen. In het laatste hoofdstuk geven de auteurs hun visie op de toekomst van het net.
Hierin kan de lezer zelf beoordelen of het Internet een digitale snelweg in wording is of een hype....

Terug Hoofdstuk 2 Inhoud