
In deel II-7 wordt ingegaan op de Wet op de Persoonregistraties en de Wet Computercriminaliteit in relatie tot het beveiliging van netwerken en computers. Tevens wordt in deel II-7 ingegaan op hoe cryptografie werkt en waarvoor het gebruikt kan worden. In dit hoofdstuk zal ingegaan worden op consessierechten, het gebruik van cryptografie en het recht op privacy.
Consessierechten
Een LAN en alle daarbij behorende apparatuur en bekabeling is meestal eigendom van de
gebruikende organisatie (een kantoor, school of bedrijf). Bij communicatie tussen twee organisaties (zeker indien deze op geografisch verschillende lokaties zijn gevestigd) dient men
gebruik te maken van publieksvoorzieningen. Op het gebied van datacommunicatie heeft men
in Nederland te maken met Koninklijke PTT Nederland NV (KPN). PTT Telecom, onderdeel van KPN, is de concessiehouder op het gebied van het transport van spraak en
data in Nederland. In Europa zal deze verplichte winkelnering, onder meer onder invloed van
de Europese eenwording, maar ook door de algemene opkomst van nieuwe technologie en
daaruit
voortvloeiende nieuwe toepassingen, sterk gaan veranderen. Een concreet voorbeeld van de
veranderingen is de begin 1995 verleende vergunning voor het inrichten van een tweede mobiel
telefoonnet aan Libertel, als concurrent voor PTT Telecom. Ook heeft het ministerie van
Verkeer en Waterstaat enkele jaren geleden aan de Nederlandse Spoorwegen en de Energie- en
Kabelmaatschappijen gevraagd om concrete plannen te ontwikkelen om als concurrent van PTT-Telecomdiensten te gaan aanbieden.
Dat concessies altijd slecht zijn is een misvatting. Een concessiehouder heeft namelijk de plicht
om binnen een bepaald gebied (bijvoorbeeld een land), op elke plek voorzieningen tegen een
vooraf bepaald tarief een gestandaardiseerde dienst te leveren. Een telefoonaansluiting in een
dunbevolkt gebied kost daardoor net zo veel als in de Randstad.
In Nederland zijn de concessierechten op het vlak van telecommunicatie-infrastructuren in drie
categorieën opgesplitst. De huidige situatie, die historisch is gegroeid, kent de omroepzendernetten (NV NOZEMA), de kabelnetten (Vecai) en de
PTT-telecommunicatieinfrastructuren. De NV NOZEMA heeft het voorkeurrecht op het realiseren en beheren van omroepzendernetten. De Wet op de Telecommunicatievoorzieningen biedt de mogelijkheid aan
gemeenten een lokaal monopolie te hanteren op het realiseren en beheren van lokale kabelnetwerken. Resultaat hiervan is dat medio 1994 Nederland voor een groot deel voorzien is van
lokale kabelnetwerken die gebruikt worden voor het doorgeven van radio- en televisiesignalen.
Praktisch alle overige netwerken worden gerealiseerd en beheerd door de PTT. In het rapport
'Verbinding en Ontvlechting in de Communicatie' wordt terecht gesproken van 'een juridische
lappendeken' als men de taakverlening (dienstpakketten) van de drie concessiehouders uiteen
probeert te zetten [Arnbak, 1990].
Deze formeel vastgelegde taakverdeling is door snelle technologische ontwikkelingen behoorlijk verouderd. Enkele voorbeelden hiervan:
De drie concessiehouders zijn de afgelopen jaren druk doende geweest om elk aan de ene kant hun eigen Nederlandse markt af te schermen en aan de andere kant de vrije markt te vergroten. Het moge duidelijk zijn dat deze drie partijen elk een geheel eigen beeld hebben van de digitale snelweg.
De Europese Commissie geeft door middel van haar Groenboek Infrastructuur aan dat men
voort wil maken met het openen van de telecommunicatiemarkt. Het streven is om in 1998 de
markt volledig vrij te geven. Uiteraard zullen er condities worden gesteld over de kwaliteit,
prijs en reikwijdte van telecommunicatiediensten. Dit om eerlijke concurrentie mogelijk te
maken tussen de traditionele leveranciers (PTT's) en de nieuwe marktpartijen. Hiermee dient te
worden voorkomen dat, zoals Arnbak het noemt, 'de PTT's met de kwade kansen blijft zitten en
de concurrenten er met de goede kansen vandoor gaan' [Arnbak, 1995]. Of de wet- en regelgeving de snelheid van nieuwe ontwikkelingen zal kunnen bijhouden valt te betwijfelen. Het is
eerder waarschijnlijk dat de 'juridische lappendeken' de komende jaren nog aanzienlijk zal
worden uitgebreid.
De kracht van de vrije markt moet echter niet worden onderschat. De ontwikkelingen op het
gebied
van de commerciële televisie heeft enkele jaren geleden duidelijk gemaakt dat een te
protectionistische houding kan leiden tot verrassende en creatieve oplossingen. De satelliet
bracht voor creatieve geesten de technische oplossing voor
een politiek probleem. Nu reeds zijn er voorbeelden van creatief gebruik van telematicamiddelen die bestaande structuren negeren of zelfs overbodig maken. Radioamateurs gebruiken
steeds vaker de ether voor het versturen van data, bijvoorbeeld voor elektronische post. De
satelliet wordt ook steeds meer gebruikt om grote hoeveelheden data te verspreiden, ook voor
Internettoepassingen. Geografisch moeilijk bereikbare gebieden kunnen hierdoor relatief snel
worden ontsloten. De televisiekabel, hoewel momenteel praktisch alleen geschikt voor éénwegverkeer, zal de komende jaren zeker gebruikt gaan worden als transportnetwerk voor Internettoepassingen (Verschuren, 1994). De hoge kabeldichtheid in Nederland en
de relatief lage kosten ten opzichte van het gebruik van het telefoonnetwerk en ISDN zullen
deze introductie ervan mogelijk maken (Gillett, 1995). Ook op het Internet ontstaan nieuwe
diensten, zoals telefoonverkeer.