Hoofdstuk 11

Wet- en regelgeving

De bestaande wet- en regelgeving sluit niet goed aan bij de mogelijkheden van het Internet. Dat dit zo is wordt met enige regelmaat duidelijk gemaakt, bijvoorbeeld door berichten in de pers over hackers die actief zijn en maar moeilijk aangepakt kunnen worden. Vaak is het leveren van een sluitend bewijs niet of nauwelijks mogelijk. Wet- en regelgeving verschilt ook vaak per land, waardoor het grootschalig introduceren van nieuwe telematicadiensten vaak onnodig moeizaam verloopt. Op verschillende juridische gebieden zijn de consequenties van de opkomst van nieuwe telematicadiensten merkbaar, zoals bij de Auteurswetgeving, de Wet op de Persoonregistraties, de Wet Computercriminaliteit, concessierechten en het toepassen van cryptografie. Het waarborgen van auteursrechten staat ook los van het Internet onder druk, aangezien ook bij het gebruik van diskettes, cd-rom en cd-i beschermde informatie in digitale vorm wordt verspreid (en dus ook relatief eenvoudig kan worden gekopieerd).
De Wet op de Persoonsregistratie en de Wet Computercriminaliteit hebben betrekking op een breder gebied, maar gezien de omvang en het internationale karakter van het Internet, kan hun werking binnen de Internetdoelgroep in Nederland goed worden bestudeerd. Bestaande concessierechten hebben de afgelopen jaren eerder een negatieve dan positieve invloed gehad op de ontwikkeling van het Internet. Door de liberalisering van de Europese Telecomwetgeving, zal deze invloed de komende jaren echter afnemen.
Het gebruik van cryptografie, voor het versleutelen van gegevens, is voor het realiseren van veilige informatiestromen over het Internet van groot belang. Overheden zien dit echter als een bedreiging voor de staatsveiligheid, aangezien ook crimele organisaties gebruik kunnen maken van cryptografie, om daarmee frauduleuze handelingen te verbergen.

In deel II-7 wordt ingegaan op de Wet op de Persoonregistraties en de Wet Computercriminaliteit in relatie tot het beveiliging van netwerken en computers. Tevens wordt in deel II-7 ingegaan op hoe cryptografie werkt en waarvoor het gebruikt kan worden. In dit hoofdstuk zal ingegaan worden op consessierechten, het gebruik van cryptografie en het recht op privacy.

Consessierechten

Een LAN en alle daarbij behorende apparatuur en bekabeling is meestal eigendom van de gebruikende organisatie (een kantoor, school of bedrijf). Bij communicatie tussen twee organisaties (zeker indien deze op geografisch verschillende lokaties zijn gevestigd) dient men gebruik te maken van publieksvoorzieningen. Op het gebied van datacommunicatie heeft men in Nederland te maken met Koninklijke PTT Nederland NV (KPN). PTT Telecom, onderdeel van KPN, is de concessiehouder op het gebied van het transport van spraak en data in Nederland. In Europa zal deze verplichte winkelnering, onder meer onder invloed van de Europese eenwording, maar ook door de algemene opkomst van nieuwe technologie en daaruit voortvloeiende nieuwe toepassingen, sterk gaan veranderen. Een concreet voorbeeld van de veranderingen is de begin 1995 verleende vergunning voor het inrichten van een tweede mobiel telefoonnet aan Libertel, als concurrent voor PTT Telecom. Ook heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat enkele jaren geleden aan de Nederlandse Spoorwegen en de Energie- en Kabelmaatschappijen gevraagd om concrete plannen te ontwikkelen om als concurrent van PTT-Telecomdiensten te gaan aanbieden.
Dat concessies altijd slecht zijn is een misvatting. Een concessiehouder heeft namelijk de plicht om binnen een bepaald gebied (bijvoorbeeld een land), op elke plek voorzieningen tegen een vooraf bepaald tarief een gestandaardiseerde dienst te leveren. Een telefoonaansluiting in een dunbevolkt gebied kost daardoor net zo veel als in de Randstad.
In Nederland zijn de concessierechten op het vlak van telecommunicatie-infrastructuren in drie categorieën opgesplitst. De huidige situatie, die historisch is gegroeid, kent de omroepzendernetten (NV NOZEMA), de kabelnetten (Vecai) en de PTT-telecommunicatieinfrastructuren. De NV NOZEMA heeft het voorkeurrecht op het realiseren en beheren van omroepzendernetten. De Wet op de Telecommunicatievoorzieningen biedt de mogelijkheid aan gemeenten een lokaal monopolie te hanteren op het realiseren en beheren van lokale kabelnetwerken. Resultaat hiervan is dat medio 1994 Nederland voor een groot deel voorzien is van lokale kabelnetwerken die gebruikt worden voor het doorgeven van radio- en televisiesignalen. Praktisch alle overige netwerken worden gerealiseerd en beheerd door de PTT. In het rapport 'Verbinding en Ontvlechting in de Communicatie' wordt terecht gesproken van 'een juridische lappendeken' als men de taakverlening (dienstpakketten) van de drie concessiehouders uiteen probeert te zetten [Arnbak, 1990].
Deze formeel vastgelegde taakverdeling is door snelle technologische ontwikkelingen behoorlijk verouderd. Enkele voorbeelden hiervan:

De drie concessiehouders zijn de afgelopen jaren druk doende geweest om elk aan de ene kant hun eigen Nederlandse markt af te schermen en aan de andere kant de vrije markt te vergroten. Het moge duidelijk zijn dat deze drie partijen elk een geheel eigen beeld hebben van de digitale snelweg.

De Europese Commissie geeft door middel van haar Groenboek Infrastructuur aan dat men voort wil maken met het openen van de telecommunicatiemarkt. Het streven is om in 1998 de markt volledig vrij te geven. Uiteraard zullen er condities worden gesteld over de kwaliteit, prijs en reikwijdte van telecommunicatiediensten. Dit om eerlijke concurrentie mogelijk te maken tussen de traditionele leveranciers (PTT's) en de nieuwe marktpartijen. Hiermee dient te worden voorkomen dat, zoals Arnbak het noemt, 'de PTT's met de kwade kansen blijft zitten en de concurrenten er met de goede kansen vandoor gaan' [Arnbak, 1995]. Of de wet- en regelgeving de snelheid van nieuwe ontwikkelingen zal kunnen bijhouden valt te betwijfelen. Het is eerder waarschijnlijk dat de 'juridische lappendeken' de komende jaren nog aanzienlijk zal worden uitgebreid.
De kracht van de vrije markt moet echter niet worden onderschat. De ontwikkelingen op het gebied van de commerciële televisie heeft enkele jaren geleden duidelijk gemaakt dat een te protectionistische houding kan leiden tot verrassende en creatieve oplossingen. De satelliet bracht voor creatieve geesten de technische oplossing voor een politiek probleem. Nu reeds zijn er voorbeelden van creatief gebruik van telematicamiddelen die bestaande structuren negeren of zelfs overbodig maken. Radioamateurs gebruiken steeds vaker de ether voor het versturen van data, bijvoorbeeld voor elektronische post. De satelliet wordt ook steeds meer gebruikt om grote hoeveelheden data te verspreiden, ook voor Internettoepassingen. Geografisch moeilijk bereikbare gebieden kunnen hierdoor relatief snel worden ontsloten. De televisiekabel, hoewel momenteel praktisch alleen geschikt voor éénwegverkeer, zal de komende jaren zeker gebruikt gaan worden als transportnetwerk voor Internettoepassingen (Verschuren, 1994). De hoge kabeldichtheid in Nederland en de relatief lage kosten ten opzichte van het gebruik van het telefoonnetwerk en ISDN zullen deze introductie ervan mogelijk maken (Gillett, 1995). Ook op het Internet ontstaan nieuwe diensten, zoals telefoonverkeer.

Terug Vervolg Inhoud