Internetaanbieders

De Internetaanbieders hebben onderling afspraken gemaakt over hoe hun netwerken worden gekoppeld. Indien elke Internetaanbieder met de andere zou moeten onderhandelen ontstaat een onwerkbare situatie. In de praktijk hebben Internetaanbieders zich dan ook op verschillende manieren georganiseerd. Zo zijn er op Europese schaal in 1995 een drietal samenwerkingsorganisaties actief, namelijk EUnet, Ebone en DANTE. Op het operationele vlak werken deze Internetaanbieders samen binnen de IEPG.

IEPG

De Internet Engineering and Planning Group (IEPG) heeft als doel ervoor te zorgen dat de netwerken van Internetaanbieders op een technisch verantwoorde wijze onderling gekoppeld worden, zodat ze tezamen op een transparante wijze het Internet vormen. Iedereen kan lid worden van de IEPG, maar het merendeel van de leden zijn operationele netwerkmanagers van Internetaanbieders. Waar de IETF de nadruk legt op het introduceren van nieuwe technolgieën, concentreert de IEPG zich op het zo efficiënt mogelijk gebruiken van bestaande technologieën.

Europa

In Europa zijn medio 1995 drie paneuropese Internetaanbieders. DANTE is in hoofdzaak een Internetaanbieder voor de Europese researchnetwerken; EUnet biedt met name diensten aan de Europese zusterorganisaties van NLnet en het Ebone-consortium. Elk van deze aanbieders beschikt over internationale en intercontinentale verbindingen op Mbps-niveau. Het meest breedbandige netwerk in 1995 is EuropaNET van DANTE. Het verzorgt medio 1995 de koppelingen tussen de volgende researchnetwerken:

Indien er een directe koppeling is tussen twee op Internettechnologie gebaseerde netwerken wordt er gesproken van 'peering'. EuropaNET, Ebone en EUnet zijn onderling gekoppeld. Voordeel hiervan is tweeledig. De eerste is dat gebruikers van beide netwerken zonder technische belemmeringen onderling kunnen communiceren. De tweede, zeker niet minder belangrijk, is dat er niet gebruik gemaakt moet worden van kostbare intercontinentale verbindingen voor onderlinge communicatie.

Verenigde Staten, Europa en de rest

De afbeelding 'Globale structuur van het Internet' geeft de geografische onderverdeling medio 1995 van het Internet weer en de 'hiërarchische' structuur (voorzover daar binnen het Internet over gesproken kan worden). De top van de figuur wordt gevormd door de netwerken in de Verenigde Staten, en dat is gezien de historie van het net niet verwonderlijk. De koppeling tussen Europa en de rest van de wereld wordt praktisch volledig via Internetaanbieders in de Verenigde Staten geregeld.

Afbeelding: Globale structuur van het Internet en de plaats' van de verschillende service aanbieders (8 kb)

Voor 1 mei 1995 was het hart van het Internet, het door de National Science Foundation gesponsorde, NSFNet. NSFNet was een panamerikaanse backbone die gemanaged werd door één organisatie. Toen de overheidssubsidie (via NSF) werd beeindigd diende er een nieuw netwerkmodel te worden ontwikkeld. Tot 1 mei 1995 werden researchnetwerken in de wereld met NSFNet gekoppeld via de zogenaamde 'Global Internet eXchange' (GIX). De niet-researchnetwerken werden gekoppeld via de Federal Internet eXchange (FIX) voor Amerikaanse overheidsnetwerken of via de Commercial Internet eXchange (CIX) voor commerciële netwerkorganisaties (bijvoorbeeld PSI-net, SpintLink, MCI-Internet).
Op 1 mei 1995 is de taak van NSFNet overgenomen door meerdere netwerken van grote Telecomorganisaties. Deze netwerken zijn onderling verbonden waardoor er één panamerikaans Internet gevormd wordt. Elk van deze netwerken biedt connectiviteit tot het panamerikaans Internet via zogenoemde NAP's: Network Access Points. NAP's zijn verspreid over de Verenigde Staten en bevinden zich onder andere in San Francisco, New York en Chicago. Het zijn met name regionale netwerken die via een koppeling met een NAP hun gebruikers toegang geven tot de rest van het Internet. Een groot regionaal netwerk in de Verenigde Staten is bijvoorbeeld CERFnet, een researchnetwerk in California, waarop driehonderd researchorganisaties zijn aangesloten.
Met de komst van de NAP's verdween de GIX. De FIX en de CIX bleven bestaan. In de praktijk worden deze doelgroepnetwerken op plaatsen waar dit kostentechnisch interessant is, gekoppeld met een NAP. De CIX beschrijft zichzelf als volgt: 'The Commercial Internet eXchange Association is a non-profit, 501(c)6, trade association of Public Data Internetwork service-providers promoting and encouraging development of the public data communications internetworking services industry in both national and international markets'. De leden van de CIX zijn commerciële Internetaanbieders die zijn gekoppeld via CIX-knooppunten over de wereld (zie afbeelding). Niet alle leden hebben echter directe koppeling met het CIX knooppunt in de Verenigde Staten. Zo verzorgt EUnet de koppeling met de CIX voor onder andere NLnet.
De Europese netwerken van EUnet, Ebone en EuropaNET realiseren elk afzonderlijk via Amerikaanse Internetaanbieders de koppeling met één of meerdere NAP's.

Afbeelding: CIX knooppunten over de wereld (3.8 kb)

In Nederland is de situatie redelijk overzichtelijk. Zoals al is weergegeven, zijn er drie grote Internetaanbieders die beschikken over een landelijke infrastructuur, namelijk Unisource Business Networks, NLnet en SURFnet. Deze koppelen netwerken van hun klanten, maar ook Internetaanbieders zoals PLANET Internet, XS4ALL, Knoware en EuroNET. De situatie van koppelingen zoals weergegeven in afbeelding 'Globale structuur van het Internet' is een momentopname. In het verleden is gebleken dat deze snel kan wijzigen. De 'hiërarchische' opbouw van de koppelingen zal, gezien de hoge kosten van de internationale verbindingen, echter niet snel veranderen. In het volgende hoofdstuk zal worden ingegaan op de financiële kant van deze koppelingen.

Meer informatie:

INTERNIC (Internet Network Information Center):
http://rs.internic.net/index.html

RFC's bij INTERNIC:
http://ds.internic.net/ds/dspglintdoc.html

RFC's via NEXOR:
http://pubweb.nexor.co.uk/public/rfc/index/rfc.html

RFC's in Nederland:
ftp://mcsun.eu.net/documents/rfc (Lastig is dat deze RFC's zijn 'gecomprimeerd' volgens een unix methode; de meeste pc gebruikers kunnen er niets mee.)

Internet drafts via Nexor:
http://pubweb.nexor.co.uk/public/internet-drafts/id.html

Officiële lijst van Internet-drafts (IETF):
http://www.ietf.cnri.reston.va.us/lid-abstracts.html

IETF- informatie (o.a over hoe een Internet-draft er moet uitzien):
http://www.ietf.org

Terug Hoofdstuk 10 Inhoud