Hoofdstuk 9

Internationale organisatie

Het zal duidelijk zijn dat alle Internetgebruikers via een Internetaanbieder op het net komen. Maar er zijn wereldwijd nogal wat Internetaanbieders. Hoe zijn die onderling gekoppeld? Welke afspraken zijn er daarbij gemaakt? En wie bepaalt wat de standaarden voor netwerk- en communicatieprotocollen zijn? Wie maakt die standaarden? Dit hoofdstuk gaat in op deze vragen.

Internet Society

Tot het begin van de jaren negentig waren de partijen die betrokken waren bij het Internet niet of nauwelijks georganiseerd. Het zwaartepunt van alle activiteiten op en rond het Internet lag op de techniek en formele en organisatorische zaken werden zo pragmatisch mogelijk opgelost. De financiële kant werd voornamelijk ingevuld door de Amerikaanse overheid (zie ook deel I-2, Historie). Om het Internet een volwassener status te geven werd in januari 1992 de Internet Society (ISOC) opgericht. ISOC is een internationaal forum voor overheden, industrie en individuen om te discussiëren over regelgeving en procedures rondom het gebruik van het Internet. Tevens richt ISOC zich op de promotie van het gebruik en bevordert tevens het harmonisatie- en standaardisatieproces binnen het Internet.

De huidige standaardisatiestructuur is sinds 1989 operationeel. Deze kenmerkt zich door een pragmatische wijze van werken, want:

IAB, IETF en IESG

Waar ISOC de nadruk legt op de promotie van het Internet, zorgt de Internet Architecture Board (IAB) voor de meer technische aspecten. In de IAB hebben een vijftiental vrijwilligers, met een bewezen staat van dienst, zitting. De IAB heeft als hoofdtaak 'te waken over de multiprotocol architectuur van het wereldwijde Internet'. De charter van de IAB wordt beschreven in (RFC1604). Op technisch inhoudelijke vlak is de Internet Engineering Task Force (IETF) actief. De IETF kan gezien worden als het kloppende hart van het standaardisatieproces. Een citaat uit (RFC1539): 'the IETF is a loosely self-organized group of people who make technical and other contribution to the engineering and evolution of the Internet and its technologies'. Ieder individue mag in principe aan de IETF deelnemen. Binnen de IETF zijn werkgroepen actief op verschillende deelgebieden zoals, applicaties, routering en adressering, beveiliging, netwerk management, gebruikersdiensten en OSI-integratie. Het aantal deelnemers aan IETF-bijeenkomsten is de afgelopen jaren sterk toegenomen - in 1992 al meer dan 600 - en daarom zorgt een groep werkgroepvertegenwoordigers onder de naam Internet Engineering Steering Group (IESG) voor afstemming van de deelgebieden. Om de steeds groter wordende groep IETF-participanten efficiënt te laten samenwerken, zijn in 1994 de 'IETF Working Group Guidelines and Procedures' verschenen, waarin procedures en richtlijnen voor de IETF werkgroepen wat formeler zijn beschreven (RFC1603).
Wanneer iemand voor het eerst wenst deel te nemen aan een IETF-bijeenkomst, is het raadzaam om 'A Guide for New Attendees of the Internet Engineering Task Force' te lezen (RFC1718).

Request For Comment (RFC)

Het officiële publikatiekanaal van de iesg, iab en de Internetgemeenschap in het algemeen is de serie Request for Comment (RFC) documenten. Deze documentenserie wordt gratis via het net beschikbaar gesteld (via diensten als gopher, www en ftp) en is op verschillende servers in verschillende landen te vinden. De bron voor de serie is de server van het Internic. De serie documenten beschrijft allerlei zaken die met het Internet te maken hebben. Er zijn RFC's die standaarden beschrijven en RFC's die informatie geven over het gebruik van het Internet. Elk document dat in deze serie verschijnt heeft een volgnummer - bijvoorbeeld '1684' - en staat daarmee bekend; de notatie is dan RFC1684. Over RFC's en hun status bestaan veel misverstanden. Hieronder wordt uitgelegd wat een RFC precies is en welke typen van RFC's er zijn.
RFC's worden onderverdeeld in de typen standard, informational, experimental en historic, waarvan we de functie hieronder zullen beschrijven. We zullen echter eerst uitleggen hoe een RFC tot stand komt. De status van een willekeurige RFC is het best te vergelijken met die van een artikel in een tijdschrift. Alleen aan de RFC's die standaarden beschrijven mag meer gewicht worden toegekend. Iedereen kan een voorstel voor een RFC schrijven en dat onder de naam 'Internet-draft' inleveren bij de IAB. Voorwaarde is dat de tekst iets met het Internet van doen heeft. Zo'n Internet-draft heeft een beperkte levensduur, meestal van een half jaar. In die periode worden geïnteresseerden - via een distributielijst voor e-mail - op de hoogte gebracht van het bestaan ervan en kunnen zij commentaar geven op de inhoud. Als er commentaar is, moet er een nieuwe versie van de draft worden gemaakt, met weer een levensduur van ongeveer een half jaar. Als er uiteindelijk geen commentaar meer is op een draft, dan zal de IAB een laatste oproep doen aan de Internetgemeenschap waarin zij aangeeft dat de draft binnenkort tot RFC wordt verheven. Als niemand daar negatief op reageert kan de draft een RFC worden. Hij krijgt dan het eerstvolgende vrije nummer. In feite dus een situatie die vergelijkbaar is met het publiceren van een artikel in een tijdschrift waarvan de redactie of een onafhankelijke referee het artikel op kwaliteit beoordeelt en eventueel van commentaar voorziet. Hier neemt de Internetgemeenschap echter zelf de rol van redactie of referee op zich.
Een groot deel van de Internet-drafts wordt geschreven in het kader van de IETF-werkgroepen. Dat betekent dat voordat een tekst een draft wordt er al een groep deskundige mensen naar gekeken heeft. De kans dat in dat geval een draft veel en grote veranderingen moet ondergaan alvorens een RFC te worden is daarmee een stuk kleiner. Een draft die RFC wordt is altijd van een bepaald type. Een RFC kan informational zijn, dat wil zeggen dat het alleen maar informatie levert aan de Internetgemeenschap, maar geen standaard definieert.
Als een RFC niet informational is, dan beschrijft hij in feite een standaard (voor bijvoorbeeld een communicatieprotocol of een procedure). Het kan echter gaan om een communicatieprotocol waarvan de ontwikkeling nog in de kinderschoenen staat, maar waarvan men wel de specificaties wil vrijgeven zodat er zoveel mogelijk software voor ontwikkeld kan worden. In dat geval krijgt de RFC het type experimental mee. Iedereen weet dan dat het hier niet gaat om een definitieve standaard, maar om een specificatie van een experimentele dienst.
Als een draft een standaard definieert die niet als experimental hoeft te worden aangemerkt, dan wordt hij RFC van het type standard. Zulke RFC's worden in de Standards Track opgenomen. Dit is een verzameling van alle RFC's die een standaard beschrijven. Echter, de IAB heeft een standaardisatietraject gedefinieerd waarin de beschrijving van een standaard alleen niet voldoende is. Naast de beschrijving moeten er ook nog werkende applicaties kunnen worden getoond, waarvan er minstens één voor iedereen gratis te verkrijgen is. Standaard RFC's zijn daarom weer in drie typen onder te verdelen die aangeven hoever een RFC in het standaardisatietraject is gevorderd: proposed standard, draft standard en Internet standard (zie ook Referenties: Request For Comments). Pas als het stadium van Internet Standard is bereikt, kan men van een standaard voor het Internet spreken. De status van een RFC in de Standards Track is altijd aangegeven op de eerste pagina van het document. Bij iedere Internet Standard is verder nog het kenmerk 'STD' op de eerste pagina opgenomen, met een volgnummer. Wanneer nu een standaard vernieuwd wordt of uitgebreid, kan het zijn dat de vorige komt te vervallen. De nieuwe standaard krijgt dan wel een nieuw RFC volgnummer, maar het STD nummer blijft gelijk aan het oude. Het oude document wordt, als het in zijn geheel kan komen te vervallen, als historic aangemeld. Een aardig voorbeeld hiervan is STD1 die een lijst beschrijft van alle RFC's die in de Standards Track zitten. Deze lijst wordt uiteraard regelmatig ververst en krijgt dan een nieuw RFC-nummer, maar blijft bekend staan als STD1.
RFC-publikaties kunnen wel via Internic worden opgezocht, maar een snellere manier is door gebruik te maken van de diensten van een informatiemakelaar, zoals bijvoorbeeld de publieke www-server van Nexor Limited, een Engels softwarebedrijf. Daar kan men zowel op RFC-nummer, titel, samenvatting als auteur zoeken.

IANA

De globale coördinatie van de toekennen van parameters voor Internetprotocollen zoals Internet-netwerknummers, domeinnamen, protocolnummers en portnummers is ondergebracht in IANA. De 'University of Southern California - Information Sciences Institute' is momenteel het uitvoerende orgaan van IANA. Administratieve taken worden op een gedistribueerde wijze uitgevoerd, momenteel door de InterNIC, RIPE NCC en Asia-Pacific-NIC. Met enige regelmaat wordt door middel van een RFC een bijgewerkt overzicht gegeven van de gedefinieerde parameters. In maart 1995 is versie 15 verschenen (RFC1780).

InterNIC

Het Internet Network Information Centre (InterNIC) is in april 1993 begonnen als een vijfjarig project en wordt door NSF in financiële zin gesteund. Binnen het project participeert AT&T als leverancier van directory en database services en Network Solution als registratiepunt voor onder andere IP netwerknummers en domeinregistratie. Het InterNIC registreert zelf organisaties binnen de topleveldomeinen zoals .COM en .EDU. De uitgifte van domeinnamen binnen de ISO-landencodes worden zoveel mogelijk binnen elk land zelf geregeld. In Nederland wordt deze taak van Naming Authority door het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI) uitgevoerd. Het uitreiken van netwerkadressen wordt in de regel verzorgd door Internetaanbieders. In Europa vindt dit plaats onder supervisie van het RIPE NCC.

RIPE NCC

Sinds 1989 worden netwerkadressen voor Europa niet meer door het InterNIC uitgereikt, maar door het Réseaux IP Européenne Network Coordination Center (RIPE NCC). RIPE NCC heeft als belangrijkste doelstelling coördinerende taken op het administratieve en technische vlak uit te voeren om de Europese tak van het Internet zo goed mogelijk te laten functioneren. RIPE NCC fungeert als 'Delegated Registry' de registratie van IP-netwerknummers in Europa. Men handelt conform de richtlijnen die zijn opgesteld in (RFC1174). TERENA verzorgt het formele kader waarbinnen het RIPE NCC kan opereren. De financiering wordt verzorgd door de Europese Internetaanbieders.

TERENA

Trans-European Research and Education Networking Association, TERENA is een vereniging die in oktober 1994 is voortgekomen uit RARE (Réseaux Associés pour la Recherche Européenne) en EARN (European Academic and Research). Medio 1995 zijn ongeveer veertig, voornamelijk Europese landen vertegenwoordigd. In de statuten van TERENA staat als missie: '...to promote and participate in the development of a high quality international information and telecommunications infrastructure for the benefit of research and education'. TERENA heeft ook een werkgroepstructuur met als coördinerend orgaan the TERENA Technical Committee (TCC). Publikaties van TERENA, Technical Reports, worden sinds enkele jaren ook als RFC gepubliceerd.

Asia-Pacific-NIC

Dat Europese initiatieven ook kunnen dienen als voorbeeld voor andere delen van de wereld blijkt uit het APNIC-project. Door middel van dit pilot projectwordt getracht een enigszins vergelijkbare dienstverlening als RIPE in Azië op te zetten. Deze aanpak is ook belangrijk om de groei van het Internet op een gestructureerde wijze te begeleiden en in kaart te brengen.

Terug Vervolg Inhoud